Uitzenders minder sexy op beurs

De uitzendsector blijkt na jaren van forse groei geen `sexy' bedrijfstak meer voor beleggers. Dat merkt ook Randstad.

Dat het Randstad moeilijk zou vallen de sinds 1994 gebruikelijke groeicijfers van 30 à 40 procent per jaar in de 21ste eeuw vol te houden werd al enige tijd verwacht. De Nederlandse thuismarkt, waar het uitzendconcern domineert, groeit weinig meer, en het bedrijf investeert momenteel liever fors in automatisering dan in acquisities. Beleggers laten het aandeel Randstad al enige tijd links liggen.

De halfjaarcijfers die 's werelds derde uitzendconcern gisteren publiceerde bevestigden de verwachtingen ruimschoots. De omzet nam toe met 12,5 procent, de nettowinst met 5,2 procent en het bedrijfsresultaat met 3,5 procent. Voor beleggers bleek het een koude douche. Het aandeel Randstad verloor nog eens ruim 11 procent.

Topman Hans Zwarts van Randstad hield gisteren vol dat zijn meerjarendoelstelling – een gemiddelde jaarlijkse omzetgroei met 19 procent – tot 2005 intact blijft. Randstad zou in vijf jaar tijd een autonome omzetgroei van 17,5 miljard gulden moeten behalen, en een kleine 5 miljard extra via overnames. Maakt hij dat waar, dan heeft Randstad in 2005 een omzet van 35 miljard gulden. Analisten betwijfelen de haalbaarheid.

Toch hoeft Hans Zwarts vooralsnog niet te vrezen voor een afgang zoals zijn collega bij Vedior, 's werelds vierde uitzender, die eerder deze maand beleefde. Vedior-voorzitter Gert Smit en drie van zijn commissarissen stapten toen volstrekt onverwacht op omdat zij het vertrouwen van beleggers volstrekt verspoeeld hadden.

De problematiek waarmee Randstad en Vedior worstelen is verwant. Beide concerns pleegden de afgelopen jaren grote acquisities om snel te kunnen groeien. Vedior lijfde voor verscheidene miljarden het Franse Bis en het Britse Select in, Randstad deed hetzelfde met het Amerikaanse Strategix, het Duitse Time Power en de Spaanse branchegenoten Tempo Grup en Umano ETT.

Dat waren forse aanslagen op de balans van de beide Amsterdamse uitzendreuzen, die met nieuwe aandelenemissies moesten worden geneutraliseerd. Dat mislukte echter door de sterke terugval van hun beurskoersen; het aandeel Randstad halveerde het afgelopen jaar bijna in waarde. Natuurlijk, lenen blijft mogelijk. Maar Randstad heeft al veel vreemd vermogen – een solvabiliteit van 21,9 procent – en zou zijn kwetsbaarheid verder vergroten.

Zowel Randstad als Vedior zien zich nu vooral gedwongen tot expansie op eigen kracht en meer organische groei. Zulks pleegt minder snel te gaan dan via acquisities – al beklemtoonde Zwarts gisteren dat zijn concern hoe dan ook open blijft staan voor `leuke' acquisitiemogelijkheden. Maar die zullen niet spectaculair zijn.

Evenals Vedior kampt Randstad ook met verzadiging van de Nederlandse thuismarkt, die bovendien kampt met extreme arbeidsschaarste. Er was het afgelopen half jaar zelfs sprake van een afname van het aantal uitzendwerkers. Daar kon Randstad wel hogere prijzen tegenover stellen, zodat het in Nederland toch nog een minieme groei van 1 procent kon tonen.

Logischerwijs zoekt Randstad zijn groei vooral buiten Nederland. Bedroeg de Nederlandse omzetbijdrage in 1992 nog 70 procent, nu is dat ruim 40 procent. Het streven voor 2005 is 30 procent.

Ook op Randstads tweede markt, de Noord-Amerikaanse, vielen de resultaten het eerste halfjaar wat tegen. Weliswaar steeg de omzet er met 21 procent, tot 771 miljoen euro, maar die toename was voor tweederde te danken aan de waardestijging van de dollar. Ook in de VS spelen de arbeidstekorten Randstad parten.

Voor zijn groei – zowel organisch als via kleine overnames – zal het uitzendconcern het de komende jaren vooral moeten hebben van de grote Europese markten zoals Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Die hebben nog een fors ontwikkelingspotentieel.