Bieten en overspel

In de laatste van een serie recensies van romans die in het literaire hoogseizoen ten onrechte onopgemerkt bleven deze week

`De groene gloed' van Corine Kisling (De Arbeiderspers/ Archipel, 335 blz. ƒ34,95).

Dat kruisbestuiving tussen kunst en commercie in de literatuur tot een goede oogst kan leiden, bewijst Corine Kisling met haar roman De groene gloed. Zoals vorig jaar in de rubriek `Uit het lood' in deze krant werd gemeld, schreef Kisling haar roman in opdracht van de Suikerunie, die het boek bij haar honderdjarig bestaan in 1999 als jubileumgeschenk aan medewerkers en relaties cadeau deed. Aangezien het bedrijf ooit begon als een coöperatie van suikerbietenboeren, was de setting van de roman daarmee een gegeven. Toch is het nu officieel uitgegeven boek in de verste verte geen droge geschiedenis van honderd jaar suikerbietenbedrijf in Nederland. Veel meer dan dat er Auris- en Atlantisbieten bestaan, voor het verbouwen waarvan `de bodem' van wezenlijk belang is, kom je over het verbouwen van suikerbieten niet te weten. De roman draait wel om `de bodem', maar dan in overdrachtelijke zin.

Kislings hoofdpersoon is de vijfendertigjarige Hannah Best, geboren op een boerderij in Belderhoek, waar haar ouders nog steeds wonen, en die binnenkort overgenomen zal worden door haar jongere broer. Zelf is Hannah al jong op de vlucht gegaan voor de muffe bekrompenheid van het platteland, samengebald in het op de schoorsteen staande, smakeloze bordje `Oost, west, thuis best'. `Met zevenmijlslaarzen' ging Hannah door het stadse leven, racend tegen de klok, vliegend tussen baan, man en huis. Maar wanneer haar huwelijk op de klippen loopt, ze longontsteking krijgt en bovendien haar baan verliest, keert ze terug naar haar meisjeskamer om de crisis in haar leven het hoofd te bieden.

Vanaf dat moment laat Kisling haar verhaal breed uitwaaieren. Het vertelperspectief springt van het ene personage naar het andere en er wordt een groot aantal thema's aangesneden, variërend van vergankelijkheid tot ongewenste intimiteiten, van chantage tot overspel. Al op bladzijde 24 schrijft Kisling dat `het voordeel van literatuur is dat je de wereld naar je hand kunt zetten' en dat is dan ook precies wat ze doet. Met strakke hand regisseert ze haar personages. Als lezer krijg je, in ieder nieuw hoofdstuk, precies afgepaste brokjes informatie toegeschoven – een paar zinnen over een vreemde voorouder, een alinea over een geheimzinnig bezoek of een verwijzing naar een gebeurtenis uit Hannahs jeugd. Het is een Agatha Christie-achtige methode, die maakt dat je het boek niet gemakkelijk opzij legt.

Hannah hoort 's nachts voetstappen op de trap. Ze heeft visioenen van een op haar lijkende vrouw, een `doorzichtige schoonheid' die in haar kamer gestorven zou zijn en besluit tot een speurtocht naar haar voorouders in de vrouwelijke lijn. Daarbij wordt ze geholpen door haar vroegere schoolkameraad, de goeiige Adriaan Beelo, die de drijvende kracht is achter de plaatselijke oudheidkundige kring en in zijn huis het streekmuseum heeft ondergebracht. Ook haar grootvader, oprichter van verzetsgroep `De groene gloed', weet meer over het verleden dan hij in eerste instantie kwijt wil. Zijn vechtersinstinct komt goed van pas nu een louche, anonieme makelaar met grootse nieuwbouwplannen – naar later blijkt zijn eigen kleinzoon – hem uit zijn huis wil verdrijven.

Spitten in familiearchieven is voor Hannah, die zichzelf nooit heeft beschouwd als `een mens van het verleden', eerst niet meer dan een bezigheidstherapie, maar al snel raakt ze erdoor gegrepen. In bewaard gebleven brieven leest ze tussen de regels door dat een van haar voorouders wel eens vermoord zou kunnen zijn. Portretten aan de wand van het streekmuseum vertellen haar verhalen over gifmengsters, ziekelijk jaloerse echtgenoten en onopgehelderde verdwijningen. Gebeurtenissen uit het verleden relativeren het heden en Hannahs persoonlijke queeste eindigt uiteindelijk waar zij begon: tussen de Auris en de Atlantis.

In De groene gloed staan dorpsbewoners tegenover `stadsuitwijkelingen', boeren tegenover `rammelaars' (op geld beluste zwendelaars). Er is trouw versus overspel, haastig heden versus de eeuwigheid. Vaardig laat Corine Kisling aan het einde van haar boek, in een handomdraai, alle draden uit heden en verleden bij elkaar komen. Skeletten worden opgegraven en granaten komen tot ontploffing. Ieder mysterie wordt opgelost, al komt de definitieve wending wel wat uit de lucht vallen – net als bij Agatha Christie. Geen detail blijft onbesproken. Geen raadsel blijft knagen. Corine Kisling zette de wereld volmaakt naar haar hand. Misschien net wat té volmaakt.

Nederlandse literatuur