Het huis van Malaparte

Een huis als ik, een zelfportret in kamers, terrasen, trappen, uitzichten, gasten, bereikbaarheid. Alles wat iemand zelf is, kan hij (en als ik hij schrijf, bedoel ik ook zij; de emancipatie heeft het nog niet verder gebracht dat het schuine streepje: m/v. Er moet iets anders voor de derde persoon te vinden zijn, iets dat niet bedacht klinkt maar als vanzelf in de circulatie is gekomen - dit terzijde) - kan ook in drie dimensies als bolwerk van het ik worden weergegeven. Montaigne zat eenzaam in zijn torenkamertje. Het kraken van de houten trap, veroorzaakt door de voeten van een bezoeker, kon hem al dol van woede maken. De trap hoorde tot zijn ik. Ludwig Wittgenstein heeft een huis voor zijn zuster ontworpen en laten bouwen. Het staat in Wenen. Tot en met de deurknoppen is het gericht op zijn zusters ik. In de nieuwste architectuur, het Wilde Wonen van Carel Weeber bijvoorbeeld, zien we de wens om `de mensen' meer zeggenschap over hun ruimte te geven, zodat ze zich in hun huis te bewegen volgens de diepste wensen van hun ik. Dan blijkt in deze tijd van individualisering dat veler paradijs bestaat uit een tuin voor, een tuin achter met een schuurtje, een verdieping en een zolder. Wie zal er kwaad van spreken. De eerste bewoners van Corbusiers Unité d'habitation in Marseille klaagden steen en been omdat ze geregeld hun hoofd stoten of van de trap vielen. Om een huis als ik te kunnen bouwen moet je aan twee voorwaarden voldoen: een ik en veel geld hebben.

Een huis als ik, Casa come me, of Casa Malaparte, is de naam van het huis dat Curzio Malaparte voor zichzelf met medewerking van de plaatselijke aannemer Adolfo Amitrano op een rotspunt van Capri heeft laten bouwen. Het is beroemd. Picasso, Breton, Pound en Eliot hebben er gelogeerd, het heeft tot décor voor speelfilms gediend, er zijn documentaires over gemaakt. En onlangs is er ook een boek over verschenen, hoofdzakelijk geschreven en verder geredigeerd door de Amerikaanse architect Michael McDonough, met bijdragen van een stuk of veertig Malaparte-kenners en architectuurkenners, foto's, bouwtekeningen, landkaartjes, een beknopte geschiedenis, kortom alles wat je over de Casa wilt weten.

De geschiedenis van het huis is even wisselvallig als het leven van de schrijver zelf. De eerste steen werd gelegd in 1938, toen Mussolini nog overal in Italië de baas was; het is na allerlei veranderingen in de plannen definitief voltooid in 1944, omstreeks de tijd dat de Duce door vriend Hitler uit zijn Amerikaanse gevangenschap werd bevrijd. Na Malaparte's dood in 1957 dreigde het tot onherstelbare ruïne te vervallen. Maar het werd bijtijds herontdekt. In 1993 begon de restauratie, en nu dient het als conferentieoord voor schrijvers en kunstenaars. De bizarre geest van Malaparte leeft in de geschiedenis van zijn huis, in de ruimten waar hij heeft geleefd. Jammer genoeg kunnen we niet horen wat voor commentaar zijn geest heeft op de voordrachten die nu in de zalen klinken.

Begin 1957 was hij bij Mao Zedong te gast. Van de Grote Roerganger gaat het verhaal dat hij de Techniek van de staatsgreep (1929. Malaparte's internationale doorbraak, zouden we nu zeggen) op zijn nachtkastje had liggen. Mao's biograaf Li Zhisui maakt er geen melding van. Hitler had er een geweldige hekel aan omdat het laatste hoofdstuk in de oorspronkelijke uitgave als titel draagt Une femme: Hitler. De Technique was het eerste wat ik van Malaparte las, in een uitgaafje van Bernard Grasset, eind jaren veertig. Een openbaring, ook al door het voorwoord waarin de schrijver in de eerste zin verklaart dat hij het boek dat hem beroemd heeft gemaakt, haat. `Ik haat dit boek. Ik haat het tot in het diepst van mijn hart.'

Toen kwam ik De huid tegen, in Duitse vertaling, in 1950. Even bizar, even hondsbrutaal op de muziek van zijn melodramatische stijl gezet, even ernstig. Bij stukjes en beetjes, uit flapteksten en besprekingen, scharrelde ik zijn biografie bijelkaar. Toen werd hij in China dodelijk ziek, ging terug naar Italië, werd op het nippertje katholiek en stierf, na de voorafgaande dagen op de band zijn gewaarwordingen als stervende te hebben ingesproken. In de Haagse Post van 27 juli 1957 staan een aantal fragmenten.

Eindelijk verscheen, bij mijn weten, de eerste beknopte biografie, die ik lang geleden heb uitgeleend en dus ben kwijtgeraakt. Er wordt een verhaal in verteld dat de schrijver recht doet. Twee vrienden zijn in de auto op weg om hem in zijn laatste uren bij te staan. Ter hoogte van Lagonegro of daaromtrent, op klaarlichte dag, verduisterde zich de hemel. Wolkbreuken. Plotseling schoot een bliksemstraal uit het zwerk, sloeg in juist voor de auto, terwijl er een ratelende donderslag klonk, zoals de vrienden nog nooit hadden gehoord. `Malaparte is gestorven,' zeiden ze tegen elkaar. Zo bleek het ook te zijn.

Casa Malaparte laat iets van zijn ruimtelijke omgeving zien.

Malaparte - A House Like Me. Clarkson Potter Publishers, New York;Duitse uitgave: Malaparte, ein Haus wie Ich. Knesebeck, München