Sigaretten en kroepoek

De laatste aanwinst is een gigantische grammofoonplaat, met daarop een radio-interview met de legendarische bridger Ely Culbertson. ,,Uit 1932', zegt Gerard Hilte, directeur van het Bridge Museum, ,,maar ik heb hem nog niet gehoord. Hij is te groot voor mijn grammofoon.' Tien jaar geleden stelde Hilte zijn verzameling op in een schuur bij zijn huis in Leerdam. De schuur is inmiddels een villa en de verzameling, met veertigduizend objecten, heet nu een museum.

Een paar duizend boeken en tijdschriften vormen de oudste kern van de verzameling. Hilte: ,,Daar begon ik mee, toen ik dertig jaar geleden ging bridgen. Op mijn twintigste. Daarvoor damde ik.' De laatste jaren gaat het snel, vooral met de parafernalia, dankzij de veilingen op internet. Zelf speelt Hilte nog maar zo'n twintig keer per jaar bridge. Maar zijn softwarebedrijf Transfer Solutions sponsort veel bridge-evenementen. ,,Wat wil je ook', zegt Hilte, van origine wiskundige, ,,een kwart van ons personeel is bridger. Dat is zelfs in deze branche uitzonderlijk.'

Het is voor de buitenstaander moeilijk iets te verzinnen dat nog aan de verzameling ontbreekt. Zo zijn er scorekaartjes, een lp met een bridgeliedje van Louis Davids (waarin de spelers uiteindelijk op de vuist gaan natuurlijk), een zakje `bridgekroepoek' van Conimex, luciferdoosjes met scorekaartjes, bridgesigaretten, bierviltjes, schudmachines, deelmachines die dankzij gemerkte kaarten precies het spel delen dat gewenst is, solobridge-`machines', troefindicatoren, bridgeservetten en nog veel meer.

Waar houdt zo'n verzameling op? In een hoekje staat een pak Tsjechisch toiletpapier met kaartsymbolen. Bij dat papier trekt Hilte zijn streep. ,,Pas wanneer er ook scoretabellen of andere duidelijke bridgezaken opstaan is het voor mijn verzameling.'

Verreweg het grootste deel van de collectie is honderd procent bridge. ,,,Het is fascinerend om te zien wat er is bedacht in de honderd jaar dat bridge bestaat. Je ziet er allerlei kunststijlen uit de twintigste eeuw in terugkeren, veel jugendstil bijvoorbeeld. En in de jaren dertig zie je vooral in Amerika een ware explosie van parafernalia voor bridge: bierviltjes, zeepjes, glazen lucifers.'

Het meest lijkt Hilte gecharmeerd van wat hij noemt devices: hulpmiddelen om mensen bridge te leren. Schriftelijke cursussen heeft hij natuurlijk, en ook cursussen op grammofoonplaat. Maar het leukste zijn de autobridgesystemen, waarmee de bridger vooraf vastgelegde bridgespelen kan naspelen, met de bedoeling dat hij er wat van opsteekt. Sommige systemen, zoals het oudste uit 1931, zijn best handig, met losse bladen (één per spel) die in een soort platte doos met uitgekiende schuifjes moet worden gelegd. Andere zijn hilarisch onpraktisch, zoals het `computerbridge' uit de jaren vijftig waarbij de gebruiker zèlf met behulp van pinnetjes en ponskaarten de kaarten op de juiste manier moet sorteren.

Andere mooie uitvindingen die nooit echt zijn doorgebroken, vormen de bridgespelen waarbij het bekende viertal schoppen, harten, ruiten en klaveren is uitgebreid met een vijfde en zelfs zesde kleur, in de vorm van bijvoorbeeld adelaren en kastelen. Bij een andere spel dat Hilte bezit staan op iedere kaart tips voor spelers. De tip van klaveren 7: `double is meant for penalty'.

HENDRIK SPIERING

Bridge Museum, Visserstr 1 4141 HV Leerdam

Openingstijden: dinsdag 13.00-17.00, zaterdag 10.00-17.00 en 1e zondag in de maand 12.00-17.00.

Ook op afspraak: 0345-631744. Entree 2,50 gulden

www.hilte.com/museum

(vanaf 1 sept.)