Minister Korthals wil hogere straf valsemunters

Met het oog op de bescherming van de euro, die op 1 januari 2002 het wettige betaalmiddel in de meeste EU-landen wordt, moet valsemunterij harder worden aangepakt. Minister Korthals (Justitie) heeft vandaag in de ministerraad voorgesteld het Wetboek van Strafrecht zodanig aan te passen dat het opzettelijk uitgeven van vals geld tot een gevangenisstraf van één jaar kan leiden. De huidige strafbedreiging voor het opzettelijk uitgeven van vals geld bedraagt nu ten hoogste drie maanden.

Het voorstel van Korthals brengt de Nederlandse strafwet in overeenstemming met een besluit dat de Europese Unie eerder heeft genomen ter bescherming van de euro.

Niet alleen de strafmaat wordt aangepast, ook een aantal niet eerder genoemde `gedragingen' zullen in de wet worden genoemd. Het gaat om ,,het ontvangen, zich verschaffen, vervoeren, doorvoeren en uitvoeren van nagemaakt of vals geld, alsmede het ontvangen en zich verschaffen van stoffen en voorwerpen die bestemd zijn voor de valsemunterij''. Met de opsomming vervoeren, invoeren, doorvoeren en uitvoeren worden de `bewegingsgedragingen' met nagemaakt of vals geld sluitend omschreven, stelt Korthals. Het opnemen van de term `uitvoeren' zou tot dusverre niet veel hebben betekend omdat de gulden toch vooral in Nederland wordt gebruikt, maar met de euro ligt dat anders, aldus Korthals.

De Nederlandsche Bank heeft de afgelopen periode met de meest betrokken partijen (banken, waardevervoerders en detailhandel) een omwisselingsscenario uitgewerkt. Dit scenario is al door Financiën goedgekeurd, zodat de praktische voorbereidingen voor de omschakeling nu in volle gang zijn. Inmiddels is bekend geworden dat ook Griekenland gaat deelnemen aan de euro. Op 18 en 19 juni hebben de EU-ministers van Financiën besloten dat Griekenland vanaf 1 januari 2001 als twaalfde lidstaat aan de Economische en Monetaire Unie zal deelnemen. De omrekenkoers tussen de euro en de Griekse drachme is vastgesteld op de volgende waarde: 1 euro = 340,750 drachme. De overgangsperiode voor de Griekse deelname begint op 1 januari 2001 en loopt tot 1 januari 2002.