Fijn samen onder de kaasstolp

Hoe boeiend is het publieke debat in Nederland? Slot van een serie: VNG-directeur en oud-journalist Joop van den Berg over de Haagse verstrengeling.

Hij heeft goed en slecht nieuws. Eerst het slechte nieuws: de hijgerigheid van de media en daarmee de vervorming van de werkelijkheid neemt nog altijd toe. En het goede nieuws: journalisten worden geleidelijk kritischer over hun eigen functioneren.

,,Wat je ziet, is dat de concurrentie tussen de elektronische media steeds groter wordt en de waan van de dag meer gewicht krijgt. Kranten gaan daarin steeds vaker mee. Ik zie te weinig dat dagbladen zich onderscheiden met een andere benadering van het nieuws.

,,Wat je gelukkig ook ziet, is dat journalisten vaker vragen stellen bij de manier waarop het nieuws wordt gebracht. Als vroeger een politicus kritiek oefende op berichtgeving was de reactie: `Kijk naar je eigen'. Tegenwoordig zie je journalisten de vraag stellen of kwesties wel goed zijn gevolgd. Ik vond het een goede zaak dat ook journalisten zich publiekelijk afvroegen of de berichtgeving over de zaak-Peper wel deugde.''

Joop van den Berg, in het dagelijks leven hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, is een geoefende waarnemer van de Haagse politiek. De oud-journalist (De Limburger), oud-politicus (PvdA-senator) en deeltijd-hoogleraar parlementaire geschiedenis (Leiden) introduceerde ooit de `kaasstolp' als metafoor voor de naar binnengekeerde cultuur in de Haagse politiek. Later verweet hij de parlementaire journalistiek dat ze te veel het drama zocht en daarmee de inhoud verwaarloosde. De pers had te veel aandacht voor de kopstoot, de elleboog en de tackle en te weinig voor het verloop van de wedstrijd, zo luidde zijn diagnose. En die diagnose heeft, zo vindt hij, alleen maar aan kracht gewonnen.

,,Debatten in Den Haag bereiken de kijker en de lezer sterk gefragmentariseerd. En de werkelijke betekenis van veel politieke verslaggeving is schimmig: vaak is onduidelijk of het nu om een luchtballon of een belangrijk besluit gaat.''

Van den Berg kritiseert tegelijk de wijze waarop de Haagse politiek het debat voert: het Nederlandse parlement schiet ernstig tekort in het inzichtelijk maken van de besluitvorming. ,,In de Kamer is een totaal gebrek aan besef voor wat ik noem het `theater van de verantwoording'. Ik mis debatten waarbij politici helder uitleggen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt, wat het belang is van een beslissing en wat precies de gevolgen zijn. Politici zeggen dan: `Ja, maar het is al in het regeerakkoord afgesproken'. De noodzaak en het belang van verantwoording afleggen wordt totaal miskend.

,,Nederlandse parlementariërs verklaren de vijand zo ongeveer de oorlog in een commissievergadering. Maar over oorlogshandelingen behoor je een plenair debat te houden, of je dat nu leuk vindt of niet. En daar gaat de hele Kamer dan netjes bijzitten, zodat de kiezer op televisie kan zien dat het hier om een gewichtige zaak gaat. In Engeland en in de Duitse Bondsdag is die wijze van verantwoorden vanzelfsprekend.''

Van den Berg vindt de parlementaire journalistiek, in weerwil van haar kritische pretenties, regelmatig te volgzaam. Hij verbaasde zich erover dat het pleidooi van D66-fractievoorzitter De Graaf, eerder dit jaar, om het staatshoofd grondwettelijk los te maken van de regering van meet af niet kritischer is gevolgd. ,,Zijn voorstellen werden overal als groot nieuws gebracht. Maar als je iets preciezer kijkt naar de verschillende onderdelen van zijn pleidooi blijft er weinig van over. Ik heb geen journalist daarover kritische vragen horen stellen.

Kwalijker nog vindt Van den Berg het fenomeen `nieuws maken', dat zich onder druk van de concurrentie steeds sterker manifesteert: ,,Je zag dat na de ramp in Enschede. Binnen 24 uur wisten sommige media te melden dat de brandweer zijn werk niet goed had gedaan. Binnen enkele dagen werd de schuldvraag niet alleen gesteld, maar ook al beantwoord: burgemeester Mans was tekort geschoten. De feiten ontbraken nog, maar het oordeel was al geveld.

,,Het was interessant om te zien hoe het beeld vrijwel onmiddellijk weer omsloeg. Uit een enquête van een omroep bleek dat de bevolking van Enschede groot vertrouwen had in de burgemeester. Het nieuws werd eigenlijk een beetje bedremmeld gebracht, zo van: wij hadden het anders gezien. En daarna gingen alle media mee in een nieuw oordeel over de burgemeester: dat van een krachtdadige manager van een ramp. Die golfbeweging zie je steeds vaker. De media rennen achter elkaar aan en wisselen razendsnel van taxatie.''

Politici en journalisten houden elkaar druk bezig: ze verkeren in een innige verstrengeling met elkaar, fijn samen onder de Haagse kaasstolp. De burger kan intussen nauwelijks nog volgen waar de debatten rondom het Binnenhof over gaan, als de burger zich niet al van de politiek heeft afgewend. Van den Berg: ,,Het wonderlijke is eigenlijk dat de burger het hoofd koel houdt. Kennelijk neemt men de politieke journalistiek niet meer helemaal serieus. Men consumeert de televisie en de krant zoals het roddelblad wordt gelezen: ja, ja, het staat er wel, maar het zal allemaal wel loslopen. Je zag het eerder al in de Verenigde Staten: daar keerden de burgers zich in de zaak-Lewinsky ook van de journalistiek af.''

Van den Berg dicht journalisten intussen wel een gewichtige rol toe in het maatschappelijke debat. Maar dan moeten zij zich concentreren op het verklaren van de bredere ontwikkeling: eigen onderzoek doen in plaats van terugvallen op zogenaamd onafhankelijke deskundigen. En zonodig niet schromen om het eigen nieuws recht te zetten. ,,De werkelijk onafhankelijke journalistiek is die journalistiek die zichzelf durft te corrigeren.''

Eerdere afleveringen verschenen op 8, 10, 15, 17 en 22 augustus. Te lezen via www.nrc.nl/DenHaag. Zie hier ook de discussie over deze serie.

    • Kees van der Malen