Fel debat hervorming in Zuid-Afrika

Het gaat goed met de Zuid-Afrikaanse economie, zegt de regering. Het gaat slecht met de economie, zegt de vakbeweging. Wie heeft er gelijk? Analisten en politici verschillen daarover van mening.

Alec Erwin, minister van handel en industrie namens het ANC sinds 1996, is ook nog altijd lid van de communistische partij. Dat valt niet uit zijn beleid of zijn woorden op te maken. Deze week verdedigde de bewindsman op het congres van de metaalwerkersbond onomwonden het neoliberale regeringsbeleid, waarvan privatisering, terugdringen van het begrotingstekort en bezuiniging op overheidsuitgaven enkele kernpunten zijn. Erwin kreeg daarna lik op stuk van vakbondsleider Zwelinzima Vavi, een `echte' communist, die een lange tirade hield tegen de regering en tegen het kapitalisme. Het zette andermaal de tripartiete alliantie van ANC, communistische partij en vakcentrale Cosatu onder druk.

,,Op naar de strijd voor het socialisme in de 21ste eeuw'' luidde de leus van de metaalwerkersbond, traditioneel een rood bolwerk, een thema waar Vavi zich prima zich behaaglijk bij voelde. ,,De Zuid-Afrikaanse bourgeoisie, ondersteund door haar internationale vriendenkring, is bezig met een klassenstrijd gericht op het kapotmaken van onze progressieve arbeidswetten'', aldus de vakbondsman. Vavi kondigde ,,bloed op de werkvloer'' aan en ,,staking van ongekende omvang'' als de regering haar plannen doorzet de arbeidswetgeving te veranderen. Arbeidsminister Membathisi Mdladlana een ex-vakbondsleider en mogelijk ook lid van de communistische partij wil het ondermeer makkelijker maken mensen te ontslaan en wil werkgevers de mogelijkheid geven meer flexibele werktijden in te voeren. De bonden zijn ook mordicus tegen elke vorm van privatisering en dat terwijl de regering meer en meer overheidsbedrijven afstoot. Minister Erwin was duidelijk niet op zijn gemak. ,,We moesten de structuur van de economie veranderen de banen van sommigen moesten verdwijnen'', zei een beschroomde Erwin. Hij voegde er aan toe dat de bonden ,,uiteraard het recht'' hadden tegen het beleid te protesteren. ,,Ik verwacht niet anders, daar bent u vakbondsmensen voor'', zei Erwin tegen een muisstille zaal.

De tripartiete alliantie stamt uit de tijd van de apartheid toen organisatorische eenheid tegen de blanke minderheidsregering van groot belang werd geacht. Nadat het ANC in 1994 via democratische verkiezingen aan de macht kwam bleef de coalitie bestaan, vanuit een zacht-socialistische gedachte dat `werkers' het immers eens waren over het te voeren beleid. De communistische partij (SACP) besloot geen leden naar het parlement af te vaardigen, maar dit via het ANC te doen het partijreglement bepaalde dat men ook lid mocht zijn van het ANC.

Maar in de praktijk van het regeren liepen de meningen al snel uiteen. Terwijl men in het kabinet (van president Nelson Mandela) tot de overtuiging kwam dat Zuid-Afrika alleen door vérgaande liberalisatie van de economie een internationale speler van betekenis zou kunnen worden, bleven vakbeweging en de leiding van de SACP halsstarrig vasthouden aan hun `streven naar het socialisme'. De ironie wil dat juist onder het apartheidssysteem cruciale sectoren van de maatschappij in staatshanden waren, een situatie die de bonden het liefst zo hadden willen laten.

Maar de apartheidseconomie was in haar laatste jaren volledig vastgelopen, met een verziekt investeringsklimaat en negatieve groei. Vandaar dat het ANC, ondanks zijn verbondenheid met de linkse alliantie, besloot al in 1996 tot de invoering van een ambitieus neoliberaal hervormingsprogramma onder de naam GEAR (groei, werkgelegenheid en herverdeling). Het plan slaagde gedeeltelijk: de inflatie en het begrotingstekort werden teruggedrongen en de rentetarieven gingen omlaag.

Maar andere gestelde doelen werden bij lange na niet gehaald. In plaats van de beoogde 800.000 nieuwe banen gingen er netto meer dan 500.000 arbeidsplaatsen verloren. Er had geen 60 procent groei plaats maar slechts 2.5, 0.5 en 1.2 in 1997, 1998 en 1999. Deels was dit te wijten aan factoren buiten het land, zoals de wereldwijde financiële crisis, en deels moet Zuid-Afrika de schuld bij zichzelf zoeken. Voor dit jaar zijn de vooruitzichten het beste sinds de invoering van GEAR: een verwachte groei tot 3 procent. De vraag is of de regering niet ver genoeg is gegaan in het omploegen van 's lands economie of gaat ze juist te ver?

Howard Preece, de ervaren commentator van Finance Week denkt het eerste. Preece relativeert de hoerastemming over de economische groei. Vier procent groei is volgens hem nodig om op internationaal niveau ten minste bij te blijven, terwijl eigenlijk meer nodig is om de achterstand op grote industrielanden in te lopen. De analist ziet als belangrijkste oorzaak van het achterblijven het feit dat er in de tripartiete alliantie te veel mensen rondlopen die het bedrijfsleven zien als ,,de vijand die moet worden bestreden in naam van de bevrijding''.

Als belangrijke krachten als de vakbonden niet accepteren dat `de politieke strijd' is gestreden en dat er nu gewerkt moet worden, is het regeringsbeleid gedoemd te mislukken, stelt Preece en dan zal Zuid-Afrika over enige jaren sterk terugzakken.

Cosatu en de communisten vinden daarentegen dat de regering al veel te ver is gegaan en zijn mordicus tegen meer veranderingen, nieuwe privatiseringen en aangepaste arbeidswetgeving. Blade Nzimande, de invloedrijke secretaris-generaal van de SACP zei het dezer dagen nog eens heel duidelijk: ,,Privatisering is een ramp, het komt alleen de rijken ten goede.''

    • Lolke van der Heide