Een avonturier met turbodijen

Hoewel hij gisteren de leiderstrui moest inleveren, is de 23-jarige Robert Hunter de verrassing in de Ronde van Nederland. De Zuid-Afrikaanse wielrenner won twee massasprints.

Op zijn bed liggen de Nederlandse kranten verspreid. Hij spreekt de taal mondjesmaat, maar verkiest een gesprek in het Engels. Op de achtergrond dreunt de popmuziek door de luidsprekers. Hij staat nog onder de douche als de eerste vraag wordt gesteld. De chaos in zijn hotelkamer is kenmerkend voor een sportman die vanaf de pubertijd op avontuur is. De traditionele wielerwetten zijn niet besteed aan de 23-jarige Robert Hunter. ,,Ik heb geen geduld. Ik wil vandaag winnen, morgen is te laat.''

Hij beantwoordt aan de clichébeelden van wielrenners uit de Angelsaksische landen. Hij treedt in de voetsporen van de Amerikaan Greg LeMond, de Canadees Steve Bauer, de Australiër Phil Anderson en de Nieuw-Zeelander Neil Stephens. Globetrotters met een missie. Met een rugzak en een racefiets gingen ze op goed geluk naar Europa. Hunter verliet zijn vaderland vier jaar geleden. Hij was een talentvolle coureur die een paar spaarcenten als ober had verdiend. ,,Ik had niks te verliezen. Het was een kwestie van durven. Heimwee heb ik nooit gehad.''

Hunter was goed in rugby, cricket en voetbal, net als duizenden leeftijdgenoten. Het milde klimaat en de harde leerschool zijn prestatiebevorderende middelen in Zuid-Afrika. Hunter woonde in het forenzendorp Rooderpoort en kent de Nederlandse voorgeschiedenis van zijn geboorteland. Hij koos voor een minder populaire sport. In het wielrennen is geen geld te verdienen in Zuid-Afrika. ,,Wij noemen het fun riding'', verduidelijkt hij het verschil tussen tijdverdrijf en professionalisme.

Hunter besloot van zijn hobby zijn beroep maken. Hij verhuisde naar het Belgische Hasselt, waar hij met tien landgenoten de amateurstatus verwierf. ,,We woonden met z'n allen in een pension. Daar was het pas echt een puinhoop'', zegt hij tijdens het afdrogen van zijn gespierde lijf. Turbodijen en ballonkuiten, Hunter heeft het lichaam van een sprinter.

Hij vertelt over zijn verhuizing naar de Véloclub Lugano, een kweekvijver van Zwitsers en Italiaanse wielertalent. Hij maakte naam in de massasprints, maar kon op de andere disciplines ook redelijk uit de voeten. Vorig jaar kreeg Hunter een contract aangeboden bij de Italiaanse sponsor Lampre. Hij won als neo-prof een etappe in de Ronde van Spanje. Hij werd voor vol aangezien, leerde knechten en maakte zich de Europese wielerwetten eigen. ,,Dit is een vreemde sport. Aanvallen is mijn tweede natuur. Jullie houden meer van verdedigen.''

Hunter bewoont tegenwoordig een appartement met uitzicht op het Comomeer. Hij beschouwt Italië als zijn tweede vaderland en spreekt laatdunkend over het kille klimaat in Nederland en België. Op de parkeerplaats van het hotel in Franeker bevestigt ploegleider Theo de Rooy van Rabobank dat hij vorig seizoen een balletje heeft opgegooid. ,,Ik had geen schijn van kans'', zegt De Rooy. ,,Hunter staat nog onder contract en hij wil helemaal niet weg.''

Hunter is de enige Zuid-Afrikaanse wielrenner die in het profpeloton successen viert. Zijn landgenoten David George en Tiaan Kannemeyer rijden zich zelden in de schijnwerpers. Hunter is de ideale vraagbaak voor de sportkrant in Johannesburg. Met het oog op de Olympische Spelen in Sydney, waar hij volgende maand deelneemt aan de wegwedstrijd, wordt hij bijna dagelijks gebeld door ene Wijnand de Willis, een bevriende journalist van De Beeld. ,,Ik vertel geen dopingverhalen. Niemand is gebaat bij de roddels die jullie verspreiden.''

Zijn afwezigheid in de Tour de France – zijn ploeg kreeg geen wildcard van de organisatie – beschouwt hij nu als een voordeel. ,,Ik heb deze zomer rustig aan gedaan en ben beter in vorm dan de andere renners die de Tour wél hebben gereden. Een gouden medaille zou geweldig zijn. Voor mijzelf, maar ook voor de wielersport in Zuid-Afrika. Daar telt vooral The Argus, een koers met 35.000 deelnemers. Alle grote internationale wedstrijden zijn minder belangrijk. Ik werd een keer tweede. Shit!''

Hunter is een rijkeluiszoon die in zijn jeugd weinig met zwarte kinderen optrok. Na de afschaffing van de apartheid ging hij naar een gemengde school. Spelen en sporten deed hij voornamelijk met blanke kinderen. De ontspannen sfeer wordt grimmiger als hij met politieke onderwerpen wordt geconfronteerd. Op zijn beurt stelt Hunter enkele vragen. ,,Hoeveel zwarte vrienden heeft u? Hoeveel zwarte wielrenners telt Nederland? Kan ik er wat aan doen dat de wereld zo in elkaar steekt?''

    • Jaap Bloembergen