`Agent' DEA in Nederland actief

Het openbaar ministerie heeft de Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie DEA toegestaan een geheim agent in Nederland te laten infiltreren in de drugsbende van `Godmother' Thea Moear.

Vorig jaar heeft de Groningse officier van justitie R. Drenth de DEA toestemming gegeven om in Nederland een geheim agent in te zetten die in Nederland onderhandelingen voerde met de 49-jarige Moear – naar eigen zeggen voormalige rechterhand van wijlen drugsbaas Klaas Bruinsma – en haar 56-jarige Italiaanse levenspartner Antonio Vincenso B. In die gesprekken bood Moear aan ,,150.000 pillen ecstasy en een nog nader te bepalen hoeveelheid heroïne'' te willen leveren aan afnemers in de Verenigde Staten.

Dit staat in de vertrouwelijke rechtshulpverzoeken van de federale officier van justitie voor het zuidelijk gewest van Florida. Deze krant beschikt over afschriften. Moear werd dit voorjaar bekend omdat zij toen een boek over haar criminele activiteiten in de media onder de aandacht bracht. De Nederlandse politie heeft op verzoek van de Amerikanen ontmoetingen van Moear geobserveerd en telefoongesprekken afgetapt. Nadat er ruim een jaar lang bewijsmateriaal is verzameld, werd Moear begin deze maand samen met twee handlangers gearresteerd in haar woonplaats Panama-Stad.

Vergaande infiltratie is sinds de IRT-affaire in Nederland een omstreden opsporingsmethode. Het gebruik van criminele burgerinfiltranten is door de Tweede Kamer in ieder geval expliciet verboden. Advocaat G. Spong, die een medeverdachte van Moear bijstaat, zegt ,,ernstige vermoedens'' te hebben dat de in de stukken als `geheim agent' aangeduide man een criminele burgerinfiltrant is uit Panama.

Een officier van justitie belast met drugsbestrijding zegt desgevraagd dat in het inlichtingenwerk de term `geheim agent' jargon is voor criminele burgerinfiltrant. Persofficier G. de Haas uit Zwolle zegt dat deze ingezette geheim agent opsporingsambtenaar was. De inzet van de buitenlandse agent is volgens hem goedgekeurd door de top van het OM.

Binnen het openbaar ministerie en onder strafrechtadvocaten valt te beluisteren dat buitenlandse agenten, met name op het gebied van drugsbestrijding, steeds vaker actief zijn op Nederlands grondgebied. ,,Die gebruiken dan de vergaande opsporingsmethodes die we hier niet langer toestaan'', zegt Spong.

OM-woordvoerder E. Stolwijk zegt geen cijfers te mogen geven, maar hij bevestigt dat ,,de indruk juist is dat er vaker buitenlandse agenten in Nederland worden gebruikt voor infiltratie''.

Dit komt volgens hem niet door de dit jaar van kracht geworden nieuwe Wet bijzondere opsporingsmethodes. ,,Nederland is zo klein dat het handig is onbekende buitenlandse agenten te gebruiken in onderzoeken'', aldus Stolwijk.

Vorige week hebben de Kamerleden Rouvoet en Kalsbeek de minister van Justitie om opheldering gevraagd over inzet in maart van een criminele burgerinfiltrant in een Amsterdams hasjonderzoek. Justitie zegt dat dit mocht omdat de infiltrant, een Pakistaanse hasjhandelaar, diende als lokvogel.

De infiltratie in de zaak van Moear duurde ruim een jaar. Pikant is dat Moear onder observatie van de politie stond toen ze dit voorjaar in Nederland een promotietoernee hield ter gelegenheid van de verschijning van de door haar geautoriseerde biografie `De Godmother', geschreven door Parool-journalist B. Middelburg. Moear doet in dat boek verslag van haar activiteiten in de drugsorganisatie van Klaas Bruinsma. Ze verklaarde dat ze halverwege de jaren tachtig `met pensioen' was gegaan.

Kamerleden hebben er in mei hun verbazing over uitgesproken dat Moear vrijuit op de televisie kon verklaren dat haar organisatie in de jaren tachtig betrokken was bij het uitvoeren van liquidaties. Justitie zei dit te zullen onderzoeken, maar in werkelijkheid was Moear al uitgebreid voorwerp van Amerikaans onderzoek waarbij het Kernteam Noord- en Oost-Nederland assisteerde.

Uit de Amerikaanse gerechtelijke stukken in de zaak van Thea Moear blijkt dat een geheim agent van de Drugs Enforcement Administration (DEA) op 31 maart 1999 voor het eerst een bijeenkomst heeft met Moear en partner in Panama. Zij vertellen de Amerikaan dat ze ,,een clandestiene fabriek voor het maken van ecstasy in Rotterdam exploiteerden''.

Op 13 juli ontmoet Moear de geheim agent opnieuw in Miami. Ze bespreekt dan ,,toekomstige zendingen van grote hoeveelheden ecstasy, heroïne en mogelijk hasjiesj''. Ze zegt dat de XTC-pillen tussen de 5 en 6,5 dollar per stuk kosten. Ze verklaart ook dat desgewenst ,,ieder logo op de pillen zou kunnen worden afgedrukt''. Ze wil ook monsters heroïne geven die uit Colombia, Turkije en Pakistan komen.

Op 9 september 1999 krijgt de Italiaanse partner van Moear in Nederland voor het eerst een voorproefje van de te leveren XTC. De Nederlandse verdachten zouden over een XTC-laboratorium beschikken in een Italiaans restaurant in Rotterdam-Crooswijk.

Op 7 november 1999 is in Duitsland Wytse L. gearresteerd. Hij is volgens de Amerikanen de leverancier van Moear cs. Deze L. staat op 26 september terecht in Arnhem. Zijn advocaat, M. IJsseldijk uit Utrecht, zegt dat hem tot nu toe niets gebleken was van Amerikaanse betrokkenheid bij het XTC-onderzoek.

De Amerikaanse justitie wil de in Panama gedetineerde Moear in Florida berechten. Ze riskeert een straf van maximaal veertig jaar cel. De Amerikanen hebben Nederland ook gevraagd een in Rotterdam wonende vermeende Turkse handlanger van Moear uit te leveren. Deze verdachte, Murat C., verzet zich volgens zijn advocaat Spong tegen berechting in de Verenigde Staten.