Nieuw paspoort wordt goedkoper

Het nieuwe paspoort dat op 1 april volgend jaar wordt ingevoerd moet zo'n dertig gulden minder gaan kosten dan het huidige, waarvan de prijs gemiddeld 103 gulden is. Minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) heeft daartoe een voorstel aan de meest betrokken collega's gedaan tijdens het overleg over de begroting van volgend jaar. Komende vrijdag neemt het kabinet hierover een besluit, maar dat zal pas op prinsjesdag bekend worden gemaakt.

De prijsverlaging zou kunnen worden doorgevoerd doordat de leges die het rijk oplegt worden gehalveerd.

De lastenverlichting voor de burger zou de rijksoverheid zo'n zestig miljoen gulden aan inkomsten schelen. De rijksleges vormen overigens maar een deel van de prijs die moet worden betaald voor een nieuw paspoort. Die prijzen lopen bovendien sterk uiteen. Uit recent onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken blijkt dat de gemeente Onderbanken 76 gulden rekent terwijl een paspoort in Arnhem bijna het dubbele (145 gulden) kost.

De verlaging van de rijksleges zal pas op prinsjesdag officieel worden bekendgemaakt. Het rijk gaat tegelijk met de invoering van het nieuwe paspoort het aanmaken daarvan weer in eigen hand nemen, waardoor het risico op vervalsingen kleiner wordt.

Sinds 1989 is het aanmaken van paspoorten (het invullen van de blanco paspoortboekjes) een taak van de gemeente, die een voorraad blanco paspoorten heeft. Het komt geregeld voor dat die worden gestolen om mensen een valse identiteit te geven. De burger zal ook in de toekomst op het gemeentehuis een nieuw paspoort moeten aanvragen, maar gemeenten moeten die aanvraag doorsturen naar het rijk.

Na een dag of vijf kan het paspoort dan worden afgehaald op het gemeentehuis.