Een nieuwe VN

ROBUUST, STERK EN REALISTISCH. Dat zijn de kernbegrippen in het gisteren aan VN-secretaris-generaal Kofi Annan uitgebrachte advies over vredesoperaties. Het is het antwoord op de twee moedige rapporten vol zelfkritiek die de Volkerenorganisatie heeft gepubliceerd over, in chronologische volgorde, de blauwhelmeninterventies in Rwanda en Bosnië-Herzegovina. Deze interventies gelden nu, gezien de massale moordpartijen die niet voorkomen werden, als mislukkingen. In het advies wordt de

NAVO met zoveel woorden dank gezegd voor haar bemoeienissen in Bosnië en Kosovo en wordt vastgesteld dat zonder de NAVO de VN hun taak op de Balkan niet naar behoren hadden kunnen voortzetten. Daarmee is de discussie over de juridische grondslag van het NAVO-optreden, met name in Kosovo, tot een theoretische geworden.

Robuust moet voortaan en zonodig het optreden van blauwhelmen zijn, een sterke doctrine voor VN-interventies dient te worden ontwikkeld en realistisch moeten de mandaten zijn die de Veiligheidsraad voor een eventueel optreden verstrekt. Bedoeld wordt dat fouten die in het verleden zijn gemaakt, niet herhaald worden. VN-eenheden moeten op hun taak zijn voorbereid, ondermaatse bijdragen behoren te worden geweigerd, de V-raad moet geen interventie bevelen alvorens vaststaat dat lidstaten bereid zijn de gevraagde bijdrage te leveren.

Anders dan in Bosnië het geval was, zal onderscheid dienen te worden gemaakt tussen daders en slachtoffers. Dutchbat vertrok nog naar Srebrenica op grond van de veronderstelling dat de VN geen `good guys' en `bad guys' kenden. Dat zal verleden tijd zijn. Bovendien zal worden vermeden de bevolking in een crisisgebied slechts in schijn veiligheid te bieden – zoals in Rwanda. Nadat niet-Rwandezen waren geëvacueerd, waren daar de Tutsi's en de Hutu-dissidenten aan de terreur van de Hutu-milities overgelaten. De VN trokken zich terug. Als geen adequate vredesmacht kan worden ingezet, is het beter van een interventie af te zien, concluderen Annans adviseurs.

MET DIE LAATSTE opmerking wordt de bal teruggespeeld naar de lidstaten, met name de lidstaten die over strijdkrachten beschikken die moeilijke opdrachten tot een goed einde kunnen brengen. Dat hier een probleem ligt, is de adviseurs niet ontgaan. Het risico van een neerwaartse spiraal wordt onderkend. Mislukte en mislukkende interventies kunnen de bereidheid om een bijdrage te leveren aantasten en juist democratieën weigerachtig maken. Maar terugvallen op troepen die niet zijn toegerust voor hun taak, wordt zinloos geacht. Sierra Leone wordt specifiek genoemd als een land waar staten met een moderne strijdmacht een taak hebben te vervullen. Hetzelfde geldt voor Congo.

De VN voeren geen oorlog, wordt gezegd. Het aloude uitgangspunt dat blauwhelmen in beginsel neutraal zijn, dat de VN zoveel mogelijk de instemming dienen te verkrijgen van oorlogvoerende partijen, wordt niet verlaten. Handhaving van het bestand tussen Ethiopië en Eritrea zou bijvoorbeeld onder die doctrine vallen. Maar de `lessons learned' tonen dat interventies in burgeroorlogen en zogenoemde `failed states' met dat uitgangspunt niet uit de voeten kunnen. In dergelijke situaties zullen de VN over een mandaat moeten beschikken dat naast effectieve zelfverdediging door de blauwhelmen ook de uitvoering van dat mandaat mogelijk maakt, lees dat de VN gewelddadige groepen die niet voor rede vatbaar zijn dienen uit te schakelen en de bevolking afdoende behoren te beschermen.

ER ZIJN EEN PAAR factoren die verwezenlijking van deze adviezen in de weg staan. In de eerste plaats is er het wantrouwen tegen de VN, vooral manifest in de Verenigde Staten. Als de verkiezingen van aanstaande november de Republikeinse meerderheid in het Congres prolongeren, zal de Amerikaanse afkeer van de Volkerenorganisatie waarschijnlijk worden gecontinueerd. De hoofse buiging die de adviseurs maken voor de NAVO kan uit dat dreigende ongerief worden verklaard. Aan de andere kant zijn er de plannen van de Europese Unie om zelfstandig vredesoperaties op te zetten. De inspanningen die de VN nu van de lidstaten vragen, dreigen in conflict te komen met de inspanningen die de EU van zichzelf eist om tot een autonome veiligheidspolitiek te komen.

Annan gaat er vanuit dat zijn rapportages over Rwanda en Bosnië, zijn Millenniumnota en het jongste advies de staats- en regeringsleiders, volgende maand voor hun Millenniumconferentie in New York bijeen, zullen inspireren tot een nieuwe, geïntegreerde aanpak van het veiligheidsvraagstuk in de wereld. De VN-interventie in Oost-Timor wordt de leiders voorgehouden als een lichtend voorbeeld. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren, de toenemende neiging van lidstaten om alleen of in regionaal verband de orde te handhaven, stemmen niet tot optimisme. Maar de secretaris-generaal heeft tenminste een opvallende poging gedaan de staten te herinneren aan het grote doel dat met de oprichting van de Verenigde Naties – nu 55 jaar geleden – werd nagestreefd: uitbanning van oorlog en armoe in een wereld die al genoeg heeft geleden.