President uit de bouwdoos

De tragiek van Al Gore is dat hij geschapen lijkt voor de rol die hij de afgelopen acht jaar heeft gespeeld: die van de altijd loyale, robotachtige tweede man op de achtergrond. Een man die zijn baas immer in bescherming heeft genomen, zelfs nadat het Huis van Afgevaardigden in 1998 gestemd had voor impeachment van de president in verband met het Monica Lewinsky-schandaal. Bij die gelegenheid zei hij te geloven `dat Clinton de geschiedenisboeken in zal gaan als een van onze geweldigste presidenten'.

Dat lakeienimago zit Gore dwars nu hij een gooi doet naar de belangrijkste baan ter wereld, president van de Verenigde Staten. Op de Democratische Conventie deed hij vorige week dan ook zijn uiterste best om te laten zien dat hij `zijn eigen man' is. De strategie van zijn politieke tegenstrevers, de Republikeinse presidentskandidaat, presidentszoon George W. Bush en diens running mate oud-minister van defensie Dick Cheney is er juist op gericht Gore te identificeren met Clinton, vanuit het idee dat de kiezers `Clinton-moe' zijn. De toespraken van Bush en Cheney op de Republikeinse conventie en gedurende de afgelopen weken waren zelfs zo anti-Clinton dat zij de vraag kregen voorgelegd of hun campagne nu tegen Clinton was gericht of tegen Gore. De Republikeinen kúnnen ook moeilijk anders, omdat Amerika na acht jaar Clinton/Gore welvarender is dan ooit.

Het odium eerder een dienaar te zijn dan een nationale leider kleeft het ambt van vice-president nu eenmaal aan. De ironie wil echter dat Al Gore in feite al zijn hele leven president-in-opleiding is geweest. Dat is ook het beeld dat Newsweek-journalist Bill Turque oproept in zijn recente boek over Al Gore, geschreven vóórdat Gore de strijd om het Witte Huis daadwerkelijk aanging. De titel Inventing Al Gore verwijst al naar het synthetische, bedachte karaker van diens politieke persoonlijkheid. Die is het gevolg van zijn afkomst: zowel Gore's vader als diens moeder was senator en toen Al in 1948 werd geboren, stond al vast dat dit kind president moest worden. Gore's jeugdjaren lijken daardoor op die van andere kinderen met overambitieuze ouders, zoals sommige tennissers of jeugdige schaaktalenten. Gore bracht zijn jeugd in relatieve eenzaamheid door in het spartaanse hotelappartement dat zijn ouders in Washington huurden. Hij had een tien jaar oudere zuster, Nancy, inmiddels overleden aan longkanker.

Materieel kwam Al niets tekort, maar Turque legt veel nadruk op de psychische druk waaraan de jonge Gore volgens hem blootstond: de hoge eisen die zijn vader aan hem stelde, en de emotionele verwaarlozing door zijn moeder. Gore wordt geportretteerd als een jongetje dat alles wilde doen om zijn veeleisende vader te behagen en vooral geen problemen te maken. Een jongetje dat elke zomer naar Tennessee werd gestuurd om als onderdeel van zijn vorming op de familieranch te werken. Dat gebeurde onder leiding van pachters van de familie, want zijn ouders hadden het te druk met hun politieke carrière.

De rode draad die vervolgens door Gore's biografie loopt is zijn worsteling met dit geprefabriceerde alter ego en zijn strijd om achtereenvolgens onder de slagschaduw van zijn vader uit te komen en onder die van Bill Clinton. Dit laatste gevecht zou zelfs `faustiaanse trekken' vertonen, meent Turque. Op het hoogtepunt van de demonstraties tegen de oorlog in Vietnam besloot Gore zich van de weeromstuit als vrijwilliger aan te melden. Gore junior, inmiddels student aan Yale, was net als zijn vader tegen de oorlog, maar wilde met zijn patriottische daad de herverkiezing van zijn vader veiligstellen, in gevaar gekomen door diens openlijke veroordeling van de Amerikaanse interventie. Hoewel zijn vader desondanks verloor, vertrok Gore toch naar Vietnam, waar hij vijf maanden doorbracht bij de voorlichtingsdienst van het leger. Ook al omdat hij had beredeneerd dat hij op die post geen grote risico's zou lopen, terwijl diensttijd in Vietnam niet slecht zou zijn voor zijn curriculum vitae. Op de Democratische Conventie in Los Angeles vorige week, keerde Gore's militaire dienst herhaaldelijk terug in getuigenissen van voormalige wapenbroeders. Hij heeft daarmee een unique selling point boven George W. Bush, die zoals veel andere geprivilegieerde jongens (en de niet-geprivilegieerde Bill Clinton) dienst deed in de Nationale Garde om niet naar Vietnam te worden gestuurd. George Bush junior beklaagde zich volgens het weekblad Time op dat punt ooit ook over zijn vader, oud-president George Bush, met de woorden: `Kunt u zich voorstellen hoeveel pijn het deed om te weten dat Al Gore eigenlijk mijn vaders idee is van een perfecte zoon?'

Turque probeert in zijn boek uit alle macht de schijn te voorkomen dat hij Gore aanprijst of verdedigt, maar op één punt lukt dat toch minder goed en dat is nu net als het gaat over Gore's moraal en zedelijkheid. Over het intieme leven van de kandidaat en diens vrouw is het boek opvallend puriteins. Van Gore wordt vermeld dat hij als tiener een relatie onderhield met een Donna Armistead in Carthage (Tennessee), waar hij de zomervakanties doorbracht. Maar volgens een kennis zou Armistead later hebben gezegd `dat zij altijd net op tijd stopte voordat hun relatie werd geconsummeerd'. Op de conventie sprak vorige week Donna's broer, met wie Gore destijds ook bevriend was, over de voortreffelijke kwaliteiten van de kandidaat, maar niet Donna zelf.

Ook Gore's latere echtgenote Mary Elisabeth Aitcheson (`Tipper') hield er alleen kuise vriendschappen met jongens op na, zo wil het boek. En dat gaat zo door. Terwijl Gore's maten in het leger achter de vrouwen aanzitten, bewaart Al zijn maagdelijkheid. Ook op zijn vrijgezellenavond gebeurt niets onoorbaars. Tijdens zijn huwelijk weigert hij eens te zwemmen met de vrouw van een collega, uit vrees voor de roddelmachine van Washington. Het boek is kennelijk getekend door de nasleep van Clintons Lewinsky-affaire: waarom anders zoveel aandacht voor dingen die niet gebeuren in het leven van Al Gore? Hijzelf heeft morele waarden centraal gesteld bij de start van zijn campagne vorig jaar, overigens tot woede van Clinton. En sinds Bush en Cheney hun campagne begonnen, weet iedereen dat deze verkiezingen niet gaan over verschillende inzichten over diverse vraagstukken. Democraten en Republikeinen houden zich op in het midden van het politieke spectrum, al bezigt Gore ouderwetse retoriek over `de strijd voor werkende families'. Deze verkiezingen gaan over leiderschap en karakter. Turque geeft Al Gore op dat punt uiteindelijk het voordeel van de twijfel.

Bill Turque: Inventing Al Gore, Biography. Houghton Mifflin Company, 448 blz. ƒ63,75

Amerika

    • Frank Vermeulen