Groeiend gebrek kamers studenten

De kamernood onder studenten is dit jaar sterk toegenomen. In de studentensteden Amsterdam en Utrecht is de nood het hoogst.

Het Amsterdams Steunpunt Wonen had vorig jaar rond deze tijd twintig kamers in de aanbieding, op dit moment geen een. Bij de Stichting Studenten Huisvesting in Utrecht waren er vorig jaar augustus 4.500 studenten die op een kamer wachtten, nu zijn het er 6.500. Ook in een studentenstad als Groningen – waar vorig jaar geen woningnood was – zijn er te weinig kamers voor studenten.

Volgens de kamerbureaus en de Landelijke Studenten Vakbond (LSV) worden er steeds minder kamers aangeboden terwijl er meer studenten bijkomen. De belangrijkste reden voor de terugval in het aanbod van kamers is de Koppelingswet, volgens woordvoerder Frank Donkers van de LSV. Hierdoor lopen verhuurders het risico gesnapt te worden en hun huursubsidie kwijt te raken of op hun uitkering gekort te worden als zij 'zwart' een kamer verhuren.

In 2001 treedt de Koppelingswet ook in werking voor studenten. Daardoor wordt het ook voor studenten minder aantrekkelijk om zwart een kamer te huren. De gemeentelijke basisadministratie wordt dan gekoppeld aan de bestanden van de informatiseringsbank die de studiefinanciering uitgeeft. Wie niet ingeschreven staat bij de gemeente op het opgegeven adres, heeft geen recht op een studiefinanciering voor uitwonenden. Naast de Koppelingswet zijn er volgens Donkers nog andere oorzaken van de afname van het aanbod van kamers. Er is volgens hem geen prioriteit bij de gemeenten om goedkope studentenwoningen te bouwen. Donkers: ,,In veel steden worden oude huurwoningen gesloopt en daarvoor in de plaats komen peperdure flats.''