MIRABELLENNECTAR

Er kwamen opeens mirabellen op mijn pad deze zomer, een hele zak vol. Samen met Reine Claudes en kwetsen vind ik die gele, bolronde mirabellen de lekkerste pruimpjes die ik ken. Behalve ze zo op te eten, kun je er jam van koken of een open vruchtentaart mee maken maar dit keer benutte ik ze anders. Fransen stoken een heel verrukkelijke likeur van mirabellen, maar wie niet stoken kan `die pakt het anders an'.

Bereiding: Halveer de mirabellen, verwijder de pitten en houd die even apart. Doe de pruimpjes in een roestvrijstalen pan samen met 1 dl water en breng ze aan de kook. Laat de mirabellen in de gesloten pan 20-25 minuten stoven op een laag vuur zodat ze hun sap kunnen afgeven. Kraak intussen de pruimenpitten met een notenkraker en haal de kernen eruit; wie te bruut kraakt heeft kans de piepkleine kern te vermorzelen dus wees voorzichtig. Giet de pruimen af in een fijnmazige bolzeef van kunststof, vang het pruimensap op in een kom en voeg de kernen van de mirabellen eraan toe. Laat het vruchtvlees in de bolzeef vervolgens een nacht verder uitlekken boven de kom; in die tijd kunnen de kernen het mirabellensap heerlijk `parfumeren'. Zeef de volgende dag de pruimenkernen uit het vruchtensap en laat vocht op een laag vuur tot de helft indampen zodat er ongeveer 1 1/2 dl geconcentreerd sap wordt verkregen. (Worden de kernen niet verwijderd alvorens het sap in te dampen dan krijgt het vruchtensap naar mijn mening een te overheersende kersenpittensmaak.)

Voeg de suiker toe en laat die al roerend wegsmelten. Meet de verkregen hoeveelheid mirabellensiroop af, giet hem over in een schone fles en laat de siroop afkoelen. Vul de fles na afkoeling bij met eenzelfde hoeveelheid grappa (of iets minder) en sluit de fles goed af. Laat de inhoud een week of twee ongemoeid zodat deze alcoholische mirabellennectar op smaak kan komen. Op de Olympus zouden ze er geen kwaad van spreken.