Schiphol

In NRC Handelsblad van 16 augustus betoogt J.D. Dengerink dat Schiphol als een groot stadsplein door overheden moet worden bestuurd.

Dit pleidooi miskent de toenemende behoefte aan bedrijfsmatige exploitatie van infrastructuur, in het bijzonder als er `per tik' voor kan worden betaald, als voortdurende innovatie en investeringen nodig zijn, de concurrentie loert en de exploitatie ook nog winstgevend kan zijn.

Privatisering en marktwerking zijn dan een noodzakelijke voorwaarde om de beslissingen van alle economische betrokkenen bij een luchthaven goed te coördineren. De overheid verdwijnt echter geenszins van het toneel maar wordt regelgever en toezichthouder. Daar is zij ook voor.

In de praktijk van privatisering en liberalisering heeft de dogmatische tegenstelling tussen markt en staat plaatsgemaakt voor de noodzaak dat ieder van deze twee zich bij zijn leest houdt. Het gaat niet meer om de vraag of Schiphol geprivatiseerd moet worden, maar om de vraag hoe dat moet gebeuren. Daartoe moet Schiphol eerst ontleed worden in grond, luchtvaartactiviteiten en andere activiteiten en moet worden nagegaan welk regime daarvoor moet gelden, uit een oogpunt van veiligheid, milieu, mededinging en de bevordering van de welvaart. Daarom wordt ook vaak terecht gezegd dat privatisering en herregulering hand in hand gaan.

Zo zullen noch Schiphol, noch het openbaar vervoer en andere nutsbedrijven overheidsbedrijven blijven. Deze essentiële voorzieningen kunnen met hun snelle innovaties en hoge investeringen niet van overheidsbegrotingen afhankelijk zijn. Zij hebben toegang tot risicodragend kapitaal nodig. Zij vergen grensoverschrijdende samenwerking. Het gaat daarbij niet alleen om de kale infrastructuur, maar ook om onroerend goed exploitatie, winkels, aansluitend vervoer en dergelijke. Dat vraagt kennis van markten, een agressief management, ondernemersbeslissingen en andere kwaliteiten waarvoor overheden niet primair zijn toegerust. Wil Nederland aantrekkelijk blijven dan mag haar luchthaven niet bestuurd worden door landelijke, regionale en plaatselijke overheden die raden van bestuur vormen met een overkoepelende raad van bestuur die rapporteert aan het kabinet, zoals Dengerink voorstelt. De tijd van dergelijke modellen is voorgoed voorbij.

Wie, zoals Dengerink, durft te stellen dat privatisering van Schiphol even dwaas is als de privatisering van de Dam, miskent de verschillen.

De Dam is een historisch monument, om zoveel mogelijk ongeschonden te behouden. Schiphol is een economisch zenuwcentrum van rennend en vliegend Nederland. Maar wie van Schiphol een groot Aviodome wil maken, moet het vooral onder overheidsbestuur plaatsen.

    • Tijdschrift Privatisering
    • Prof.Mr. H.J. de Ru