Bordeelverbod 1

De heer De Korte gaat in zijn artikel (NRC Handelsblad, 15 augustus) in op de wijze waarop (sommige) gemeenten de wetswijziging vertalen naar gemeentelijk beleid. Sommige gemeenten gaan uit van een zogenoemd nulbeleid en zien, aldus De Korte, ,,over het hoofd, dat het geheel weren van seksinrichtingen uit hun gemeente – vanuit juridisch oogpunt bezien – niet mogelijk is''.

Het is niet onjuist dat een zogenoemd nulbeleid met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in strijd is met de wet. Ik meen echter dat dit niet door de beleidsmakers over het hoofd wordt gezien. Als ambtenaar heb ik het gemeentebestuur in `mijn' gemeente over dit onderwerp mogen adviseren. Het gemeentebestuur heeft een redelijk liberaal standpunt ingenomen. Niet opzienbarend overigens, gelet op het feit dat de meeste gemeenten dit standpunt innemen, namelijk een maximumbeleid met een maximum van één prostitutiebedrijf.

Maar stel dat ik het gemeentebestuur in Katwijk of een gemeente op de Veluwe terzake had mogen adviseren en er zou blijken dat een maximumbeleid met een maximum van één prostitutiebedrijf volstrekt niet bespreekbaar zou zijn. Wat dan? Als zou blijken dat religieuze overwegingen aan dit standpunt ten grondslag liggen, zou ik met nadruk wijzen op het feit dat opheffing van het bordeelverbod met zich meebrengt dat deze vorm van prostitutie niet meer illegaal is. Ook zou de mogelijke strijd met het grondwettelijk recht op vrije arbeidskeuze nadrukkelijk aan de orde komen. Mijn advies zou zijn een maximumbeleid van één prostitutiebedrijf, gelet op de veronderstelling dat een nulbeleid in een geschil door de rechter zal worden afgeschoten. Ik ben er van overtuigd dat mijn collega's in die Veluwse gemeenten een min of meer gelijkluidend voorstel hebben uitgebracht.

Echter, er zijn politieke partijen die Gods Woord als maatstaf nemen bij het bedrijven van politiek. Daar is overigens niets mis mee. In Katwijk en enkele gemeenten op de Veluwe is het aantal politieke gezagsdragers dat zich in belangrijke mate baseert op Gods Woord echter zo groot dat dit een belangrijk stempel drukt op de besluitvorming. Juridische argumenten zullen ongetwijfeld ook daar belangrijk zijn, maar niet belangrijker dan het Woord. Zo zal daar een maximumbeleid van één niet worden aanvaard. Zou ik adviseur in een van deze gemeenten zijn, dan zou ik daar vooral niet verder tegen in gaan; dat heeft geen enkele zin. En bovendien, de ambtenaar adviseert, de politiek beslist (en dat mag ook wel eens in afwijking van het advies) en het is de rechter die uiteindelijk oordeelt.