Het Feest van de Depressie

De musical `42nd Street' die volgende maand in Amsterdam in première gaat, is gebaseerd op het gefilmde massale Broadway-dans- spektakel uit 1933.

Benen en connecties. Daarmee kwam een chorine aan de slag in Hollywood. Enige danservaring kon geen kwaad. Zang en spel hoefden niet perfect te zijn; de juiste maten – van enkels, kuiten, heupen, taille tot borsten – strekten tot aanbeveling. Met de intrede van de geluidsfilm eind jaren twintig kwam er bij de grote studio's emplooi voor honderden, vooral vrouwelijke rekruten. Sommigen kregen een contract voor meer dan één musicalfilm. Een enkele hoofer wist tapdansend en highkickend uit de anonimiteit te raken. De meerderheid leende haar meestal schaars gekostumeerde lichaam voor massamanoeuvres, wat op spectaculaire wijze gedemonstreerd wordt in 42nd Street, de invloedrijke `achter-de-schermen'-film uit begin 1933.

De theatershow 42nd Street uit 1980, die zondag 17 september zijn Nederlandse première beleeft, is een eeuwigheid verwijderd van de film waarop hij is gebaseerd. Het kan ook niet anders. Nú biedt het verhaal over de productie van een Broadwaymusical een nostalgische terugblik. Destijds was het hoogst actueel. Want bij alle gevatte dialogen en grandioze shownummers heerst in de film een koortsige, zwartgallige stemming die bijna zeventig jaar geleden documentair moet hebben geleken.

Het was een duistere periode, tussen Jazz Age en Tweede Wereldoorlog in, die een aanvang had genomen met de Wall Street Crash van oktober 1929, toen de oververhitte aandelenmarkt instortte. In korte tijd raakten 15 miljoen Amerikanen werkloos. Extreme droogte en andere natuurrampen veroorzaakten voedselschaarste en ontvolkten het platteland. De door de overheid verordonneerde drooglegging mobiliseerde de georganiseerde misdaad. Het waren de jaren van breadlines en bathtub gin.

De Depressie trof ook Broadway, het theatercentrum van New York. Op 42nd Street (`where the underworld meets the elite', zoals tekstdichter Al Dubin spitsvondig rijmde) sloot de ene na de andere schouwburg. Alle personages uit 42nd Street hebben er mee te maken. De neerslachtige regisseur is zijn kapitaal kwijtgeraakt. De melancholieke ster laat zich onderhouden door een sugardaddy. Haar grote liefde zet elke dag na een vergeefse banenjacht de bloem uit zijn knoopsgat in een glaasje in de ijskast. Het wereldwijze cynisme van een van de chorines spreekt boekdelen: `You know she makes 45 dollar and she sends her mother 100', luidt de verwijzing naar de nevenverdiensten van showgirls. Zelfs de sterren uit de `Roaring Twenties' zaten zonder werk en moesten naar de gaarkeukens.

Wie geluk had, kreeg een aanbieding aan de westkust; de Depressie betekende een goudmijn voor de Amerikaanse filmindustrie. Hollywood confisqueerde Broadway's specialisme, de musical. Tot aan 42nd Street gebeurde dat letterlijk: een theaterenscenering, veelal gemodelleerd naar de Ziegfeld-revues uit New York, werd geregistreerd vanuit de zaal, netjes met een streepje podium eronder. Dat veranderde toen Darryl F. Zanuck, producent van Warner Brothers, een 37-jarige dansregisseur van MGM wegkaapte.

Busby Berkeley William Enos, zoon van toneelspelers, `was born in a trunk', zoals dat in artiestenkringen heet. Hij gaarde roem als excercitie-officier tijdens de Eerste Wereldoorlog. Volgens zijn biografie zagen de parades onder zijn regie er zo onoverwinnelijk uit, dat de Franse legertop op hem aasde. Voor hij het front haalde, was de wapenstilstand afgekondigd. Van drillen wist Busby Berkeley alles af, van ballet had hij hoegenaamd geen benul. In interviews memoreerde hij graag hoe hij zijn basiskennis opdeed. Bij zijn eerste opdracht in Hollywood vroeg hij vijf chorines achtereenvolgens de eerste tot en met de vijfde positie in te nemen en lette goed op wat ze deden. Berkeley, bijgenaamd de `One-two-three-kick!-Kid' en `Buzz' voor zijn vrienden, had bravoure en visie. En een motief waarop hij eindeloos bleef variëren. In 42nd Street paraderen eender geklede groepen vrouwen op de pakkend georkestreerde melodie van het Warren en Dubin-nummer `Young and Healthy' in ingenieuze geometrische motieven over draaiende platforms. De camera registreert niet, maar participeert, als een alziend oog, als een gluurder die zijn handen bijna niet thuis kan houden. Van hoog boven de set – Berkeley had een gat in het studiodak later hakken om het hoogst mogelijke standpunt in te kunnen nemen – daalt hij af naar zijn wervelende prooien en scheert in een feilloze zwenk door de poort van ferm in spreidstand gepositioneerde vrouwenbenen, om tot stilstand te komen voor het guitig lachende tweetal waarmee de scène begon. De man is crooner Dick Powell. De vrouw, haar volle poppengezicht omkranst door platinablonde krullen, is Toby Wing, de meest gebruikte chorine uit die jaren. ,,Gelukkig liet hij ons ongemoeid', vertelde zij op bejaarde leeftijd in een interview. Berkeley, die overmatig dronk, zes keer trouwde, een gat in zijn hand had, vrijgesproken werd van een aanrijding met dodelijke afloop, maar goed voor zijn moeder zorgde, gedroeg zich op de set onberispelijk.

