De markt is er niet gerust op

In de relatie tussen geldschieter en schuldenaar zijn ruzies ongewenst. Wie leent, moet beleefd blijven, en wie geld tegoed heeft, moet de schuldenaar te vriend houden. Daarom voerden het Internationale Monetaire Fonds (IMF), Indonesiës crediteur nummer één, en de nieuwe superminister van Economie, Financiën en Industrie, dr. Rizal Ramli, gisteren een braaf toneelstukje op. John Dodsworth, de IMF-`ambassadeur' in Jakarta, zei dat Ramli op hem ,,altijd een zeer bekwame en practische indruk'' had gemaakt en sprak het vertrouwen uit dat ,,de markt positief zal reageren''. Ramli op zijn beurt verklaarde dat hij het met het IMF overeengekomen programma van economische hervormingen zal voortzetten.

Het was een wat plichtmatige exercitie, want binnenskamers worden de messen geslepen. Ramli, die geen bewonderaar is van herstructurering volgens IMF-recept, sprak de verwachting uit dat ,,de leiding van het Fonds openstaat voor kritiek en suggesties'' en ,,bereid is te onderhandelen over een beter akkoord''. Want ,,Indonesië is een soevereine natie'' en dit ,,dient gerespecteerd te worden''.

Dodsworth' geruststellende woorden over `de markt' kwamen niet uit. De roepia was de afgelopen week gestaag in waarde gestegen na de vreedzame afloop, op 18 augustus, van de met angst en beven afgewachte jaarlijkse zitting van het Volkscongres. Nadat president Wahid gistermiddag zijn nieuwe kabinet had gepresenteerd, nam de Indonesische munt echter opnieuw een duik. Ramli noemde dit `tijdelijk' : ,,Zodra het nieuwe economische team laat zien dat het goed kan samenwerken, zal de negatieve beeldvorming verdampen.'' De ministers onder Ramli's hoede zullen heel fraai spel op de mat moeten leggen, want ze kampen met een levensgroot imagoprobleem.

Behalve zijn naar verwachting ongemakkelijke verstandhouding met het IMF, is de belangrijkste handicap van teamleider Ramli (47) zijn gebrek aan bestuurlijke ervaring. De gewezen student-activist – hij zat in 1978 enige tijd vast na een demonstratie tegen Soeharto – haalde een graad in de economie in het Amerikaanse Boston en verstaat zijn vak. Dat heeft hij echter vooral uitgeoefend als onderzoeker; hij leidde jarenlang het particuliere bureau Econit. Dat grossierde in vlijmscherpe analyses, maar bleef altijd buiten het beleid. Wahid – zelf een gewezen activist – draagt Ramli een warm hart toe en stelde hem in april aan als hoofd van Bulog, een vanouds machtige overheidsinstelling die een sleutelrol speelde in Soeharto's politiek ter stabilisering van de rijstprijs. Bulog werd een staat in de staat, waar de talrijke medewerkers naarstig hun zakken vulden, en Ramli heeft een begin gemaakt met opruiming in deze Augiasstal. Toch vertoont ook zijn eigen netwerk vlekjes. Hij ging het conglomeraat Texmaco (vrachtwagens en nog veel meer) van advies dienen, nadat een minister uit Wahids kabinet had onthuld dat het 1,3 miljard dollar aan liquiditeitskredieten van de centrale bank voor oneigenlijke doeleinden had gebruikt.

Toch is Ramli brandschoon vergeleken met de nieuwe minister van Financiën, de bankier Prijadi Prapto Suhardjo (60). Die diende jarenlang in de Raad van Bestuur van de Indonesische Volksbank (BRI), een overheidsbedrijf. Net als andere staatsbanken spekte de BRI een handjevol met de Soeharto-clan bevriende conglomeraten met superkredieten, waarvoor de onderpanden systematisch werden overgewaardeerd. Onder andere dit soort malversaties stortte Indonesië in 1997 in een acute schuldencrisis. In de jaren dat Prijadi meebestuurde, kreeg BRI de bijnaam `Bank Raja Indonesia' (bank van de Indonesische koning). Dit jaar dong Prijadi tot tweemaal toe naar de positie van president-directeur van de BRI, maar beide keren zakte hij voor de fit and proper test van de centrale bank. ,,Ik ken Prijadi al 16 jaar'', zei Wahid gisteren, ,,en hij verstaat zijn vak''. Als hij bedoelde dat Prijadi publieke middelen vaardig naar de toenmalige machthebber en zijn entourage wist te sluizen, heeft Wahid gelijk. Het departement van Financiën wordt in het kader van de stroomlijning versterkt met het op te heffen ministerie van Staatsondernemingen. Met Prijadi als bewaarder van de staatskas en het vermogen van 116 overheidsbedrijven is de `negatieve beeldvorming' waarvan Ramli repte niet een-twee-drie uit de wereld.