Schone handen

Rabobank International ging in de jaren negentig een tweetal joint-ventures aan met de Indonesische Bank Duta, een bank die geprofiteerd zou hebben van de corruptiepraktijken van de familie Soeharto. Maakte Rabobank International vuile handen door met Bank Duta in zee te gaan?

Eind juni fuseerde Bank Duta met een andere Indonesische bank, waarmee een eind kwam aan een onderneming die werd geboren uit machtsmisbruik door Soeharto. Dat zegt de Indonesische wetenschapper Aditjondro. Aditjondro bouwde de laatste jaren een naam op door het zakelijke imperium van de oud-president en zijn familie in kaart te brengen.

Tijdens een lezing in Nieuw Zeeland schetste Aditjondro onlangs hoe de dictator vlak na zijn machtsovername in 1966 bezittingen van drie politieke tegenstanders confisceerde. Soeharto beschuldigde deze Sumatraanse zakenlui van communistische sympathieën. Een van de mannen belandde in de gevangenis. Met het geconfisceerde vermogen — ten minste 460 miljoen dollar — zette Soeharto een cluster van nieuwe bedrijven op, waaronder Bank Duta. Familie van de zakenlui vroeg enkele weken geleden aan president Wahid om teruggave van het `gekaapte' geld.

Begin jaren negentig raakte Bank Duta in financiële moeilijkheden wegens problemen in de valutahandel. President Soeharto liet zijn drie grootste liefdadigheidsfondsen — de stichtingen Dakab, Supersemar en Dharmais — bijspringen. Zij gaven geld aan Bank Duta en werden haar belangrijkste aandeelhouders.

De familie Soeharto stichtte de afgelopen tweeëndertig jaar tal van liefdadigheidsfondsen — met nobele doelen als hulp aan de allerarmsten, verbetering van het onderwijs, de bouw van moskeeën. Van grote en kleine bedrijven, ambtenaren en militairen werd verwacht dat zij een bijdrage stortten. Al in 1970 signaleerde de krant Nusantara dat het geld werd misbruikt voor privé-doeleinden, waarop het dagblad een verschijningsverbod opgelegd kreeg. Op 31 augustus zal Soeharto uiteindelijk toch voor de rechtbank moeten verschijnen voor het misbruik van de fondsen.

Nog begin 1998 arresteerde de politie Indonesische studenten die protesteerden tegen het gesjoemel. Na de val van Soeharto stelde justitie een onderzoek in naar het misbruik door Soeharto van de liefdadigheidsfondsen. Functionarissen van Bank Duta en de stichtingen werden ondervraagd over de stortingen aan de bank. Soeharto's dochter bevestigde tijdens een verhoor dat ook geld uit één van haar liefdadigheidsfondsen naar Bank Duta was gegaan.

Rabobank International zette in 1990 in Indonesie met Bank Duta de onderneming Rabobank Duta op, waarvan Rabobank 85 procent van de aandelen kreeg. Eenzelfde belang verwierf de Nederlandse onderneming in een gezamelijke leasemaatschappij, de PT Rabobank Finance Indonesia.

,,Van onregelmatigheden was ons niets bekend,'' zegt Rabobank-woordvoerder Jan Dost nu. Rabobank wist wel dat de stichtingen Dakab, Supersemar en Dharmais de meerderheid van de aandelen in Bank Duta bezaten, en dat Soeharto voorzitter van deze fondsen was. ,,Ons werd verteld dat de stichtingen de winst op de aandelen in Bank Duta wilden gebruiken voor sociale doeleinden.''

Het is opmerkelijk dat de Rabobank met een omstreden bedrijf als Bank Duta in zee ging. De Rabobank prijst zichzelf aan als een onderneming die zich maatschappelijk verantwoord gedraagt. Bovendien bezit Rabobank een `Triple A'-keurmerk voor prudent bankierschap, een keurmerk dat slechts enkele andere banken in de wereld toekomt.

Woordvoerder Dost wil graag uitleggen hoe de verhoudingen tussen de Rabobank International en Bank Duta waren, maar de Indonesische onderneming mag van hem niet aangeduid worden als een zakenpartner van de Rabobank. ,,In onze perceptie hebben wij nooit samengewerkt met Bank Duta'', zegt Dost.

Bank Duta had volgens hem geen invloed op het beleid van Rabobank International en Rabobank niet op Bank Duta. Er was alleen sprake van een financiële participatie van Bank Duta in de joint-ventures, waarbij overigens de Indonesische bank geen dividend uitgekeerd kreeg op de winst uit aandelen. Bank Duta was ook niet betrokken bij de dagelijkse bedrijfsvoering in de joint-venture's.

