De menie van Malakka

Het oudste gebouw dat Hollandse kolonisten in de wereld hebben achtergelaten is het `Stadthuys' in Malakka. Midden zeventiende eeuw veroverden de Hollanders fort A Famosa op de Portugezen. Na de inname van het fort was van de stad vrijwel niets meer over, maar de Hollanders begonnen meteen met herbouwen.

In 1650 was het eerste, tevens het belangrijkste gebouw klaar: de gouveneurswoning. Het is een kopie van het toenmalige stadhuis van Hoorn, nu de zusterstad van Malakka, de stad waaruit het huidige Maleisië is ontstaan. Het bakstenen gebouw is later witgepleiserd en nu in zijn geheel knalrood geverfd. Niet alleen het Stadhuys is rood, maar ook de ernaast gelegen sobere protestante Christuskerk van 1753 en verder alle gebouwen uit de VOC-tijd. Als je vanaf de brug komt die de stad Malakka verbindt met het vroegere fort Malakka, lijkt het alsof een verzameling brandweerkazernes in de menie is gezet. `Dutch Square' heet nu in de volksmond het Rode Plein.

Zowel de Portugezen en Engelsen hebben Malakka anderhalve eeuw in bezit gehad. De sporen van hun aanwezigheid zijn duidelijker te zien dan die van de VOC die er ook ruim 150 jaar zat. Dat heeft zijn charme. Nu kun je als een detective rondlopen in de klamme hitte van Malakka en je afvragen wat Portugees is, wat Hollands en wat Brits. Je krijgt er een typisch Aziatisch antwoord op: het één zou kunnen, maar het ander ook.

Neem een gebouw vlak achter het Stadthuys. Nu is het een galerie en werkruimte voor kunstenaars, daarvoor was het de rechtbank van Malakka. Maar wat was het dáárvoor? Volgens de galerie-eigenaar was het een door Nederlanders gebouwde meisjesschool. Maar ziet het er daarvoor niet te gaaf uit? Brede planken, hoge plafonds, een poort naar de Pieter de Hoogh-achtige binnenplaats met oud-Hollandse bakkerij van het Stadthuys: het heeft iets Hollands, maar het zou ook Engels kunnen zijn.

En hoe zit het met de Porta de Santiago, die aan de andere kant van de heuvel ligt? De poort is het enige dat resteert van het machtige fort A Famosa. Bij die poort staat Patrick Teo dagelijks zijn aquarellen te verkopen. Teo is naar eigen zeggen amateur-historicus.

Aan de voet van `zijn' poort geeft hij gratis college. ,,Kijk nou eens goed'', zegt hij. `Anno 1670', staat er onder een afbeelding van een soldaat met een schild dat het logo van de VOC toont. De figuur heeft haar tot op de schouders en een snor van oor tot oor. ,,Orang Belanda'', stelt Teo vast, maleis voor `Nederlander' én voor `neusaap', een rossig beest met een onwaarschijnlijk grote neus. Het uiterlijk van de soldaat, het logo en het jaartal kan volgens de autodidact alleen maar betekenen dat het de Nederlanders zijn geweest die het machtige fort van Malakka hebben gebouwd.

Opperen dat het Portugese fort in 1670 door de Nederlanders een beetje is verbouwd, doet niets af aan Teo's conclusie: de Portugezen waren gewetenloze plunderaars en de Hollanders - ,,jullie!'' - excellente bestuurders. ,,Malakka heeft alles aan jullie te danken.'' Teo noemt het stadsplan, een destijds ultramodern ondergronds rioleringssysteem met waterspoeling en afvoer naar zee én de eigen architectuur, een mengelmoes van allerhande bouwstijlen. ,,Ga maar eens kijken in de Heerenstraat en de Jonkerstraat.''

Die straten vormen nu nog Kampong Belanda, de Nederlandse wijk. In de Heerenstraat, nu Jalan Tun Tan Cheng Lock woonden de heren en in de Jonkerstraat, nu Jalan Hang Jebat, woonden de heren van de tweede garnituur, de jonkers. De huizen die zij bouwden staan er nog steeds, maar wat er Nederlands aan is, daar moet je zelf achter zien te komen - niemand in Malakka die het nog weet.

Het leukst zijn de details. Zijn de consoles die de plafondbalken ondersteunen in Jonkerstraat 20 nu wel of niet typisch Hollands? Je zou het wel denken, want getuige het jaartal dat de gevelankers aangeven, 1 6 7 3, is dat huis door Nederlanders gebouwd. En de tegeltjes in de vloeren van Heerenstraat 111? Als die tussen de 350 en 200 jaar oud zijn, zou het VOC-logo op de achterkant moeten staan. Maar hoe kom je daar achter? En die versierselen aan de bovenkant van de pilaren die in de gevel van Heerenstraat 103 zijn verwerkt. Hebben de Nederlanders die ooit zo aangebracht of is het een Chinese imitatie?

Soms weet je zeker dat een huis door Nederlanders is gebouwd. Niet alleen door de on-Aziatisch hoge deuren, ramen en kamers, maar ook door het formaat. De panden getuigen nu nog van de Nederlandse krenterigheid. De wet in de VOC-tijd bepaalde dat onroerend goedbelasting naar rato van de breedte van het huis zou worden geheven. En dus bouwde men smalle huizen die echter meters en meters diep zijn. Zuinigheid en slimme riolering, de Hollandse kolonisator in een notedop.

Honderdvijftig jaar zaten de Nederlanders in Malakka. Sommigen hebben het vaderland nooit gezien, ze werden geboren in Malakka en stierven er. Zoals Theodorus van der Kerckhoven. Klim de Paulusheuvel op naar de ruïne van de Pauluskerk en lees de tekst op zijn grafzerk die daar tussen vele anderen tegen de muur staat: