Niets te winnen dan de eer

Met professioneel bridge valt niet veel geld te verdienen. Wedstrijdspelers maken meer kosten dan ze aan prijzengeld weten binnen te slepen.

SPELERS DIE ALLEEN MET bridge in hun bestaan kunnen voorzien, zijn er in Nederland niet. Daarvoor is de beloning op toernooien en wedstrijden te laag. Als een topspeler in Nederland jaarlijks vijfduizend gulden aan prijzen bijeenharkt, is dat een goede prestatie. Dit bedrag is netto. De betrokken spelers hebben vrijwel allemaal een serieuze baan, zodat de fiscus de inkomsten uit bridge niet als beroepsmatig verworven beschouwt. In het geval van een aanslag zou bovendien onmiddellijk de keerzijde worden gepresenteerd: de kosten (reis- en verblijfkosten, inschrijfgelden) zijn vaak hoger dan het prijzengeld. Op dit punt heeft ook de ficus geen behoefte aan discussie.

Het inhuren van een topspeler gebeurt wel eens, maar is wegens de lage frequentie niet toereikend als hoofdinkomen. Een avondje met een meesterklasser kost al gauw vierhonderd gulden. Voor een international ben je het dubbele kwijt. Geen schokkende bedragen, zeker niet in vergelijking met sporten als tennis, voetbal en golf.

De weinige robberclubs waar spelen om geld hoog in het vaandel staat, leiden een kwijnend bestaan en lijken hun langste tijd te hebben gehad. Goede spelers houden het een tijdje vol, maar worden uiteindelijk gek van het deplorabele spelniveau.

Wil je in een land als Nederland toch je geld verdienen met bridge, dan moet je je heil zoeken in nevenactiviteiten, zoals het geven van bridgelessen en het bedrijven van bridgejournalistiek.

In de Verenigde Staten is een groepje professionals dat zijn hoofd boven water kan houden. Het is een select gezelschap van (oud-)wereldkampioenen die in gesponsorde teams aan de belangrijke kampioenschappen meedoen. De rest van het jaar verdienen zij bij door met hun cliënt lokale toernooitjes af te lopen. De top – en dat zijn er hoogstens een stuk of tien – kan zo tot inkomens geraken van 100.000 à 200.000 dollar. Voor een dergelijk leven moet je niet alleen over het nodige bridgetalent beschikken, maar vooral over een olifantenhuid en een flinke dosis flegma.

Tijdens de belangrijke kampioenschappen op het Noord-Amerikaanse continent (de nationals) is er behalve de eer niets te verdienen. Met één uitzondering, de befaamde Cavendish Calcutta, die tegenwoordig in Las Vegas wordt gehouden. De Cavendish was ooit een bridgeclub in New York en een calcutta is slang voor veiling. De laatste jaren zijn de uitgekeerde bedragen van de Cavendish dik boven de miljoen dollar uitgekomen. Lang niet alles gaat naar de spelers, hun winsten belopen enige tienduizenden dollars. Investeerders die hun geld op de goede paren hebben ingezet kunnen, als het een beetje meezit, met een paar honderdduizend dollar naar huis.

Op een paar plaatsen (New York, Londen, Parijs) in deze wereld wordt nog wel intensief gerobberd. Hoe de verdiensten daar precies liggen, is niet bekend, maar er zijn vaak grote bedragen mee gemoeid.