IJsselmonde wordt gereanimeerd

Volgens twee recent gefuseerde Rotterdamse corporaties hebben de naoorlogse woonwijken betere vooruitzichten dan de Vinex-locaties.

Over vijf tot tien jaar zullen sommige naoorlogse stadswijken in Rotterdam een kwalitatief beter, interessanter en dus concurrerender woonmilieu bieden dan de omringende Vinex-wijken: `kansarme gebieden met zeer dure woningen'. De voorspelling is afkomstig van Frie Theunis en Martien Kromwijk, directeuren van de per 1 juli gefuseerde Rotterdamse woningcorporaties Woonbron en Maasoevers. Maar wil ze bewaarheid worden dan moeten overheid, bedrijfsleven en andere woningcorporaties bereid zijn tot een nieuwe aanpak van de woonkwaliteit.

Woonbron-Maasoevers, de bundeling van twee van de meest innovatieve woningcorporaties in Rotterdam, eigenaar van 36.000 woningen in Rotterdam, Hoogvliet en Spijkenisse, wil bij de herontwikkeling van stadswijken ,,inzetten en aansluiten bij de kracht van een wijk, vastgestelde behoeften en ambities''. Frie Theunis: ,,Monotone wijken, met de Bijlmer als bekendste voorbeeld, zijn achterhaald. Ook in vele naoorlogse eenvormige stadswijken is de woonkwaliteit te laag. Er is behoefte aan forse differentiatie. Wij willen scheve verhoudingen opsporen en, gebruikmakend van de kracht die bij wijken en hun bewoners aanwezig is, het woonmilieu op orde brengen. Om de stad als woonplaats aantrekkelijker te maken.''

De nieuwe corporatie, de op een na grootste in Rotterdam, wil met deze aanpak een bijdrage leveren aan de vernieuwing van de `zuidvleugel' van de Randstad. De door de regering ingestelde Adviescommissie Zuidvleugel constateerde in haar in april van dit jaar gepubliceerde rapport dat de ,,integrale stedelijke vernieuwing'' van Rotterdam, Den Haag, Leiden, Delft en Dordrecht, alsmede van kleinere plaatsen als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis, nodig is om te voorkomen dat de Zuidvleugel ,,zich ontwikkelt tot zorgenkind van Nederland''.

Woonbron-Maasoevers werkt aan een alliantie met acht of negen andere corporaties, in Rotterdam, Dordrecht en de regio Haaglanden, met in totaal zo'n 100.000 woningen. Deze alliantie moet een platform worden om een gezamenlijk beleid uit te dragen over de verbetering van de woonkwaliteit in de Zuidvleugel. Woonbron-Maasoevers investeert de komende tien jaar anderhalf miljard gulden, onder andere aan grootscheepse vernieuwing van het woningbestand in de Rotterdamse `satellietstad' Hoogvliet en in de na de oorlog uit de grond gestampte wijk IJsselmonde. ,,De alliantie die we nastreven, zal de komende tien à twaalf jaar zo'n vijf tot zes miljard investeren'', schat Kromwijk.

Rotterdam, dat naar het woord van burgemeester Opstelten ,,de verkeerde lijstjes in Nederland aanvoert'', werkt al enige jaren aan een meer gedifferentieerd woningaanbod in het stadscentrum, om meer inwoners met hogere inkomens aan te trekken. Theunis: ,,De aanpak van de gemeente is rigide. Ze hanteert een breekijzer om een ontwikkeling af te dwingen. Binnen de `ruit' (van autowegen rond de stad) mag geen uitbreiding in de lage huursector plaatsvinden. Aan de `bovenkant', de vrije sector, wordt bijgebouwd, zoals op de Kop van Zuid, waar meer of minder dure woningen in de vrije sector populair zijn. Aan de `onderkant', bij de huurwoningen, moeten echter ook aanpassingen worden doorgevoerd om het wonen in de stad aantrekkelijk te maken.''

De huursector omvat circa 80 procent van alle woningen in Rotterdam, waardoor het beleid van de corporaties van grote betekenis is voor de stedelijke vernieuwing.

Er komt ook fysieke ruimte voor herontwikkeling van stadswijken. Kromwijk: ,,De bouw op de Vinex-locaties is nu in volle gang. We zien al jaren aankomen dat er een overschot op de woningmarkt zal ontstaan. Leegstand dreigt. Daarnaast is er dus de eenvormigheid in sommige wijken. Wij moeten vermijden dat alleen negatieve keuzes overblijven.'' Voor de woningcorporaties is er dus ook een `eigen belang', erkent Kromwijk. ,,Wij opereren bedrijfseconomisch, maar we hebben een maatschappelijke taak. Het mes snijdt dus aan twee kanten.'' Maar de corporaties hebben in de stad ook te maken met forse concurrentie, erkent Theunis. ,,De corporaties kunnen niet alleen opereren. Met bewoners, overheid en bedrijfsleven moet een gezamenlijke visie worden ontwikkeld.''

Inzetten op de kracht van een wijk als uitgangspunt voor beleid vloeit voort uit het gegeven dat, zo zegt Kromwijk, ,,de schaal waarop we opereren steeds kleiner wordt, en de complexiteit steeds groter''. Theunis: ,,Vrij algemeen, niet alleen in Rotterdam, is tot nu toe gekozen voor het toevoegen van dure woningen aan wijken met overwegend sociale woningbouw. Om zo naar een beter gemiddelde te kruipen. Wij zetten in op de kracht van een wijk en van zijn bewoners. Daarbij kunnen grote verschillen optreden. Ook homogeniteit kan van groot belang zijn. Soms is versterking daarvan beter dan verzwakken. In het algemeen geldt als ons doel opvoering van de sociale samenhang.'' Dat geldt voor de Adviescommissie Zuidvleugel als de grootste uitdaging voor beleidsmakers, zeker in steden als Rotterdam en Den Haag waar de helft van de inwoners in 2015 van allochtone herkomst is.

Soms heeft een wijk een `verborgen' kracht die tot nieuw leven moet worden gewekt. IJsselmonde, een naoorlogse stadswijk in Rotterdam-Zuid, is zeer ruim opgezet. Er is veel groen tussen de bebouwing, die grotendeels bestaat uit verouderde huurflats in eigendom van corporaties. Kromwijk: ,,De woontechnische kwaliteit laat te wensen over. Dat kan worden aangepakt. Met behoud van groen en ruimte en de bestaande sociale structuren kan IJsselmonde herontwikkeld worden tot een attractieve woonwijk, dicht bij het stadscentrum met al zijn voorzieningen. Binnen vijf tot tien jaar kan IJsselmonde al veel meer bieden dan de eenvormige Vinex-wijken.''

    • Jan Gerritsen