BOEKEN

Agatha Christie schreef Poirot speelt bridge, Ian Fleming liet in Moonraker zijn 007 een geredoubleerd grootslem maken en Roald Dahl voerde in M'n liefje, m'n duifje het valsspelende echtpaar Snape ten tonele. Het bridgespel blijkt een rijke bron van inspiratie te zijn. Duizenden boeken zijn aan bridge gewijd.

De meeste bridgeboeken zijn educatief van aard. Ze behandelen de beginselen van het spel, biedmethoden en speeltechniek. In Nederland geldt de in 1977 begonnen serie Van Start tot Finish van Cees Sint en Ton Schipperheyn nog altijd als de standaard, maar oud-wereldkampioen Berry Westra timmert in dit genre de laatste jaren flink aan de weg. Ambitieuze bridgers hebben vooral een ruime keus uit Engelstalige lectuur. Zelf stak ik heel wat op van het recentelijk herdrukte The play of the cards van Terence Reese en Albert Dormer. (Robert Hale, ISBN 0-7090-4341-4, 24,50 gulden). Voor wie tot de rangen van de experts wil doordringen, zijn de boeken van Hugh Kelsey, waaronder zijn onovertroffen eersteling Killing defence, aan te bevelen.

Leuker en vaak nog instructief ook is de fictionele bridgeliteratuur. Het allermooiste op dit gebied is voor mij Right through the pack van Robert Darvas en Norman de Villiers Hart (herdrukt bij Devyn Press, ISBN 0-910791-69-4, 37,50 gulden). En dat niet alleen omdat ik het op een regenachtige herfstmiddag zomaar thuis in een boekenkast tussen de Havanks vond. In dit boek vertelt elke kaart van klaveren twee tot schoppenaas zijn verhaal. Het proza is prachtig en de 52 spellen zijn subliem.

Het enige Nederlandse boek dat hierbij een beetje in de buurt komt is Rustig en onrustig bridge van Ernst Heldring uit 1950. Hierin worden de schelmenstreken van Wespenstich en Natterbisz op de robberclub Rustig Vertier in geuren en kleuren beschreven. Gek genoeg is de heruitgave van 1994 (Elmar, ISBN 90-389-0184-4) alweer in de ramsj gegaan (12,95 gulden), evenals het alleraardigste Het spel der vergissingen van Jules van Ogtrop (Elmar, ISBN 90-389-0355-3, 9,95 gulden).