Duikers jagen op Estonia

Een particulier duikteam is deze week begonnen aan een nieuw onderzoek naar de ramp met de veerboot Estonia. Tot ergernis van Scandinavische regeringen.

Met machteloze woede slaan de Scandinavische autoriteiten de duikers gade die deze week in de Oostzee het wrak van de gezonken veerboot Estonia onderzoeken. ,,We kunnen er niets tegen doen. Het zijn buitenlandse duikers in internationale wateren. We kunnen het alleen maar aanzien'', vertelde gezagvoerder Markku Ahonen van de Finse kustwacht aan het Britse persbureau Reuters.

De Estonia verging op 28 september 1994 toen zij met bijna duizend opvarenden op weg was van Tallinn (Estland) naar Stockholm (Zweden). Op circa 100 kilometer ten zuidwesten van Finland maakte de veerboot in zwaar weer te veel water en zonk. Het werd de grootste scheepsramp in Europa sinds de oorlog: slechts 137 mensen werden gered; van de 852 opvarenden die omkwamen werden 94 lichamen geborgen.

Zeven landen (Denemarken, Estland, Finland, Groot-Brittannië, Letland, Rusland en Zweden) verklaarden drie jaar geleden de rampplek officieus tot `zeegraf'. Daarmee dachten ze wraktoeristen en avonturiers de pas af te snijden. Maar zij rekenden buiten de Amerikaanse scheepsarchitect en zakenman Gregg Bemis.

Bemis is niet alleen een fervent duiker, maar hij zit ook zó goed in de slappe was, dat hij een serieuze expeditie van duikers kan betalen. Tot grote ergernis van de Zweedse premier Göran Persson ging het team dinsdag aan de slag. ,,Ik denk dat dit grafschennis is en het is pijnlijk om aan te zien'', zei Persson tegen het Zweedse persbureau TT.

Bemis wil met zijn omstreden missie heropening van het onderzoek naar de veerbootramp afdwingen. Er zijn volgens hem gegronde redenen te twijfelen aan de juistheid en de volledigheid van het officiële onderzoek dat is gedaan. Meer bijzonder wil hij nagaan of een bomexplosie de veerboot lek sloeg. Daar zouden aanwijzingen voor zijn.

Een commissie van deskundigen uit Estland, Finland en Zweden concludeerde in december 1997 dat de ramp voornamelijk was te wijten aan fouten in het ontwerp van de Estonia, zoals een gebrekkige afsluiting van de boeg. De Duitse scheepsbouwer Meyer-Werft, die het schip in 1980 had opgeleverd, bestreed deze conclusie. Volgens Meyer-Werft, die een eigen onderzoek instelde, lag de oorzaak in gebrekkig onderhoud.

De internationale onderzoekscommissie leverde ook kritiek op de kapitein. Hij had vaart moeten minderen toen duidelijk werd dat er problemen waren. ,,Een drastische vermindering van de snelheid op dat moment zou de kansen om [de ramp] te overleven aanzienlijk hebben vergroot'', aldus het onderzoekersrapport.

Het initiatief van Bemis heeft de zegen van familieleden en organisaties van overlevenden en nabestaanden van slachtoffers van de ramp met de Estonia. Blijkens een peiling van het Zweedse dagblad Dagens Nyheter steunt 73 procent van hen de expeditie. ,,Het enige wat ik dacht toen ik vernam van Gregg Bemis' duikers was: Eindelijk!'', zei Kerstin Hendriksson, die haar zoon verloor toen de veerboot zonk. ,,De officiële conclusies worden betwist, niet alleen door de families van de slachtoffers maar ook door talloze experts'', aldus woordvoerder Bertil Calamnius van de vereniging van slachtoffers en nabestaanden.

De kustwacht van Finland en Zweden is dinsdag nog wel even aan boord van de One Eagle van Bemis en zijn duikers gegaan. Maar zij moest onverrichter zake vertrekken toen zij onder de 23 opvarenden geen onderdanen aantrof van de zeven regeringen die het gebied hebben uitgeroepen tot laatste rustplaats van de Estonia en haar slachtoffers.