Voyeurisme

Op hun beurt lieten de puriteinen die Hollywood in de gaten hielden Berkeley's ensceneringen ongemoeid. Klaarblijkelijk omdat het muzikale scènes betrof. Berkeley's beeldvullend voyeurisme, van schalks tot sardonisch, had een abstracte kwaliteit. Of, zoals de zweterige sugardaddy uit 42nd Street vertwijfeld uitroept: `Na drie weken beschouw ik benen als werktuigen om op te staan.'

Ofschoon later vaak geprobeerd is Berkeley's werk te evenaren, zijn het alleen grote danskunstenaars en filmers geweest die met goed gevolg inspiratie bij hem opdeden.

De beroemde treinscène uit Billy Wilders klassieker Some like it Hot (met onder anderen Marilyn Monroe en Jack Lemmon) stamt beslist af van het nummer `Shuffle Off to Buffalo' uit 42nd Street. Een pasgetrouwd stelletje begint de huwelijksreis met een duet op het achterbalkon van een treinstel. Plotseling splijt het decor open en bevindt het tweetal zich in een slaapwagon, waar sensuele chorines in baby-dolls vanaf hun couchettes de aanvang van de huwelijksnacht zingend en gesticulerend becommentariëren.

Bij Berkeley pronkt nooit één vrouw met haar lichaam, het is altijd een tableau dat in uitgekiende formaties beweegt, daarin gesteund door wentelende stellages, trappen of spiegels en opmerkelijke rekwisieten als tandem-schommelstoelen, toilettafels, reuzenfruit of 56 witte vleugels. Berkeley was veeleer een bewegingskunstenaar dan een choreograaf.

Een heel bataljon voert een schaduwstriptease uit in het nummer `Pettin' in the Park' (Golddiggers of 1933): menselijke handelingen krijgen een vervreemdende schoonheid als je ze dupliceert.

En ze veroorzaken een onvergetelijk kippenveleffect wanneer ze, in dezelfde film, worden uitgevoerd door honderdvijftig traag schuifelende mannen als aankleding van Joan Blondells hartverscheurende Depressie-exposé `Remember My Forgotten Man.'

Ook choreograaf George Balanchine, die op Broadway werkte voordat hij zijn New York City Ballet formeerde, heeft naar Berkeley gekeken: in zijn ballet Stars and Stripes tilde hij het excerceren, waarmee Berkeley eind jaren dertig het Amerikaanse publiek met vooruitziende blik vertrouwd maakte, tot het hoogste artistieke plan.

Was voor Balanchine het credo: Ballet is Woman, voor Berkeley gold: Vrouw is dans. Als de Hitchcock van de Hollywoodmusical pleegde hij in tal van scènes een aanslag op het vrouwelijk schoon.

Vloeiend bestrijkt de camera een tafereel aan de zelfkant van New York in het finale- en titelnummer van 42nd Street. Hoeren, pooiers en vechters bevolken strak deinend alle hoeken en gaten van een huizenblok. (Dat het hier onmogelijk een theaterenscenering kan betreffen, deert de kijker allang niet meer.) Loerend in een van de kamertjes betrappen we een woesteling die een nachtvlinder belaagt. Zij laat zich aan een gordijn uit het raam glijden, springt, wordt opgevangen en danst op straat verder, totdat de kerel het gebouw uitsnelt en haar doodsteekt. Het gestyleerde feest gaat gewoon door tot in de climax van de finale, een ander typisch Berkeley-kenmerk, dat naderhand vooral in de Chinese Volksrepubliek geperfectioneerd is. Het corps de ballet bestijgt op de rug gezien voetje voor voetje een hoge brede trap. Als het zich omdraait, ontvouwt zich de bordkartonnen skyline van New York, met de stralende gezichten van Dick Powell en co-ster Ruby Keeler erboven.

De show is een succes, al eindigt de film in mineur met de eenzame regisseur buiten op de trap van de artiesteningang. Het had Lloyd Bacon kunnen zijn, de officiële regisseur van 42nd Street, want alle lof ging naar Berkeley.

Jack Warner, gepassioneerd democraat, gebruikte de installatie van Franklin Delano Roosevelt om de film groots te lanceren: `Inaugurating a New Deal in Entertainment.' Of de economische maatregelen die de nieuwe president verkondigde eenzelfde reikwijdte hadden als de film. Maar zo was het ook: `Sawyer, you're going out a youngster, but you've got to come back a star!' drukt de regisseur invalster Peggy Sawyer (Ruby Keelers eerste filmrol) op het hart. 42nd Street werd een hit, Berkeley een begrip.

De musical `42nd Street' door Joop van den Ende Theaterproducties gaat 17 sept in première in Carré in Amsterdam. Tournee door het land t/m 24 juni 2001. Kaarten en inl. 0900 - 3005000 (Reserveerlijn) en 0900-9203 (Nationale Theaterkassa).

Dansregisseur Busby Berkely had naam gemaakt als exercitie-officier in de Eerste Wereldoorlog

    • Jessica Voeten