Blair Witch avant la lettre

Wacht even. Vier mannen die een kanotochtje maken in de wildernis, een geestelijk gehandicapte jongen die banjo speelt en dan wordt een van die mannen verkracht en iemand anders vermoord. En dat noem jij een film? Zo ongeveer moet het gesprekje op het kantoor van de Warner Bros. studio hebben geklonken, ergens begin jaren zeventig. Dirty Harry, A Clockwork Orange, The Exorcist en Mean Streets waren net uitgekomen, of stonden op de rol. Buiten of net binnen het grote Hollywoodbouwwerk van studio's, sterren en succesformules was een generatie filmmakers aan het werk met een eigen geluid en ze wisten met die persoonlijke producties zonder glamour ook nog een publiek te overtuigen.

Maar een film over een survivaltochtje van vier stadse rakkers? Die peddelend op de Chattooga-rivier, ergens tussen onneembare Appalachen mot krijgen met de streekbewoners, een tandeloos en achterlijk gebroed, het resultaat van generaties inteelt? De Engelse regisseur John Boorman was bovendien niet zo maar een outsider, zoals Martin Scorsese, Francis Ford Coppola, Steven Spielberg en William Friedkin dat waren. Hij was zowat geboren op de drempel van de Londense Shepperton-studio's.

Alle verontwaardiging van de Warner-bazen ten spijt, de rest is zoals dat heet, geschiedenis. Deliverance werd gemaakt. Burt Reynolds, John Voight, Ned Beatty en Ronny Cox werden gecast in de hoofdrollen, het ijzingwekkende verhaal van scenarist James Dickey (die zijn eigen boek tot scenario bewerkte) en het ogenschijnlijk eenvoudige camerawerk van de Hongaarse director of photography Vilmos Zsigmond (in 1977 een Oscar voor de fotografie van Close Encounters of the Third Kind) deden de rest.

Het was 1972, de Vietnam-oorlog was in volle gang, ergens in de Republikeinse hoofdkwartieren begon het te rommelen en daar ver in het Appalachen-gebergte werd het laatste restje menselijke waardigheid zorgvuldig onttakeld. Deliverance is een avonturenfilm, maar ook een psychologische thriller. Wie vorig jaar van The Blair Witch Project heeft genoten, zal Deliverance ook naar waarde weten te schatten. Hier geen bovennatuurlijke verschijnselen of hekserij, maar het onberedeneerde kwaad dat in de mens zelf huist.

Je hebt een goede baan, een leuk huis, een lieve vrouw en een aardig kind, waarom ben je dan hier in de wildernis, met mij, vraagt Burt Reynolds aan het begin van de film aan zijn drie vrienden. Eerst ontpopt hij zich nog als stoere advocaat van de duivel, maar later, als de geluiden van de nacht, het gefluister en het geritsel van de struiken zijn gekomen, staat ook zijn gezicht strak. Wanneer groeit het besef dat zij daar wel eens niet levend vandaan zullen komen? De ontreddering en radeloosheid van die mannen is hartverscheurend en angstaanjagend tegelijk.

Deliverance (John Boorman, 1972, VS), Canvas, 22.50-0.35u.

    • Dana Linssen