Franse staat in Noordzee

Gaz de France koopt een Nederlands gasbedrijf in de Noordzee. En betreedt de achtertuin van het Nederlandse gasgebouw.

De geschiedenis van wat nu nog TransCanada International heet, is tamelijk bewogen. President-directeur K. van der Salm van de gasproducent, na de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een van de grootste spelers op het Nederlands continentaal plat in de Noordzee, is in zes jaar tijd inmiddels aan zijn vierde eigenaar toe. Tot 1994 behoorde het bedrijf toe aan Placid Oil, eigendom van de Texaanse familie Hunt, die meer nog dan met de oliewinning naam maakte met speculaties op de zilvermarkt, het opzetten van een wedstrijdcyclus voor race-auto's en onderlinge ruzies. De volgende eigenaar, Occidental, verkocht het bedrijf in 1998 aan TransCanada, die het nu precies twee jaar later weer doorverkoopt.

GDF International, dochter van de Gaz de France, betaalt het Canadese TransCanada Pipelines 371 miljoen euro voor de Nederlandse bezittingen. Omdat de transactie niet wordt afgerond per 1 januari, maar per 1 juli komt er nog eens 38 miljoen euro bij, zodat de totale verkoopprijs op 409 miljoen euro (900 miljoen gulden) uitkomt. Daarvoor krijgt Gaz de France enkele gasvelden in de Noordzee en een belang van 38,57 procent in Noordgastransport, een gaspijplijn die loopt van de gasvelden naar Groningen.

Dat Gaz de France de nieuwe eigenaar wordt is verrassend. Het Franse staatsbedrijf is tot op heden namelijk nauwelijks actief in de gaswinning, maar is een gasdistributeur. Gaz de France, in Frankrijk nagenoeg monopolist bij de levering van gas, is dan ook een grote concurrent van de Nederlandse Gasunie, de handelsagent van de NAM en de ongekroonde koning van de Nederlandse gaswereld. ,,Het is een nieuwe stap voor Gaz de France'', zegt Van der Salm.

Dat is een deel van het verhaal. Gaz de France krijgt inderdaad zeven licenties voor de winning van gas. Namelijk enkele oude gasvelden, waarin niet langer geïnvesteerd hoeft te worden maar die nog zo'n tien jaar gas zullen leveren. En twee nieuwe, pas dit jaar ontdekte velden, waarvan de potentie nog niet helemaal duidelijk is. Deze gasproductie, die nu nog een 2,6 miljoen kubieke meter per dag bedraagt, is echter geen doel op zichzelf. De productie versterkt namelijk vooral de rol van Gaz de France als handelshuis, dat met een eigen productie achter de hand flexibeler kan opereren met de inkoop en verkoop van gas.

Van veel groter strategisch belang is het aandeel dat Gaz de France krijgt in de pijplijn Noordgastransport, die de Noordzee-velden verbindt met het vaste land. Toen de verbinding zo'n kwart eeuw geleden werd aangelegd, eiste de Nederlandse overheid Schoonhoven als landingsplaats - en niet bijvoorbeeld het veel dichterbij gelegen Den Helder. De staat vond het handiger alles te concentreren in de vestigingsplaats van het Nederlandse gasgebouw, betaalde ook mee aan de pijp en bezit nu ook een meerderheidsbelang. Gaz de France laat het gas nu dus aan land komen in de achtertuin van de Gasunie en de NAM.

Op het continentaal plat van het Verenigd Koninkrijk heeft Gaz de France inmiddels ook belangen verworven in twee pijpleidingen, de CMS en de ITS, die niet zo ver af liggen van het beginpunt van Noordgastransport. Het ligt voor de hand om de pijpen te verbinden en de Nederlandse pijp is met een doorsnede van 36 inch ook eigenlijk veel te groot om alleen het Noordzeegas af te voeren. ,,Over een aansluiting is gesproken en daar wordt ook zeker naar gekeken'', bevestigt Van der Salm.

Als dat gebeurt, wordt gasland Nederland, een beetje het centrum van de internationale gastransport. Op dit moment lopen de pijpleidingen uit Noorwegen om Nederland heen naar Duitsland en België en gaat het Britse gas via Zeebrugge het vaste land op. Als de Britten naar verwachting in 2005 gas moeten importeren uit bijvoorbeeld Rusland zou dat best kunnen via de pijplijn van Gaz de France.

De vraag is alleen hoe Nederlands die pijp zal zijn, want in feite wordt - via Gaz de France - de Franse staat mede-eigenaar van deze verbinding, waarop de Fransen ook operator zijn. Een deskundige zegt: ,,De situatie van Nederland-gasland blijft zoals die is: een haven zonder waterwegen.''

    • Karel Berkhout