In opslag ligt vaak te zwaar vuurwerk

Brandweer- en politiekorpsen moeten er in hun rampenscenario's rekening mee houden dat in vuurwerkopslagplaatsen geregeld veel zwaarder vuurwerk ligt dan waarvoor een vergunning is afgegeven.

Bedrijven blijken frequent te sjoemelen met etiketten om meer op voorraad te kunnen hebben dan is toegestaan.

De directeur-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken, A.H.C. Annink, heeft de gemeenten daarover een brief geschreven.

Het departement is over het gesjoemel op de hoogte gesteld door het Openbaar Ministerie. Een woordvoerder van Binnenlandse Zaken: ,,Het is natuurlijk in eerste instantie een zaak van het OM en van VROM, maar het is logisch dat de directeur-generaal zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en het verstandig vond om de gemeenten te informeren.''

Annink schrijft in de brief dat het Openbaar Ministerie bij het onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede, waarbij op 13 mei achttien mensen omkwamen, heeft ontdekt dat er sprake is ,,van (frequent en bewust) verkeerd labelen van de verpakkingen van vuurwerk''.

,,Op pakken vuurwerk van bijvoorbeeld categorie 1.3 of zwaarder wordt in de praktijk een label de lichtere categorie 1.4 aangebracht om de volgens de vergunning toegestane hoeveelheid, niet zichtbaar, te overschrijden'', zo staat in de brief. De hulpverleningsdiensten moeten er dus rekening mee houden dat hun rampenscenario's niet voldoen, omdat de risico's omtrent vuurwerk groter kunnen zijn dan uit de vergunning valt af te leiden. De brief is het eerste resultaat van een van de onderzoeken van de inspecties Milieuhygiëne en Ruimtelijke Ordening van het ministerie van VROM, dat op 14 juli aan het OM heeft gerapporteerd.

Secretaris H. Kapel van de Federatie Vuurwerkhandel Nederland (FVN) zegt dat er ,,a priori'' niks mis met de opslag van vuurwerk. Volgens hem wil de overheid ,,de Zwarte Piet wegspelen'' en ,,het eigen straatje schoonvegen''.