De ruïnes bewegen

De ondergang van de Koersk hoort, zoals alle ongelukken waarbij mensen onbereikbaar zijn opgesloten en gedoemd langzaam te sterven, tot de verschrikkelijkste drama's die we ons kunnen voorstellen. De manier waarop het door de Russische autoriteiten is behandeld, doet regelrecht denken aan de duisterste tijd van de Koude Oorlog. Paranoïde geheimhouding, het afweren van buitenlandse hulp, het consequent liegen tegen het eigen publiek; het is het soort gedrag waaraan een dictatuur zich laat herkennen. Maar Rusland is geen dictatuur meer. Journalisten uit het Westen kwamen naar de marinebasis en ondervroegen voor de televisie verontwaardigde en verbitterde familieleden. Toch bleef de regering in Moskou liegen en zij probeert ook nu nog een andere draai aan de ramp te geven. Menselijkerwijs gesproken getuigt het van minachting voor de burgers, politiek is het contraproductief. Waarom doen ze het?

In de laatste jaren van de Koude Oorlog, toen het onder het bewind van Gorbatsjov steeds duidelijker werd dat de Sovjet-Unie het niet lang meer zou maken, werd in het Westen het debat gevoerd over de vraag, hoe de strijd tot een vreedzaam einde moest worden gebracht; wat aan deze kant moest worden gedaan om te bevorderen dat de supermacht `een zachte landing' zou maken. Al vlug daarna bleek dat het Westen er niet veel aan hoefde te doen. Het Sovjetblok ontmantelde zichzelf. De versnelde eindfase met de val van de Muur als besluit, heeft nog geen drie maanden in beslag genomen. Dat is nu elf jaar geleden.

Ongeveer een jaar voor de val van de Muur was ik op een vergadering waar politici, zakenmensen en journalisten uit beide kampen in vrije uitwisseling hun denkbeelden over wederzijdse toenadering formuleerden. Zo heette het in het jargon van die tijd. Helmut Schmidt, ex-bondskanselier, voerde het woord. Maakt u zich geen illusies, zei hij. Wat zich in vier generaties heeft gevestigd, is niet binnen een paar jaar verdwenen. Daar zijn ook generaties voor nodig. En dan komen de andere problemen, de verwaarlozing van volksgezondheid en techniek, de vervuiling van de bodem. In de DDR zit het vuil dertig meter diep. Men vond daar toen dat Schmidt het te somber zag.

De overgangstijd was van beide kanten niet zonder illusies. In het Westen werd verder gepraat over de manier waarop het `vredesdividend' het best kon worden gebruikt; de nieuwe en vernieuwde staten in het Oosten maakten zich met uiteenlopend succes de regels van de democratie eigen en kregen in het bijzonder uit Washington de raad, zich `open te stellen voor de vrije markt'. En toen gebeurde in menig opzicht iets anders. Terwijl Rusland van crisis naar crisis strompelde, twee oorlogen in Tsjetsjenië voerde en zijn economie zag uitgeleverd aan een corrupte, oudkapitalistische oligarchie of een maffia, begon het Westen aan een bloeitijd die zijn weerga niet kent.

We kunnen onze politieke leiders niet verwijten dat ze de vroegere tegenstanders aan hun lot hebben overgelaten. Uit welbegrepen eigenbelang heeft het Westen de roebel gesteund, krachtens de verdragen geholpen bij de vermindering van de kernarsenalen, een aantal vroegere leden van het Warschaupact betrokken bij de NAVO en in de Europese integratie. Allemaal prijzenswaardig. Maar de Koude Oorlog heeft enorme ruïnes achtergelaten waarmee Europa zich tot op de dag van vandaag geen raad weet. De wrakke toestand van de kerncentrales, ecologische wantoestanden in de olie-industrie, het verval van de Russische volksgezondheid. Van tijd tot tijd worden ze opnieuw ontdekt. Het is altijd nodig dat iets op opzienbarende manier mis gaat. Door de ramp met de Koersk is ,,misschien een doorbraak geforceerd voor nauwere samenwerking tussen Rusland en het Westen'', schrijft generaal-majoor b.d. Kees Homan in deze krant van maandag. Het gaat dan om de ontmanteling van kernreactoren en kernwapens in de `overtollige 170 nucleaire onderzeeboten.'

De Russische ruïnes uit de Koude Oorlog zijn niet de enige. Bondskanselier Gerhard Schröder maakt op het ogenblik een reis door eigen land, dat wil zeggen: de Länder die vroeger de DDR vormden. Der Spiegel beeldt hem op het omslag af als een ouderwetse ontdekkingsreiziger. Het is een politiek-therapeutische expeditie naar streken waar de bevolking zich nog niet aan de economische beschaving van de vrije markt heeft kunnen aanpassen. De werkloosheid neemt er onevenredig traag af, jongeren zoeken hun toekomst in het Westen en het neonazisme bloeit. Dat is niet nieuw. De recente toename van het rechts-extremistisch geweld en het verschijnen van neonazistische organisaties op straat, alsof dat genormaliseerd is, hebben tenslotte het alarmerend effect dat de politiek en publieke opinie misschien de overtuiging zal geven `dat er iets moet gebeuren'. Gisteren is het proces tegen drie jonge moordenaars begonnen.

Met de derde ruïne uit de Koude Oorlog zijn we inmiddels zeer vertrouwd: het voormalig Joegoslavië. Onder de uitzonderlijke verhoudingen die daar nu eenmaal heersen, handhaaft zich een kloon van het oude type dat elf jaar geleden in de rest van Europa voorgoed verdwenen leek te zijn. Zijn overjarige aanwezigheid is het resultaat van het bekende treurspel van aarzelingen en vergissingen. Doordat vier Nederlanders zijn gearresteerd, en binnenkort op orthodox communistische manier terecht zullen staan, is hier de publieke aandacht wat sterker op deze farce geconcentreerd. Ook dat komt al betrekkelijk laat. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat ons ministerie van Buitenlandse Zaken dit `incident' in het begin wat heeft onderschat, tenzij de demarches in Moskou en bij de bondgenoten geheim zijn gehouden. Dat zal dan later blijken. Het scenario waaraan Miloševic nu is begonnen en waarvan deze en andere arrestaties een klein onderdeel zijn, doet iedere dag meer vermoeden dat het uitdraait op voortgezet Europees onheil.

Democratieën worden laat wakker omdat ze de redelijkheid waardoor ze zelf bestaan, ook aan hun vijanden toeschrijven en omdat ze pas op het laatste ogenblik bereid zijn hun comfort op te offeren. Anders zouden ze niet bestaan; het is de tekortkoming die in hun kracht zit opgesloten. Sinds het einde van de Koude Oorlog is dit tekort groter geworden. Het Westen ontwikkelt zich van een politieke tot een economische beschaving. Het raakt zijn politiek instinct en voorstellingsvermogen kwijt. Soms wordt het verrast, als een ruïne gaat bewegen.

Dan zien we reality tv, de schokkende beelden, en, wie weet, komt het nog eens tot een humanitaire oorlog.

    • H.J.A. Hofland