De bolle man

De naam Peter Sisselaar duikt de laatste tijd steeds vaker op in bridgerubrieken. Hij sponsorde verleden jaar de finale van de meesterklasse viertallen. Op dit moment schijnt hij een top-zestien voor damesparen voor te bereiden.

Gesponsord worden door de bolle man, zoals hij zichzelf noemt, is één ding. Met hem samenspelen is een heel andere zaak. De laatste keer dat ons partnership floreerde staat mij nog levendig voor de geest.

Die avond, al weer enige jaren geleden, hobbelden wij in een cafédrive mee rond de vijftig procent. In mijn herinnering hobbelden wij altijd mee rond de vijftig procent en altijd in cafés. In de laatste ronde moesten we tegen twee oude dames. Sisselaar begon uit principe nooit een ronde zonder een lied of voordracht. Dit keer viel zijn keus op ...Tom Poes en Ollie B. Bommel...:

Lieve kinderen in de zaal,

jullie kent ons allemaal:

Tom Poes en Ollie B. Bommel.

Wij staan dagelijks in de krant,

avonturen in het land,

Tom Poes en Ollie B. Bommel.

Dat ging nog twee coupletten zo door. Met gebaren. Daarna groette de bolle de dames hartelijk en pakte hij het eerste spel uit het board. De bieding ging: een sans (ik) – drie sans (hij). Eén van de dames doubleerde en Sisselaar redoubleerde (...een Sisselaar laat zich niet doubleren...). Er werd gestart en de bolle man legde een magere zevenpunter neer. Ik zei: ...Ik schrik een beetje van die dummy.... Hij antwoordde:

Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,

mijn woning in: Heer, Heer een ogenblik.

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

Toen keek ik achter mij: Daar stond de Dood.

Tegen de tijd dat hij bij de slotregels van het onsterfelijke vers van Van Eyck was aanbeland lag ik voor twee geredubbeld down.

Spel twee: een harten (ik) – drie sans (Bolle). Alles echt want Sisselaar speelde slechts een conventie, waarover zo meteen meer. Tijdens zijn afspel zong hij het lied:

Mijn oom die woont in China daar leerde hij Chinees

Wik wak wokkie hoera.

Hij draagt een kimono van lichtblauwe zij

en als hij die aantrekt dan zingt hij daarbij:

Wik wak wokkie hoera!

Alleen als hij een snit nam onderbrak hij zijn zang voor het korte vers:

Een snitje hier, een snitje daar,

de naam is Peter Sisselaar.

We scoorden tien slagen voor 50 procent. Van het volgende spel weet ik alleen nog dat hij het snel afspeelde terwijl hij zijn standaardgrap plaatste: ,,Neem me niet kwalijk dames dat ik vlug speel maar mijn partner moet voor twaalf uur terug zijn in de inrichting.'

Het laatste spel van de ronde en tevens van de avond lag zo:

Noord (Ik)

♠ 6 4 2

♡ 7 3

♦ A H 7 5

♣ 9 8 6 3

Zuid (Bolle)

♠ 9 8

♡ 5 4 2

♦ 10 9 8 2

♣ A V 7 4

Met allen kwetsbaar ging het bieden: Oost: 1 harten, Zuid (Bolle): 2 harten. Ik alerteerde. Desgevraagd legde ik uit: ,,Mijn partner heeft een zwakke hand met een driekaart harten. Het contract gaat gegarandeerd vier down.' ,,Een vreemde conventie', zei de dame rechts van mij. ,,Mevrouw', zei ik, ,,het is de enige conventie die mijn partner en ik spelen. Hij staat bekend als het Sisselaars cuebid.'

Er werd rondgepast en mijn maat scharrelde vier slagen bij elkaar voor vier down. ,,Een top voor ons', riep hij vrolijk, ,,want het is drie sans voor de dames.' ,,Klopt', zei ik, ,,alleen is bijna het hele veld in hun lijn down gegaan in vier hoog.'

Deze desastreuze slotronde bracht ons gemiddelde op 46 procent. ,,Ik had ons wat hoger ingeschat, zoveel is zeker', zei ik. ,,Zeker', vroeg de Bolle, ,,luister goed jonge vriend':

Wie iets zo zeker weet en vast

dat hij het haast met handen tast,

het voor zijn oog gebeuren ziet,

maar zeggen moet: het is zo niet.

Wie twijfelt aan het al of niet

van alle dingen die hij ziet,

die raakt op het laatst de zekerheid

van alle zijn en niet zijn kwijt!

Later die avond wilde ik afrekenen aan de bar, maar de rekening was al voldaan.

Een aanwinst voor de bridgewereld die Sisselaar. Vooral als sponsor.

    • Joost Prinsen