De vrouwen zijn favoriet

Nederland is van oudsher een belangrijke speler op het gebied van bridge. Topspelers profiteren van een geoliede organisatie.

SINDS DE OPRICHTING van de Nederlandse Bridge Bond in de jaren dertig beschikte Nederland over buitengewoon getalenteerde spelers. De bekendste waren Ernst en Frits Goudsmit en Bolo Einhorn. Vanaf 1932 won Nederland drie jaar achter elkaar zilver op de Europese kampioenschappen. Een wereldkampioenschap bestond nog niet, wat het moeilijker maakt tot een definitief oordeel te komen over de kracht van het Nederlandse bridge uit die tijd. De Amerikaanse bridgepromotor Ely Culbertson reisde de wereld rond met een All Star team, maar tegen Nederland wenste hij niet te spelen. Mogelijk was hij bang om tegen een nederlaag aan te lopen, iets wat absoluut niet zou passen in zijn publicitaire straatje.

In 1937 werd voor het eerst om het wereldkampioenschap gespeeld. Oostenrijk won. Een gehandicapt Holland (een van de spelers was ziek geworden) eindigde toch nog als vierde.

Bolo Einhorn, die tot de sterkste spelers ter wereld werd gerekend, overleefde de oorlog niet. De Goudsmits namen in het naoorlogse tijdperk hun dominante positie weer in. Tegelijkertijd doemden andere namen op: bridgepromotor Herman Filarski, Arie van Heusden, Jaap Kokkes, Cees en Bob Kaiser, Hans Keijns en de legendarische Bob Slavenburg. Slavenburg, het zwarte schaap van het roemruchte bankiersgeslacht, wond met bluf en charme iedereen om zijn vinger. Kreijns en Slavenburg konden fantastisch kaarten, hetgeen in 1966 in Amsterdam de wereldtitel opleverde.

Daarna was het 21 jaar wachten op de volgende wereldtitel. In 1987 slaagden Leufkens-Westra, De Boer- Nooijen en Jansma-Van Wel er in het WK junioren te veroveren. Weer zes jaar later won Nederland de Bermuda Bowl. In 1993 versloegen Enri Leufkens-Berry Westra, Wubbo de Boer-Bauke Muller en Piet Jansen-Jan Westerhof in Santiago de Chile de hele wereldtop en stelden zich in het bezit van de meest begeerde bridgetitel.

Een jaar later al, in Albuquerque, wonnen Bep Vriend-Carla Arnolds het WK paren bij de vrouwen. Het WK senioren was bij die gelegenheid een prooi voor een Oostenrijks-Israelisch-Nederlandse combinatie met onder anderen Bob en Cees Kaiser. En nu, in januari van dit jaar, veroverde het Nederlands vrouwenteam (Bep Vriend-Marijke van der Pas, Anneke Simons-Jet Pasman, Martine Verbeek-Wietske van Zwol) de Venice Cup, het WK voor vrouwen.

Wat zijn de kansen van de Nederlandse teams op de Olympiade die nu in Maastricht begint? De Hollandse vrouwen behoren zonder meer tot het groepje favorieten. Concurrentie valt vooral te verwachten uit China, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten.

Het open team bestaat uit Wubbo de Boer-Bauke Muller, Bart Nab-Huub Bertens en Anton Maas-Vincent Ramondt. Het paar Leufkens-Westra, algemeen gezien als de sterkste combinatie van Nederland, is er niet bij. Enri Leufkens kon zich niet verenigen met de gekozen selectieprocedures en haakte af.

In de open categorie is de concurentie loodzwaar. Er zijn legio landen die in aanmerking komen voor een medailleplaats, zelfs Nederland, dat met dit team als een gevaarlijke outsider kan worden aangemerkt. De grootste kanshebbers zijn Italië, Polen, Noorwegen, de Verenigde Staten en Brazilië (in die volgorde), maar de onderlinge krachtsverhoudingen zijn gering.

Het Nederlands open team heeft geen slechte track record wat de Olympiade betreft. In 1980 in Valkenburg deelde ons land met Noorwegen het brons. En in 1992 in Salsomaggiore (Italië) won Nederland wederom een bronzen medaille.

Ook organisatorisch speelt Nederland een prominente rol. In het buitenland kijkt men verlekkerd naar de goed georganiseerde bridgebond, die met een professioneel bureau het hele bridgeveld bedient (competities, meesterpunten, opleidingen, rechtspraak, internationale kampioenschappen).

Nederland onderscheidt zich ook met een aantal bijzondere evenementen, zoals de `Cap Gemini Ernst & Young Top 16' in Hotel Des Indes in Den Haag. Dit exclusieve evenement heeft de status van sterkste parentoernooi ter wereld. Andere voorbeelden zijn het internationale `Forbo-Krommenie bridgetoernooi' (sterkste viertallentoernooi ter wereld) en het internationale `Hero Jeugd Festival' in Den Bosch, een soort wereldkampioenschap voor junioren.

Andere jaarlijkse bridge-evenementen waar internationale spelers op afkomen, zijn het `Nobel Van Dijk & Partners Nationaal Toernooi Circuit IMP', waar al tien jaar lang de veertig belangrijkste toernooien van Nederland en België bij zijn aangesloten. Twee springen er uit: het Internationale Honeywell viertallentoernooi en de `Scheveningen Bridge Week'.

Ook in bridgeland lijkt het gras bij de buren groener. Nederlanders kijken met afgunst naar het (vermeende) professionele Amerikaanse bridgeleven, terwijl de Amerikanen zich verlekkeren aan wat hier mogelijk is.

    • Jan van Cleeff