In de schildpadgraven van Okinawa wacht de familie

Begraafplaatsen – ze zeggen veel over de manier waarop een volk met zijn doden omgaat. En dat zegt weer iets over dat volk. Onze correspondenten bezoeken deze zomer een begraafplaats in hun land. Vandaag: Okinawa

Tranen stromen bij het weerzien van Nabbie met haar grote liefde. Zestig jaar heeft ze gewacht sinds de dag dat de eilandbewoners hun veto uitspraken en haar geliefde van het eiland verdreven. Zestig jaar lang heeft ze haar onwrikbare gevoelens getoond door het graf van zijn voorouders op een winderige uithoek van het eiland te verzorgen. En dan, op een dag als ze weer druk is met het wieden van het onkruid voor het graf, staat hij plotseling voor haar. Hoogbejaard zijn ze, maar ze omhelzen elkaar als jonggeliefden. In een klein bootje vluchten ze nu samen van het kleine eiland en roeien de Stille Oceaan op.

Nabbie is de hoofdpersoon in de recente Okinawaanse succesfilm Nabbie's Love. De plaats waar ze haar oude liefde weer ontmoet, voor het graf van zijn voorouders, is niet toevallig. Graven op de Okinawaanse eilanden zijn grote familiegraven waar generatie na generatie een rustplaats vindt. Zorg voor het graf is hoogst belangrijk.

`Schildpadgraven' worden ze genoemd. Wie rond rijdt of loopt ziet ze her en der liggen, verspreid tegen de heuvels. Of eigenlijk vormen ze een eenheid met de heuvels, alsof de heuvels eeuwige woningen zijn en het graf slechts de toegangspoort. De naam `schildpadgraf' komt van het stenen dak boven de toegang dat vanwege de ronde vorm doet denken aan het schild van een grote schildpad.

Er zijn ook andere associaties met deze vorm en de `toegangspoort'. Het oude, stereotype graf kent links en rechts van de toegang twee uitlopers. De bezoeker loopt tussen deze uitlopers naar de toegang waarboven zich de bewuste ronde welving bevindt, een welving als een zachte vrouwenbuik. Eén theorie wil dat de `poort' gelijk staat aan de `levensgevende poort' van de vrouw. De dode keert na zijn aardse bestaan terug in de warme moederschoot. ,,Dit is tegenwoordig een gangbare theorie'', zegt de Okinawaanse antropoloog Takeshi Tamaki. ,,Maar nog nooit is duidelijk geworden of deze gedachte er oorspronkelijk altijd al was of er later bij is verzonnen.''

Zeker is dat de overledene in het graf terugkeert bij zijn voorouders. ,,Mijn moeder zegt dan ook niet bang te zijn voor de dood omdat er veel mensen op haar wachten'', zegt Tamaki wiens moeder rond de zeventig is en nog kerngezond. ,,Maar wellicht praat ze anders als het einde werkelijk nadert'', voegt hij er lachend aan toe.

De ruimte in een graf kan een oppervlakte van enkele tientallen meters beslaan. Tot in de jaren vijftig werd een overledene hier opgebaard en het graf weer met een steen gesloten. Een jaar later, als het vlees was weggerot en slechts de botten over waren, haalde men de botten weer naar buiten voor een ceremoniële `wasbeurt'. Jarenlang houdt men ceremoniën voor de overledene. ,,De laatste ceremonie is na drieëndertig jaar en staat niet meer in het teken van verdriet, maar van vreugde'', zegt Tamaki. ,,De overledene treedt toe tot het rijk der goden.''

De botten van de `god' geworden persoon belanden uiteindelijk op een grote hoop in het achterste deel van het graf, de zogeheten `vijver' waar alle familieleden weer samenkomen. De botten van kinderen die voor hun zesde jaar overlijden komen pas op de hoop als ook hun ouders zijn overleden; opdat ze niet in eenzaamheid `verdwalen' in de andere wereld. Tegenwoordig wordt een overledene bij lage temperatuur gecremeerd zodat toch de botten grotendeels overblijven. De verdere behandeling is vrijwel identiek.

De grote graven hebben ook ooit als onderdak voor de levenden gediend. De Okinawanen zijn kleurrijker en extroverter dan de bevolking van de Japanse hoofdeilanden. Okinawa leefde vanouds van handel waarbij ze profiteerden van hun strategische ligging tussen Japan, China, Korea en Zuidoost-Azië. Okinawa is pas eind negentiende eeuw ingelijfd bij expanderend Japan. De relatie is altijd problematisch gebleven en dit kwam tot explosie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het Japanse leger paste na de landing van de Amerikanen in 1945 de tactiek van de verschroeide aarde toe waarbij de lokale bevolking genadeloos werd opgeofferd. De levenden schuilden bij de doden en wachten in graven tot het einde van de `orkaan van staal', zoals men op het eiland de slag noemt aangezien orkanen veel voorkomen.

,,Mijn moeder heeft als veertienjarig meisje ook in een graf geschuild'', zegt Tamaki. ,,Grootmoeder werd op een gegeven moment hysterisch en rende naar buiten. Niemand heeft ooit meer iets van haar gezien.'' Honderdduizend eilandbewoners, 20 procent van de bevolking, zouden het einde van de `orkaan van staal' niet meemaken.

Critici van de toenmalige tactiek van het Japanse leger wijzen erop dat het leger Okinawa beschouwde als `bezet gebied' dat niet tot het echte Japan behoorde. De cultuur is ook een mengeling van gebruiken die in de hele regio is te vinden. Men verbrandt papieren nepgeld voor de overledenen zoals ook gebruikelijk is in China, waar zelfs auto's van papier in rook opgaan voor gebruik aan gene zijde. ,,Qua religie en gebruiken zegt men vaak dat Okinawa tussen Korea en Japan in ligt'', meent Tamaki. ,,Het vereren van de natuur lijkt op het oude Japanse shinto-geloof, overeenkomsten met Korea zijn te zien in de shamanen die met de doden communiceren en de familie-organisatie.'' Iedereen die van dezelfde voorouder afstamt blijft gebruik maken van hetzelfde graf. Deze `families' kunnen na verloop van eeuwen honderden leden tellen. ,,Die grote families geven zekerheid dat in de toekomst altijd iemand de overledene blijft vereren. Dat geeft rust, ook aan mijn oude moeder.''

    • Hans van der Lugt