NIET ZO SERIEUS

Erik Kirchhoff (48)

Functie: bondscoach (open team)

Beste prestatie: derde bij de Olympiade in 1992 (open team)

,,Mijn bridgecarrière is begonnen in het Amsterdamse schaakcafé `Het Hok' op het Leidseplein, waar nu `Broodje van Kootje' zit. Op mijn achttiende ontdekte ik dat je daar prima kon schaken. Voor zolang het duurde, want in datzelfde koffiehuis hielden zich ook een paar bridgefanaten op – die lagen mij veel beter. Waarom? Bridge is een veel socialer spelletje dan schaak. Anders dan schakers, die twee uur lang hun kop moeten houden, kunnen bridgers zich om de zeven, acht minuten even ontladen. Schakers zijn doorgaans een stuk serieuzer, dat ligt mij niet zo.

,,Ik speelde in die tijd vrijwel dagelijks, eerst voor de lol, later in competitieverband. Gaandeweg raakte ik ervan overtuigd dat ik de top kon bereiken, hetgeen in mijn geval vijf, zes jaar duurde. Medio jaren tachtig werd ik gevraagd voor het open team. In diezelfde periode coachte ik bovendien het jeugdteam, dat in 1987 Europees kampioen werd, en het jaar daarop wereldkampioen. Ook de echte revival van het Nederlandse bridge, vanaf 1992 tot nu, heb ik van heel nabij meegemaakt. In een paar jaar tijd won het Nederlandse team twee bronzen medailles: bij de Olympiade (ik was toen coach) en bij de Europese Kampioenschappen (ik was toen speler). Tussendoor werden Anton Maas en ik ook derde bij de wereldkampioenschappen paren. In één woord: onvergetelijk.

,,Op basis waarvan ik `mijn' spelers selecteer? Zowel hun scorend vermogen, als hun concentratievermogen. Soms kunnen twee spelers goed scoren, maar vormen ze geen hecht team. Verder speelt het uithoudingsvermogen van spelers een niet onbelangrijke rol. Bij een Olympiade of EK moeten ze twee weken lang zes tot acht uur achtereen geconcentreerd kunnen spelen. Eén slapeloze nacht en de concentratie en tolerantie van spelers neemt zienderogen af. Een blunder van de een leidt onherroepelijk tot een negatieve reactie van de ander – met alle gevolgen van dien.'