Werk genoeg voor de nieuwe rechter

Nederland heeft de komende jaren veel meer rechters nodig. Een leeftijdsgrens is al geslecht.

De samenleving juridiseert. Het aantal juridische regelingen wordt steeds uitgebreider, het publiek mondiger. De economie wordt steeds dominanter, alles almaar bureaucratischer en gecompliceerder. Kantongerechten, arrondissementsrechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad krijgen het daarom steeds drukker en het aantal leden van de zittende magistratuur zal bijgevolg drastisch moeten groeien.

Het kabinet besloot afgelopen vrijdag akkoord te gaan met een voorstel van minister Korthals (Justitie) om de nu nog geldende maximumleeftijd van dertig jaar voor de toelating tot de opleiding tot rechter of officier van justitie te laten vervallen. Aspirant rechterlijke ambtenaren in opleiding (`raio's') moeten volgens de bewindsman niet langer worden geconfronteerd met de nu nog geldende vorm van leeftijdsdisciminatie, die alleen maar een ongewenste en onnodige hindernis vormt en bovendien het aantrekken van een groot aantal nieuwe rechters in de weg kan staan. Tot dusverre was het doel de helft van de toekomstige rechters rechtstreeks uit de collegebanken te rekruteren. De selectie voor toelating tot de opleiding blijft zeer grondig, zo heeft Korthals zijn collega's in het kabinet gerust gesteld. Na de wijziging kan ook worden geworven onder een nieuwe doelgroep van rechtsgeleerden, die ouder dan dertig jaar zijn en minder dan zes jaar juridische werkervaring hebben. Wie al minimaal zes jaar werkervaring had kon tot dusverre ook al toetreden tot de rechterlijke macht via een verkorte opleiding.

De rechterlijke macht wordt op het ogenblik gemoderniseerd en tegelijkertijd loopt het project `werving, selectie en opleiding' voor leden van de rechterlijke macht. Reden voor het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum (WODC) van het minister van Justitie om eens te kijken hoe dat in het buitenland gaat. In Nederland zijn er zo'n 1.600 rechters en 450 leden van het openbaar ministerie op een bevolking van bijna 16 miljoen mensen. Dat blijken er relatief meer dan in Frankrijk, maar veel minder dan in Duitsland. Verder keken de onderzoekers naar Zweden en de Verenigde Staten.

De Verenigde Staten wijken in zoverre af van de Europese landen, dat een Amerikaan al behoorlijk op leeftijd moet zijn om rechter te kunnen worden. De rechtscultuur kent daar ook anders dan hier een sterk `politiek en democratisch karakter', wat bijvoorbeeld tot uiting komt in het veelvuldig gebruik van juryrechtspraak en de openbare verkiezing van sommige soorten rechters. In de Europese landen is een jonge rechter bepaald niet ongewoon. Alleen de manier waarop zij rechter zijn geworden verschilt nogal. In Duitsland en Zweden speelt het eindexamen van de rechtenopleiding een doorslaggevende rol. In Zweden kunnen alleen de grootste bollebozen het tot rechter schoppen want de eindlijst geldt als criterium. Kandidaten in Frankrijk moeten een toelatingsexamen afleggen, een concours. Wie in Nederland tot de raio-opleiding toegelaten wil worden moet goedkeuring hebben van een selectiecommissie. De sollicitatieprocedure is overigens op 1 januari van dit jaar drastisch teruggebracht van acht maanden - inclusief de plaatsing op de rechtbank waar de opleiding gaat plaatsvinden - tot acht weken. Ook de selectie van `buitenstaanders', ervaren juristen die de verkorte opleiding doen, is flink ingekort.

De wijze waarop de opleiding wordt betaald is uniek in Nederland. De minister van Justitie betaalt, maar mag er nauwelijks iets over zeggen. In Zweden mag de minister de grove lijnen van de opleiding bepalen, in Duitsland is hij alleen verantwoordelijk voor het theoriegedeelte en de Franse minister van Justitie bepaalt goeddeels het lesprogramma. In de VS hebben zowel de federale minister van Justitie als zijn collega in een afzonderlijke staat niets te zeggen over de rechtersopleiding. Maar het kost ze dan ook niets, want de opleiding wordt uit andere overheidsfondsen, particuliere instanties of zelfs individuen uit de zittende magistratuur betaald.

De VS tellen ongeveer 180 juridische faculteiten, law schools. Ze verschillen - anders dan in Nederland - heel duidelijk van niveau. Om die reden melden zich bij faculteiten met een goede reputatie vaak vijftien maal meer studenten dan er plaatsen zijn. De opleidingen staan onder toezicht van de beroepsgroep zelf, de American Bar Association. Een jurist die zich in Zweden ooit rechter wil laten noemen moet wel sterk in zijn schoenen staan. Wie de opleiding daar vlot voltooit is er 204 maanden mee bezig, ofwel zeventien jaar. Nederland behoort wat de lengte van de opleiding betreft tot de middenmoot met elf jaar. De Duitse rechter doet tien jaar over zijn scholingen. In Frankrijk is het mogelijk binnen zeven jaar recht te mogen spreken.

    • Bram Pols