Met een oerkreet de golven in

Wetsuit aan en met de kano het water in. Een beginnende brandingkajakker slaat onherroepelijk een paar keer om. Wie kan eskimoteren maakt meer kans om droog te blijven. Het ultieme genot is het golfsurfen.

Helm op, zwemvest aangesnoerd, spatzeiltje strakgetrokken over de opening van de kano. Als een uit de kluiten gewassen Heremietkreeft met een huis van polyethyleen trek ik me centimeter voor centimeter over het strand richting waterlijn. Nog een, twee meter en ik ben los. Nu komt het erop aan zo snel mogelijk de peddel in het water te steken zodat het eerst volgende golfje me niet terugwerpt op het schurende zand. Maar het blijft niet bij een golfje. Amper tien peddelslagen verder buldert de eerste van een reeks steeds hoger wordende golven me tegemoet. Een met vervaarlijke schuimkoppen getooide roller wordt me fataal. Het water klapt me vol in het gezicht en de kano gaat onherroepelijk om. Zout in m'n keel, zeewier tussen m'n tanden, zwart voor m'n ogen. Er strijkt iets glibberigs langs mijn wang een plastic zak, een kwal? Een angstaanval verlamt me hoe kom ik uit dit ding? Als ik proestend en ploeterend boven kom, hoor ik verderop iemand `zwemmen joh!' roepen.

Het voor de hand liggende maar bruikbare advies is afkomstig van Kees de Greef, in het dagelijks leven inspecteur van stoomketels. Acht weken per jaar is hij actief als kano-instructeur bij Frans Buitensport. Deze woensdagavond heeft hij me uitgenodigd op het strand van Hoek van Holland voor een proefles kanovaren op zee. Voor hem is brandingkajakken een spelletje, voor mij is het een regelrecht gevecht.

Als beginner ben ik nog niet ingewijd in het eskimoteren een combinatie van heupdraai en peddelslag waarmee je je omgeslagen kajak weer rechttrekt en dus betekent ieder slagzij een onherroepelijke zwempartij. Na nog een keer of vijf omkieperen, zwemmen en de boot van tweehonderd liter water en grind ontdoen, begin ik door te hebben hoe het werkt. Aanstormende golven moeten tegemoet getreden worden met een oerkreet en een naar voren geworpen lichaam. Zolang de punt van de kano recht de branding in wijst, is het gevaar van omklappen minimaal. Is de golf voorbij, dan is het zaak om als een wezenloze naar het volgende obstakel te peddelen. Ik bijt op mijn tanden, vervloek de natuur en probeer met klapwiekende armen de kano in balans te houden. Als ik dan eindelijk schuimbekkend en met zwaar pompende longen achter de branding raak, is de daar heersende rust zo onverwacht dat ik bijna weer omsla.

Dit is de plek waar de routiniers elkaar bijpraten over recente tripjes naar het kolkende rivierwater van de Franse Alpen of discussiëren over de kwaliteit van de golven waar ze nu op deinen. We hebben geluk. Normaliter is er in juli bij gebrek aan wind nog maar weinig sprake van branding. Dat is ook de reden waarom de cursussen brandingkajakken worden gehouden in september, dan is de kans op de onontbeerlijke noordwester een stuk groter.

Hoe geanimeerd het gesprek ook is, een half oog blijft continu gericht op de horizon, speurend naar een geschikte golf. En als die zich dan aandient, moet ik zo snel mogelijk de kano draaien, snelheid maken en me voorbereiden op wat in kajakkringen wordt gezien als het ultieme genot: golfsurfen. Langzaam word ik opgetild naar de top van de aanzwellende watermassa. Als de krul eenmaal omvalt schiet ik naar voren als een kogel uit een kanon. Met de peddel parallel aan de kano in het water gestoken kan ik mijn over de zeespiegel razende vlucht enigszins sturen. Totdat ik een te scherpe bocht maak en ongewild in een zogeheten `bongoslide' terechtkom leunend op mijn in het bruisende schuim gestoken peddel voorkom ik maar net dat ik kopje-onder ga in de reuzenwasmachine.

Intussen overtroeven de geoefende kajakkers elkaar met voorwaartse en achterwaartse loops en bijzonder elegant ogende pirouettes. De `yieeehaa!'s' zijn niet van de lucht. Allemaal mannen met goede banen, gezinnen en tandartsverzekeringen, die hier in de herfst- en wintermaanden hun dagelijkse beslommeringen laten wegwaaien en -spoelen.

En het is aanstekelijk. Met trillende spieren van de inspanning ploeg ik voor de zoveelste keer door het opspattende, bruisende zilt om toch nog een keertje gekatapulteerd te kunnen worden. Na drie uur brandingkajakken heb ik nog amper de kracht om het daar opgehoopte zand en grind uit mijn wetsuit te scheppen, laat staan om mijn tien kilo zware bootje uit het water te tillen. Ik heb blaren op duimen en tenen, minimaal drie blauwe plekken en morgen gegarandeerd spierpijn op plekken waarvan ik niet wist dat daar ik daar spieren had. Maar vannacht droom ik van deining en donder. Daar kan geen kudde schapen tegenop.

Frans Buitensport, cursussen brandingkajakken in Bloemendaal aan zee: 9/9, 16/9 en 23/9. Inl: Reisbureau De Wandelwaaier 020-6226990. Vloed Kanosport, cursussen in Hoek van Holland: ieder weekend febr-nov. Inl 010-4840777 of www.hoekvanholland.nl