OCRE

In de 125 jaar draaiorgelgeschiedenis die ons land kent, heeft het draaiorgel zich niet weten op te werken in de hiërarchie van muziekinstrumenten. Die lage status is grotendeels op het conto te schrijven van de draaiers met hun opdringerige centenbakgerammel en repertoire van walsen en smartlappen. Maar het kan ook anders. Pierre Charial laat op Y2K, het nieuwe album van Ocre, `Tulpen uit Amsterdam' links liggen en blaast in plaats daarvan boogiewoogie, Oost-Europese volksmuziek en filmmuziek à la Lalo Shifrin door zijn houten pijpen. De gestanste boeken die hij door zijn instrument draait bevatten composities van een uitzonderlijke complexiteit en grote notendichtheid. Struikelend en ratelend als een door de duivel bezeten panfluitspeler beweegt hij zich van de ene dramatische wending naar de volgende.

Dat trioleidster Sylvie Courvoisier sowieso nog wat pianonoten tussen dit jachtige draaiorgelbombardement weet te schuiven, mag een klein wonder heten. Zij kiest dan ook veelal voor humeurige dissonanten of spookachtige geluidseffecten uit haar geprepareerde piano. Alleen in langzamere nummers als Abra en het donkere, mysterieuze Fluxus staat haar geluid droog, krachtig en onsentimenteel op de voorgrond. Michel Godard vervult met zijn tuba en serpent de rol die in eerder werk van Ocre door een bassist werd waargenomen. Met zijn gesputter en geloei weet hij de composities iets meer zwaarte mee te geven.

Y2K levert het tegendeel van de volkse gezelligheid waar draaiorgels mee geassocieerd worden. Het is een album dat zich absoluut niet leent voor gedachteloze consumptie; wie dat probeert wordt tureluurs. Maar voor de aandachtige luisteraar is er veel ongebruikelijke schoonheid te ontdekken.

Ocre: Y2K (Enja, ENJ-9383 2) Distr. Choice Music.

    • Edo Dijksterhuis