Opslag van bloed door RIVM mag

De opslag van bloedmonsters uit hielprikjes door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is niet onrechtmatig. Wel moet het RIVM ouders er over informeren. Dat stelt de Registratiekamer, het bestuursorgaan dat toezicht houdt op de privacybescherming. Ook moeten ouders volgens de Registratiekamer bezwaar kunnen maken tegen de opslag.

Het RIVM heeft sinds 1994 buiten medeweten van ouders een verzameling bloedmonsters aangelegd van 1,4 miljoen kinderen. Ze zijn afkomstig van de hielprikjes waarmee kort na de geboorte wordt bekeken of kinderen lijden aan de ziekten PKU (een stofwisselingsziekte) en CHT (een schildklierafwijking). De namen van de kinderen zijn niet opgeslagen, wel zijn de gegevens gekoppeld aan een unieke streepjescode. Een ander orgaan (de provinciale entadministratie) beschikt over zowel die code als de naam van het kind. Omdat de opgeslagen gegevens zo herleidbaar zijn tot een persoon, is de privacywetgeving van toepassing.

De Registratiekamer kwam de verzameling toevallig op het spoor na de ramp in Enschede. Een lid van het Rampen Identificatie Team wees er op dat voor identificatie van kinderen een beroep zou kunnen worden gedaan op de verzameling bloedmonsters. Daarop stelde de kamer een onderzoek in.