Maar er zat toch iemand van Bank Duta in de directie van Rabobank Duta voor het marketingbeleid van deze joint-venture? Deze mijnheer, Musrizal Maszdi, zou ook scholing gekregen hebben bij de Rabobank in Utrecht. ,,In de board draaide een tijdlang iemand van Bank Duta mee'', bevestigt Dost. ,,Dat moest van de centrale bank van Indonesië, daar konden wij niet omheen.''

Na de val van Soeharto zou Rabobank bovendien Bank Duta hulp aangeboden hebben. De Indonesische onderneming was, als zoveel Indonesische banken, door de monetaire crisis in de rode cijfers beland. Een toezichthouder van de Indonesische overheid meldde vorig najaar in drie Indonesische dagbladen dat de Rabobank technische assistentie wilde verlenen aan Bank Duta. Mogelijk zou de Nederlandse onderneming ook aandelen in Bank Duta zelf kopen.

De Rabobank laat het bericht helemaal voor rekening van de Indonesische zegsman. Okay, er is vorig jaar wel een delegatie van het hoofdkantoor in Utrecht naar Indonesië geweest om eens te kijken of Bank Duta weer ,,op de rails gezet kon worden''. Maar dat kon geen technische assistentie genoemd worden. Laat staan dat er toen sprake was van overname van aandelen.

Begin jaren negentig konden westerse banken in Indonesië pas zaken doen als zij een joint-venture aangingen met een lokale bank. Rabobank zegt niet over een nacht ijs gegaan te zijn bij haar keuze van een mede-vennoot. Na een zorgvuldige speurtocht, en op voorspraak van de minister van coöperaties in de regering-Soeharto en van de centrale bank van Indonesië, koos de Rabobank voor Bank Duta. Maar van de duistere ontstaansgeschiedenis van de bank had de Rabobank volgens Dost ,,geen weet''.

De wetenschapper George Aditjondro kan zich dat maar moeilijk voorstellen. ,,Rabobank is geen kleine bank en doet natuurlijk aan global intelligence'', zegt hij. Hij meent dat Rabobank kennis had kunnen nemen van publicaties uit de jaren tachtig over machtsmisbruik van de Soeharto's en de ontstaansgeschiedenis van Bank Duta.

Aditjondro reageert vanuit een hotel in Berlijn, waar hij een seminar bijwoont. ,,Rabobank moet zich afvragen of zij in ieder geval moreel niet mede-verantwoordelijk is voor de accumulatie van rijkdom van de Soeharto-familie'', meent hij. Hij wijst op de rol van Bob Hasan, een trouwe zakenvriend van de Soeharto's en president-commissaris van Bank Duta vanaf 1995. Hasan wordt momenteel net als Soeharto vervolgd wegens corruptie. In de jaren negentig gaf hij, naast Bank Duta, leiding aan bedrijven die geld van de Soeharto's wegsluisde naar het buitenland.

Bank-expert dr. B. Scholtens van de Rijksuniversiteit van Groningen is aanmerkelijk milder over de banden van de Rabobank met Bank Duta. ,,In 1990 gingen er nog bakken met ontwikkelingsgeld van Jan Pronk naar het Soeharto-regime. Men kon toen niet van een bank verwachten dat zij roomser was dan de paus en geen joint-ventures aanging met Bank Duta.'' Wel is het volgens de econoom de vraag of de samenwerking met Bank Duta niet te lang is doorgezet. ,,Joint-venture's met buitenlandse bedrijven vallen nog wel eens tegen. Je ziet dan dat Nederlandse banken toch te beducht zijn voor stopzetting van de deelname.''

Uit de woorden van Dost blijkt dat Rabobank al snel minder ingenomen was met haar keuze voor Bank Duta. ,,Waren wij blij met alle contacten die wij hadden met Bank Duta? Nee, natuurlijk niet!'', zegt Dost. Net zo goed als Rabobank niet blij was met die valutacrisis bij Bank Duta begin jaren negentig, waardoor de liefdadigheidsfondsen van Soeharto aandeelhouder werden. ,,Maar wij konden de joint-ventures met Bank Duta niet stopzetten. Als we dat wel hadden gedaan hadden wij nooit meer de kans gekregen om in Indonesië zaken te doen, en dat paste niet in de strategie van Rabobank International.''

    • Maarten Bakker