Nazorg bij ramp Enschede baart zorgen

De schade-afhandeling van de slachtoffers van de vuurwerkramp zou ,,ruimhartig'' zijn. Maar drie maanden na de ramp worden faillissementen in Enschede niet uitgesloten.

Niemand mocht er slechter van worden, geen bedrijf mocht failliet gaan. De eerste weken na de vuurwerkramp op zaterdag 13 mei in Enschede waren de rijen gesloten en was de solidariteit met de slachtoffers groot. Dat beeld is in de maanden die volgden langzaam veranderd, zeggen de betrokken partijen in Enschede. De ambtenaren worden weer bureaucratisch, de geldschieters weer zuinig. ,,Ik heb grote twijfels of we al onze beloften wel kunnen waarmaken'', zegt CDA-fractievoorzitter B. Heeringa.

En anderen zeggen hem dat na. Het zijn, zo lijkt het, met name de ondernemers die klappen zullen krijgen. ,,Het ziet er naar uit dat tientallen bedrijven onderuit zullen gaan. En dat was toch niet de afspraak'', zegt N. van Rooij, voorzitter van de Vereniging van Gedupeerde ondernemers in Enschede. Van de 513 getroffen ondernemingen zijn er 115 ernstig tot zeer ernstig beschadigd. ,,Wanneer er geen volledige schadeloosstelling komt, zal ongeveer de helft daarvan niet in staat zijn opnieuw te beginnen.'' De hulpverlening aan de particuliere slachtoffers, zowel materieel als psycho-sociaal, verloopt over het algemeen naar tevredenheid. Ook de herhuisvesting is – uitzonderingen daargelaten redelijk verlopen. Zeker, zegt mevrouw J. Peters, als directeur van het Informatie- en Adviescentrum (IAC) betrokken bij de nazorg, er wordt wel veel geklaagd aan de balies. ,,Maar dat is niet meer dan normaal. In het begin ben je als slachtoffer verdoofd, later krijg je meer oog voor andere zaken. En dan vind je al snel dat alles te lang duurt.''

En geklaagd wordt er aan de balies van het IAC. Bijvoorbeeld over de financiële regelingen: dat de verzekering op de claim in korting brengt wat door het Rampenfonds eerder aan slachtoffers is uitgekeerd. ,,Gevoelsmatig hebben de mensen die daarover klagen gelijk'', zegt Peters diplomatiek. Het kan echter nauwelijks anders, meent ze. Een andere klacht is dat de hulpverlening te lang duurt, dat de mensen het gevoel hebben dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. ,,De bureaucratie heerst inmiddels weer. Dat komt vooral omdat we alles gewoon goed moeten regelen. We hebben hier in Enschede tot nu toe dertig miljoen gulden uitgekeerd. Daarover moeten we verantwoording afleggen.'' Maar, zegt Peters, om klagers een platform te geven, zal er een ombudsman worden aangesteld, die dergelijke en andere vragen zal onderzoeken. Het IAC heeft tot nu toe 6.000 mensen (van de ongeveer 10.000 inwoners die in het getroffen gebied wonen) aan de balie gehad, die in totaal 15.000 vragen hebben gesteld. De belangrijkste vragen hadden betrekking op de herhuisvesting en op de financiële regelingen die de gemeente had getrokken.

Daarnaast werd er massaal gebeld met het 0800-informatienummer: alleen de eerste twee weken al 35.000 keer en nu nog altijd meer dan 6.000 keer per maand. Peters zegt dat de hulpverlening intussen redelijk goed is gestroomlijnd. Er wordt geprobeerd de mensen direct te helpen of anders zo snel mogelijk met een deskundige in contact te brengen. En daarnaast zijn de baliemedewerkers er op getraind door te vragen om te bepalen of de `klant' geestelijke hulp nodig heeft. Regelmatig komen er mensen met vragen over herhuisvesting of over de financiële regeling, maar lijken dan geestelijk ook fiks beschadigd te zijn. Wanneer dat vermoeden bestaat, wordt er ter plekke een deskundige bijgehaald.

De komende weken, aldus Peters, zal de hulpverlening verfijnd worden. Er zal bijvoorbeeld contact gezocht worden met de mensen die nog niet in het hulpverleningstraject zijn opgenomen, die zich nog niet met vragen aan de balie hebben gemeld. Zoals bijvoorbeeld de achttienjarige Amalia Bendriss, die door deze krant wordt gevolgd en het betreurt dat ze nog nooit door hulpverleners is benaderd. Met zoveel woorden zegt Peters dat daarvoor tot nu toe gewoon geen tijd is geweest.

De `nazorg' rond de ondernemers baart de betrokkenen, zoals gezegd, meer zorg. Van Rooij zit in een aantal subcommissies van de Commissie-Van Lidth de Jeude, de burgemeester van Deventer die de gemeente adviseert over de schade-afhandeling. En in die commissie, aldus Van Rooij, zitten ook ambtenaren van de ministeries van EZ en Binnenlandse Zaken, die ,,langzamerhand toeworstelen naar een vergoeding volgens het model dat na de watersnoodramp in 1995 werd gehanteerd''. Toen kregen getroffen ondernemers een schadevergoeding van 65 procent. En dat, wil Van Rooij maar zeggen, is toch wat anders dan de ,,ruimhartige vergoeding'' die minister-president Kok en de gemeente Enschede pal na de ramp nog voor ogen stond.

Wethouder R. Althof (Financiën) zit ook in de commissie. Hij bevestigt dat er rond het getroffen bedrijfsleven problemen kunnen ontstaan. ,,Voor de particulieren komen we er helemaal uit. Die problemen worden allemaal opgelost. Voor de ondernemers geldt dat niet.'' En nu Althof er toch naar gevraagd wordt: het wordt hem angstig te moede als hij hoort wat voor bedragen de rijksoverheid wil uittrekken voor de wederopbouw van de wijk: ruim 200 miljoen gulden in plaats van de gevraagde 509 miljoen gulden. ,,We hebben voor de schade-afhandeling 1,1 miljard gulden gevraagd. Als ze daar ook twee-vijfde geven, hebben we een groot probleem. Ik heb het angstige gevoel dat het weer ordinair om geld gaat. Dat de compassie verdwenen is.''

DOSSIER ENSCHEDEwww.nrc.nl