Protesten tegen sluiting Huis Doorn

De voorgenomen sluiting van Museum Huis Doorn, de laatste verblijfplaats van de Duitse keizer Wilhelm II (1859-1941), heeft geleid tot verontwaardigde reacties. Volgens de museumdirectie regent het steunbetuigingen van particulieren en uit de museum- en archiefwereld.

Directeur Ronald de Leeuw van het Rijksmuseum in Amsterdam wil voor het museum in de bres springen. Hij zal morgen een bezoek brengen aan Huis Doorn, het enige bolwerk in Nederland met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog en een illustratie van de Nederlandse neutraliteitspolitiek. De Duitse keizer woonde er in ballingschap van 1920 tot zijn dood in 1941. De inrichting is sindsdien intact gebleven. Het huis, dat in 1945 in bezit kwam van de Nederlandse staat, bevat kunstvoorwerpen, meubels, porselein, kostuums, boeken, foto's en gebruiksvoorwerpen van 1700 tot 1900 van generaties keurvorsten, koningen en keizers van het huis Hohenzollern.

,,Schande'', vindt dr. F.W. Boterman, bijzonder hoogleraar Duitse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, van de sluiting. ,,Je kunt niet zomaar een stuk erfgoed laten verdwijnen, de overheid moet er juist zorg voor dragen dat het intact blijft. Het is een belangrijk historisch museum, dat ook voor de Nederlands-Duitse betrekkingen een rol speelt. Men moet deze plannen snel omgooien.''

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) zal de sluiting op Prinsjesdag bekendmaken. Hij volgt daarmee een advies van de Raad voor Cultuur, waarin onder meer werd gesteld dat Huis Doorn `geen directe banden met Nederland en de Nederlandse geschiedenis' heeft. ,,Een onzinnig argument,'' vindt prof. Boterman. ,,Wilhelm II heeft een heel belangrijke rol in Europa gespeeld voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van historisch belang is ook dat Nederland Wilhelm na de oorlog accepteerde. Koningin Wilhelmina heeft daar persoonlijk bij bemiddeld, tot woede van de Engelsen.''

Woordvoerder Peter Ditmar van de Duitse Ambassade in Den Haag drukt zich gematigd uit. ,,Het zou jammer zijn,'' vindt hij. ,,Verder gaat het om een Nederlands instituut en een besluit van de Nederlandse overheid waar wij geen opvattingen over hebben. Om het `ook een Duitse kwestie' te noemen gaat me te ver. Wij zijn iets verrast door het besluit, dus we hebben nog geen ideeën over wat wij in de toekomst voor de financiering van het instituut kunnen betekenen.''

Gabriele Schmitz-Schwamborn van het Goethe Instituut in Amsterdam: ,,Huis Doorn heeft een unieke authenticiteit en is van eminent belang voor de Nederlandse en Duitse geschiedenis. Duitsland verandert momenteel heel snel en daarbij gaat veel verloren. Voor de Duitse jeugd is het belangrijk dat ze hun geschiedenis leren kennen. Als het slechts een geldkwestie is, moet daar toch een oplossing voor zijn te vinden. Duitsland en Nederland zijn twee rijke landen.''