Shell met Chinezen in petrochemie

Shell heeft in China overeenstemming bereikt om een petrochemisch complex in de zuidoostelijke kustprovincie Guangdong te bouwen. Goedkeuring van de autoriteiten in Peking wordt nog deze herfst verwacht.

In 2005 kan dan met de productie worden begonnen. Shell heeft sinds eind jaren tachtig aan dit investeringsproject gewerkt.

Dat heeft een woordvoerder van de Koninklijke/Shell Groep vandaag bevestigd.

Het petrochemische complex wordt een joint-venture tussen Shell (50 procent) en de China National Offshore Oil Corp. (CNOOC: 40 procent), terwijl de Guangdong Investment & Development Company en de China Merchants Holdings Company elk vijf procent krijgen.

Voor deze joint-venture was begin 1998 al een raamovereenkomst gesloten tussen de grootste Chinese partner, CNOOC, die ook namens de twee kleine Chinese partners onderhandelt, en Shell Chemicals. Dat gebeurde in aanwezigheid van de toenmalige Chinese premier Li Peng, die in Den Haag op bezoek was, en premier Kok. Toen was sprake van een totale investering van 4,5 miljard dollar. Met de productie zou in 2003 worden begonnen. Dat is dus volgens de jongste planning twee jaar later geworden. Of het totale bedrag dat met de investering is gemoeid ook is gewijzigd, wist de Shell-woordvoerder niet.

Shell werkt al sinds het eind van de jaren tachtig aan dit project. Aanvankelijk ging het om een combinatie van raffinaderij en petrochemie, waartoe in 1994 een haalbaarheidsstudie was ingediend. Drie jaar eerder, in 1991, was de registratie van het project door de Chinese autoriteiten goedgekeurd. Nadere studies en uitgebreide discussies die daarop volgden brachten de partners ertoe eerst met de petrochemie te beginnen en de raffinaderij pas later te bouwen. Dat besluit werd voorjaar 1997 bekrachtigd.

Op de vraag waarom de voorbereidingen zo veel tijd vergen, zei de woordvoerder van de Koninklijke/Shell Groep (60 procent Nederlands, 40 procent Brits) vandaag: ,,De Chinezen zijn goede onderhandelaars.''

Het complex – volgens Shell van wereldschaal – wordt gebouwd bij de stad Huizhou in de `Economische en technische ontwikkelingszone', een zone die ligt aan de Daya Baai in de provincie Guangdong, een van de meest welvarende provincies van China.

Het gaat om een ethyleenkraker (jaarlijkse capaciteit: 0,8 miljoen ton), een polypropyleenfabriek (0,24 miljoen ton), een mono-ethyleen glycolfabriek (0,32 miljoen ton), een lineair lage dichtheid polyethyleen/hoge dichtheid polyethyleenfabriek (0,30 miljoen ton), een lage dichtheid polyethyleenfabriek (0,15 miljoen ton), een propyleen-oxidefabriek (0,25 miljoen ton) en een styreen-monomerenfabriek (0,56 miljoen ton). Kortom om een hele reeks plastics, waarvan de productie aan hoge milieu-eisen zou voldoen.