Nieuws verpakt als amusement

De tegenhangers van de Nederlandse actualiteitenrubrieken Nova en Netwerk heten op de Amerikaanse televisie News-shows. Dat ontuchtige woord zegt al wat men ervan verwachten kan. Het nieuws moet verteerbaar zijn en niet al te zwaar, want het mag de kijkers niet afschrikken of wegjagen. In de VS maken de kijkcijfers de dienst uit en bepalen tot op grote hoogte het beleid van de programmadirecteuren.

Nieuwsshows draaien in de regel om anchors, mannen of vrouwen die tussen het nieuws en de kijkers hebben plaatsgenomen om het nieuws van de dag samen te vatten of de bronnen van het nieuws te ondervragen. Voor die dienende rol krijgen ze miljoenen dollars per jaar. Amerikaanse anchorman en -women worden niet alleen als sterren betaald, ze worden ook tot de sterren van de entertainmentindustrie gerekend. Hun journalistieke vakmanschap is in de meeste gevallen ondergeschikt aan hun ster-zijn.

Dat verklaart het overwegend povere gehalte en de schrikbarende eenzijdigheid van de nieuwsprogramma's van de Amerikaanse televisie. Nieuwsshows gaan vooral over drie categorieën: misdaad, entertainment en het doen en laten van `bekende Amerikanen'. Het motto van de nieuwsshows is: elke bekende Amerikaan is goed voor een gesprek.

De jongste generatie Amerikaanse televisiekijkers is aan die armzalige staat van het televisienieuws gewend, doordat ze van jongs af aan nooit andere televisie gekend heeft. Maar er is een tijd geweest dat de best bekeken dagelijkse actualiteitenrubrieken van de nationale televisiestations, CBS, NBC en ABC, uitblonken door nieuws dat het stempel droeg van grondige verslaggeving en internationalisme. Serieuze journalistiek, gepresenteerd door veelal buitenlandse correspondenten die geschoold waren in het oude handwerk van de verslaggeving en die feiten en beelden lieten spreken zonder zelf middelpunt van hun reportages te zijn.

David Halberstam, een eminente vertegenwoordiger van die gedegen traditionele Amerikaanse journalistiek, trekt in een nieuwe inleiding van de volgende maand verschijnende heruitgave van zijn pershistorische standaardwerk over de gevestigde macht in de VS (The powers that be) de grens bij de berichtgeving over de bezetting door supporters van Khomeiny van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979. Volgens Halberstam voltrok zich daar een stijlbreuk die de Amerikaanse tv-journalistiek voorgoed aan lager wal gebracht heeft.

Voor het eerst werd een internationaal incident niet meer in zijn context behandeld maar uitsluitend vanuit een eng nationalistisch Amerikaans gezichtspunt belicht. De Amerikaanse televisie zond alle beschikbare manschappen naar steden en dorpen in de VS waar de gegijzelden vandaan kwamen en raakte daarbij zowel haar objectiviteit als haar gevoel voor proporties kwijt. Volgens Halberstam veroorzaakte die obsessie van de Amerikaanse tv-journalistiek een verwrongen beeld van de werkelijkheid in de hoofden van de Amerikaanse burgers. De bevolking was niet zo verslagen als door de televisie werd afgeschilderd en de regering was niet het stel zwakkelingen dat de televisie van haar gemaakt had. Ze was eerder gefrustreerd dan zwak, wat, aldus Halberstam, `een groot verschil uitmaakt'.

De kwaliteitsvermindering die David Halberstam in de Amerikaanse tv-journalistiek signaleert valt naar zijn mening samen met de personele aflossing van de wacht aan het einde van de jaren zeventig. In die periode kwamen journalisten in de leiding van de televisiestations die niet, zoals hun voorgangers, het vak geleerd hadden bij de grote kranten maar van het begin af bij de televisie waren opgegroeid. Die eerste generatie eigen kweek gaf meer om kijkcijfers dan om de beginselen die hun voorgangers bij de New York Times en de Washington Post geleerd hadden. De serieuze op eigen onderzoek en waarneming gebaseerde reportage van de buitenlandse correspondent, volgens die voorgangers de hoeksteen van de journalistiek, paste niet meer in de schema's van de nieuwsshows waartoe de grote stations in de jaren tachtig hun toevlucht namen. Ze gooiden nieuwe `formules' in de strijd om de concurrentie met de nieuwe kabelstations het hoofd te kunnen bieden. De meedogenloze kijkcijfers dreven de grote drie (CBS, NBC, ABC) in dezelfde richting die de populaire kabelstations waren ingeslagen: nog meer seks, nog meer misdaad en nog meer onbenullige bekende figurenjournalistiek. De nationale stations lieten hun laatste intellectuele en culturele pretenties varen en gaven zich gewonnen aan de tabloid-formule waarmee de kabelstations al een deel van de kijkers hadden weggetrokken. Die koerswijziging zou dramatische gevolgen hebben voor de eens zo gezaghebbende drie oude nationale televisiestations. Naarmate ze hun nieuwsshows verder aanpasten aan het laag bij de grondse niveau van hun nieuwe concurrenten verloren ze steeds meer kijkers. En naarmate er meer kijkers wegtrokken en het dus slechter ging met CBS en de andere werden de sterren die de kijkers moesten binden steeds hogere salarissen betaald.

In zijn nieuwe inleiding, die is afgedrukt in het septembernummer van het mediatijdschrift Brill's Content, schrijft Halberstam: ,,De hoofdrolspelers die in de jaren tachtig in de nieuwsshows op de televisie naar voren kwamen, waren niet langer de buitenlandse correspondenten – eertijds de journalisten met de hoogste status in hun vak – maar een generatie van personality's die vijf miljoen, zes miljoen, zeven miljoen dollar per jaar verdienden. De meesten hadden zelden een reportage gemaakt omdat ze het door hun bezigheden voor de studiocamera's te druk hadden er zelf op uit te gaan. Hun belangrijkse kwaliteit – die al die miljoenen salaris kennelijk rechtvaardigt – is dat hun reputatie groot genoeg is om elke beroemdheid in hun show te krijgen. Om volgens Halberstam daarmee dan het zoveelste ,,flikflooiende gesprek te voeren, ook wel genoemd interview''.

    • Harry van Wijnen