Couleur locale

Het vakantiegevoel vormt zich in de kinderjaren. Dankzij een Belgische oma is mijn vakantiegevoel bepaald door de Vlaamse kust. Vakantie is voor mij uitzicht op zee, een boulevard die zeedijk heet en restaurants waar iedereen tussen de middag frites met mosselen eet. Eén keer in mijn jeugd, veertig jaar geleden, is ons gezin naar een Nederlandse badplaats gegaan, Haamstede. En we vonden er allemaal niets aan. Behalve het Slot, dat kon er mee door. Wat een gesjouw door de duinen om op het strand te komen, wat gingen de winkels vroeg dicht, wat een beperkt uitzicht in zo'n huisje met een tuintje en wat een kleine ijsjes. `Te Hollands', luidde het eindoordeel.

Na veertig jaar ben ik terug in Haamstede. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we vroeger misschien wat weinig oog hadden voor de schoonheid van het uitgestrekte duingebied en de vroonlanden, voor de archetypische vuurtoren en voor de rijkdom aan vogels als de braamsluiper en de roodborsttapuit. Al is het ordentelijke betonpad dwars door de duinen, met om de tweehonderd meter een vuilnisvat, nog steeds erg Hollands.

Als een enclave ligt in het natuurgebied een nederzetting van eerste huizen, tweede huizen, vakantieverblijven en een zweefvliegveld. Hier was sinds 1931 – Schouwen-Duiveland had toen nog de eilandstatus – een verkeersvliegveld. De KLM onderhield er de eerste binnenlandse lijn, tussen Rotterdam en Haamstede.

Het Duinhotel, pal naast het vliegveld, oogt als luchthaventerminal, compleet met een pseudo-verkeerstoren. De architectonische middelen zijn eenvoudig, maar het gebouw is hier uitstekend op zijn plaats.

Binnen is het andersom. `The best of Leonardo Da Vinci' op pseudo-fresco's, plastic druivenranken, warme kleurstellingen, toegankelijke kunst en romantisch geplooide vitrage ten spijt, maakt de inrichting een ontheemde indruk.

We prijzen ons gelukkig dat onze kamer uitziet op het vliegveld, dat hier echt een veld is, en niet op het wijkje aan de andere zijde. De ruime, comfortabele L-vormige kamer is voor 225 gulden zowel voorzien van een bijdetijdse ISDN-aansluiting als van een nostalgisch grenen ledikant. De kamer is een paradijs voor de liefhebbers van houten meubelen met kwasten. Er bestaat enige discrepantie tussen de woningbouwafwerking - witte muren, geschilderd betonplafond - en de in `English Country Style' gedachte inrichting. Moest het echt Engels zijn, dan zou een bloemetjesbehang al helpen. En jammer dat je met zo'n fantastisch, overburenloos uitzicht de vitrage niet kunt openschuiven.

Uit folders en krantenknipsels op de kamer blijkt dat de keuken van het Duinhotel enige gastronomische ambitie heeft en dat `de kenner vele bijzonder wijnen aantreft' op de kaart. We spoeden ons naar beneden.

In het restaurant heet een diepe alt ons warm welkom. Deze reïncarnatie van Kathleen Ferrier blijkt een bedreven serveerster en een minder bedreven wijnadviseur. ,,Ik vind eigenlijk alle wijn wel lekker.''

De voorgerechten zijn veelbelovend. Het `taartje' van Hollandse garnalen combineert goed met de subtiel gedoseerde gember-mosterdsaus. Op het taartje floreert een flinke toef spruitgroente, een soort rode alalfa. Dat doet aanvankelijk de wenkbrauwen fronsen - alweer een nieuwe garneermode - maar de smaak is iets bitter en dat gaat goed bij de gember. Bevallig ligt in het donkerrode hooi een zilvergrijs sprotje. Aan de andere zijde van de tafel manifesteren oesters zich op drie manieren: rauw, gegratineerd en met gemarineerde groenten. Het is een perfect gerecht om weer eens vast te stellen dat oesters puur het lekkerst zijn.

Bij de hoofdgerechten is de gebakken tongschar op groenten met een heel klein beetje saffraansaus en gegarneerd met gefrituurde spinazie alleszins aceptabel.

De grietfilet is slecht behandeld, hij is zo droog dat het wel stokvis lijkt. De smaakconstructie is met teveel verschillende groenten en twee pepersauzen onevenwichtig.

Een trits bakjes siert de tafel. De extra groenten en de goedgebakken aardappelblokjes zijn te prijzen, maar de friet is slap en de sla met fruit oogt merkwaardig. Zou dat de restverwerking zijn van de fruitsalade die op de dagkaart staat? In elk geval is het geen gelukkige combinatie.

Een flensje behoort een vermoeden van pannenkoek zijn. ,,Zo dun als een visitekaartje,'' zegt de ervaren netwerker, die met mij de tafel deelt. Zijn flensje is er een van driedubbelgeschept papier en de begeleidende kersen doen erg aan Jonker Fris denken. Mijn rijstpudding met veel amandelsnippers en abrikozencoulis overtuigt weer wel.

Als de rekening komt, 275 gulden voor twee personen, zweven de gedachten als vanzelf naar een maaltijd met minder pretenties en meer voldoening. Frites met mosselen bijvoorbeeld, in een simpel restaurant aan de Vlaamse kust.

    • Joep Habets