`Artsen hebben recht op voorrang'

Voorrang in het ziekenhuis voor een zieke werknemer? De Nederlandse artsenstand wil er op het eerste oog niet van weten. Zo'n 80 procent vindt dat de medische zorg voor iedereen in gelijke mate toegankelijk moet zijn. Tweederde meent dat patiënten alleen op medische gronden voorrang zouden mogen krijgen, zo leert een onderzoek onder leden van de landelijke artsenbond KNMG waarvan de resultaten zijn te vinden in het weekblad Medisch Contact.

Die `gelijke toegang' blijkt echter voor de artsen een rekbaar begrip te zijn. Neem bijvoorbeeld patiënten die in hun gewone doen een `belangrijke functie in de samenleving' vervullen: bijna de helft van de artsen vindt dat die recht hebben op voorrangsbehandeling. Medisch Contact rekent daartoe ook spelers van de voetbalclub Ajax. Die worden vrijwel meteen geholpen, zo merkt het blad op. Maar de belangrijkste maatschappelijke functie lijken de artsen zelf uit te oefenen: ruim 60 procent van hen vindt dat een zieke collega met voorrang moet kunnen worden behandeld.

En ruim eenderde vindt dat dit ook voor familieleden van hun collega's geldt.

Driekwart van de artsen vindt dat zieke werknemers `niet zonder meer' met voorrang mogen worden behandeld. Maar als voorrangszorg kortere wachtlijsten tot gevolg heeft daalt het percentage artsen dat daar bezwaar tegen heeft tot 45.

Daar staat dan weer tegenover dat ruim 60 procent vraagtekens zet bij de komst van bedrijvenpoli's en privé-klinieken waar de werkgevers met hun zieke werknemers terecht kunnen. Deze artsen vrezen dat het personeelstekort er alleen maar groter door wordt waardoor de gewone zorg in het gedrang komt.