Strijd om imago's bepalend

Al Gore moet bewijzen dat hij menselijk is, George W. Bush dat hij slim genoeg is. De Democratische kandidaat voor het presidentschap en zijn Republikeinse rivaal liggen aan het begin van de slotfase van de campagne nagenoeg gelijk in de peilingen.

De rollen in de Amerikaanse presidentiële verkiezingscampagne zijn sinds de Democratische Conventie vorige week drastisch omgekeerd. Terwijl de Republikeinse kandidaat George W. Bush tot vorige week vrijwel voortdurend beschikte over een comfortabele voorsprong in de peilingen boven zijn Democratische opponent vice-president Al Gore, is het nu Bush die achterligt. Dat de populariteit van kandidaten na de Conventie een piek te zien geeft in de peilingen, een bounce, is gebruikelijk maar doorgaans is dat effect tijdelijk. Een recente peiling van The Washington Post-ABC News laat echter zien dat Gore nog steeds een voorsprong heeft op Bush met 50 tegen 45 procentpunten.

De Democratische campagne lijkt er voorlopig in geslaagd door Gore's acceptatietoespraak vorige week en zijn optredens sindsdien, drie doelen te verwezenlijken: de steun voor Gore is verstevigd, de belangrijke groep van zwevende kiezers is bereikt, terwijl Gore afstand heeft weten te nemen van de morele problemen rond president Clinton. Gore zelf hield het er gisteren op dat zijn taktiek om te spreken over de inhoud, vruchten afwerpt. Een Amerikaanse krant sneerde dat Gore eerst ,,alleen opschepte over het feit dat hij niet de meest opwindende politicus is, maar nu wil hij het bewijzen ook''.

Een opmerkelijke wijziging echter, behalve in de peilingen, is de verandering van de toon in de media. Gore's imago van houterig, stijf en serieus, lijkt door zijn nieuwe dynamiek verbeterd: ten eerste vinden Amerikanen dat hij ,,krachtig'' gesproken heeft afgelopen donderdagavond. Gore sprak tijdens zijn acceptatiespeech dwars door het applaus in de arena van het Staples Center in Los Angeles heen het televisiepubliek toe. Terwijl hij in de zaal vaak niet was te verstaan, was het volgens commentatoren voor de mensen thuis prettig dat zij niet de hele tijd hoefden te wachten tot het publiek was uitgeklapt. Energiek probeert Gore zich sindsdien ook te vertonen door bij voorkeur in looppas, high five's uitdelend door menigten heen te breken terwijl hij zijn maatpakken heeft ingeruild voor een polo-shirt, een spijkerbroek en cowboylaarzen.

Ondertussen lijkt ook de mening over Bush te zijn omgeslagen: zijn ,,feel good-campagne'' heeft vragen opgeroepen over de inhoud. Wat wil Bush eigenlijk? Waar eerst Gore het favoriete mikpunt was van grappen, is dat nu Bush, voornamelijk door zijn versprekingen. Volgens sommige kranten heeft de republikeinse kandidaat deze week een ,,persoonlijk record'' gevestigd door binnen een kwartier terrors te verwisselen met tariffs, hostile te zeggen in plaats van hostage en Clintons regeerperiode met vier jaar te bekorten door te zeggen dat hij al vier jaar aan de macht is in plaats van acht. Eén van Bush campagne-medewerkers weet de versprekingen aan het feit dat Bush sprak ,,aan het eind van een lange dag''. Maar de bloopers van Bush zijn in korte tijd legendarisch geworden. Een internetkrant, www.slate.com, geeft zelfs een handig overzicht onder de titel Bushism of the Week. Terwijl Al Gore moet bewijzen dat hij menselijk is, staat George Bush voor de opgave om te bewijzen dat hij intellectueel in staat is het presidentschap tot een goed eind te brengen.

Bush zei gisteren in Austin, Texas, zich niet van de wijs te laten brengen door de nieuwe peilingen. ,,Ik schat mijn kansen goed in. Maar ik weet dat we nog veel werk te doen hebben – het zal een nek-aan-nek race worden'', aldus de kandidaat. De verwachting is dat de peilingen vanaf Labor Day, de eerste maandag in september als de campagne officieel begint, een veel stabieler beeld zullen geven dan in de afgelopen periode. Voorkeuren zullen duidelijker zijn en het aantal zwevende kiezers zal gaan dalen. Dat heeft tot gevolg dat zelfs een geringe achterstand in de peilingen moeilijker valt in te lopen. Hierdoor worden eventuele fouten die de kandidaten maken kostbaarder en is het gewicht van de debatten tussen de kandidaten in oktober zwaarder.

En dat valt te merken nu het ,,debat over de debatten'' is begonnen. De teams van Bush en Gore hebben al ingestemd met drie debatten tussen de presidentiële kandidaten en twee tussen hun running mates. Maar de discussie over alle randvoorwaarden is volgens de deelnemers aan de onderhandelingen ,,een oefening in frustratie, bedrog, bluf, hilariteit en achterbaksheid''. Zelfs over de kleding van het publiek bestaat verschil van mening. Terwijl Gore, die een reputatie heeft als een gewiekst debater, wel twaalf uitnodigingen van omroepen heeft geaccepteerd om in debat te gaan, vindt Bush drie debatten meer dan genoeg. Zijn staf probeert bovendien die debatten op tijdstippen te laten gebeuren dat weinig mensen naar tv kijken, zoals in talkshows op zondagochtend. Bush' vader, president George Herbert Walker Bush, was in 1992 toen hij tegenover Clinton stond, ook niet erg happig om met de gladpratende gouverneur van Arkansas in debat te gaan. Het gevolg was dat hij overal waar hij verscheen werd achtervolgd door mensen in kippenkostuums om aan te geven dat hij laf (chicken) was. Dat risico dreigt volgens sommige kranten ook nu voor zoon George W. Bush.

    • Frank Vermeulen