Chinezen vinden geen gouden berg in Canada

Chinese bootvluchtelingen vinden geen gastvrij onthaal in Canada. Zelfs de grote Chinese gemeenschap accepteert hen niet. Illegale `voordringers' zijn het, vindt zij.

Het Burnaby Correctional Centre for Women, een vrouwengevangenis in een buitenwijk van de West-Canadese stad Vancouver, lijkt in geen enkel opzicht op een gouden berg. De gevangenis, een troosteloze massa laagbouw aan het einde van een doodlopende industrieweg, scheidt een groep Chinese bootvluchtelingen van de Canadese buitenwereld. Dezen bereikten vorige zomer per vrachtschip de Canadese westkust. In totaal 600 Chinese bootvluchtelingen arriveerden toen in vier krakkemikkige schepen in Canada. Hun was door Chinese mensensmokkelaars een `gouden berg' in het vooruitzicht gesteld, een Chinese metafoor voor Noord-Amerika.

Hun leven en hun spaargeld hadden ze op het spel gezet om die gouden berg te bereiken. De gangbare prijs voor een oversteek van de Stille Oceaan vanuit de Chinese kustprovincie Fujian naar de Noord-Amerikaanse westkust bedraagt 40.000 dollar. Dat bedrag kunnen ze aan mensensmokkelaars, ofwel snakeheads, voldoen door na aankomst in Noord-Amerika illegaal te werken in Chinese sweatshops of in de prostitutie. De tocht van ongeveer twee maanden in een vrachtruim is bovendien riskant. De passagiers van één van de schepen moesten in het zicht van de kust overboord springen nadat het was gesnapt door de Canadese kustwacht, om een mislukte ontsnappingspoging te wagen.

Voor het merendeel van de 600 Chinezen heeft de gewaagde tocht naar Noord-Amerika, een lastig alternatief voor meer populaire routes naar Europa en Australië, een jaar later nog niet geloond. Zeventien mogen in Canada blijven, onder wie enkele vrouwen die in China gedwongen abortussen hadden ondergaan. Twee groepen van negentig zijn in de afgelopen maanden per chartervliegtuig teruggestuurd naar China. En nog ten minste 164 anderen zitten inmiddels een vol jaar in de cel, in afwachting van de uitkomst van hun aanvragen voor vluchtelingenstatus.

Dat is veel te lang, vindt Victor Wong, voorzitter van de Vancouver Association of Chinese Canadians. ,,Ze worden in Canada gecriminaliseerd, maar ze zijn geen misdadigers'', zegt hij. Wong wijst er op dat onder Canadese wetten en procedures, inclusief beroepen, iemand twee tot drie jaar legaal in het land kan verblijven als asielzoeker. Reden voor de ongebruikelijke opsluiting is dat Chinezen volgens de Canadese immigratiedienst een hoog `vluchtrisico' hebben; van de ongeveer 240 bootvluchtelingen die niet zijn opgesloten is ruim de helft inmiddels verdwenen, vermoedelijk naar de VS.

De naar Wongs oordeel ,,slechte behandeling'' van de bootvluchtelingen illustreert dat Canada worstelt met de aanpak van illegale immigranten. Vergeleken met West-Europa is het illegalenprobleem van Canada beperkt: het is moeilijk om er te komen. Routes over land vanuit minder bedeelde gebieden ter wereld bestaan niet; zeeroutes zijn lang en gevaarlijk. In vergelijking met de VS geniet Canada onder smokkelaars van bootvluchtelingen evenwel de voorkeur, omdat de honderden kilometers lange Canadese kustlijn minder goed bewaakt is dan de Amerikaanse.

Tevens heeft Canada een relatief gastvrijer immigratiebeleid dan de VS. Vorig jaar nam Canada, op een bevolking van dertig miljoen, 250.000 immigranten op, onder wie 30.000 vluchtelingen. In tegenstelling tot de VS stuurt Canada geen schepen met vluchtelingen rechtstreeks terug. Iedereen heeft recht op een hoorzitting. Dat maakt Canada aantrekkelijk, ook al zijn in de praktijk de VS veelal de eindbestemming van migranten.

Canada heeft bovendien een lange geschiedenis van legale immigratie uit China, en Chinezen vormen er al jarenlang de grootste groep nieuwkomers. Zo bood Canada politiek asiel aan meer dan 2.000 Chinezen na de bloedige onderdrukking van de democratiseringsbeweging op het Plein van de Hemelse Vrede. In de eerste helft van de jaren negentig verschafte Canada permanente verblijfsvergunningen aan tienduizenden Hongkong-Chinezen, voorafgaand aan de overdracht van de kroonkolonie van Groot-Brittannië aan China. Velen van hen brachten handenvol geld mee en investeerden dat in onroerend goed in Vancouver. Zozeer drukte de 300.000 mensen tellende Chinese gemeenschap haar stempel op de stad, dat zij de bijnaam `Hongcouver' kreeg.

In de bedrijvige straten van Vancouvers uitgestrekte Chinatown bestaat echter weinig sympathie voor de bootvluchtelingen. Ze zouden de Chinese gemeenschap een slechte naam geven. ,,Ze willen niet op hun beurt wachten, ze willen snel naar binnen'', zegt een groenteman van de Yue Wah-winkel, een geboren Chinees die overkwam uit Hongkong. Hij wil niet met zijn naam in de krant. ,,Ze moeten worden teruggestuurd, anders kan iedereen wel overkomen op die manier.'' Zelf is hij sinds zeven jaar in Canada, na een procedure die ,,een heleboel tijd kostte'', zegt hij. ,,Het viel niet mee.''

De Canadese regering wil illegale `voordringers' dan ook niet belonen. Maar anderzijds wil Ottawa niet af van het humane principe dat iedereen recht heeft op een hoorzitting. De Canadese minister van Immigratie, Elinor Caplan, kondigde in reactie op de komst van de bootvluchtelingen aan dat mensensmokkelaars die worden gepakt hoge geldboetes en lange gevangenisstraffen zullen krijgen. Eerder dit jaar reisde Caplan naar China om met Chinese autoriteiten te onderhandelen over terugname van de bootvluchtelingen, die geen identiteitspapieren hebben. ,,Als we niet samenwerken dan winnen de snakeheads, en dat is onaanvaardbaar'', zei ze.

Don DeVoretz, een immigratiespecialist in Vancouver, vermoedt dat Canada en China een geheime afspraak hebben gemaakt. ,,China kan de illegalen met gemak tegenhouden'', zegt hij. ,,Maar daar moet wel wat tegenover staan.'' Volgens DeVoretz zitten Westerse landen en China niet op dezelfde golflengte wat clandestiene immigratie betreft. ,,De Chinezen zeggen: wij zijn best bereid om de illegale bootvluchtelingen terug te nemen – als jullie ons ook de tien- tot vijftienduizend ingenieurs, professionals en studenten terugsturen die we de laatste twee jaar aan jullie hebben afgestaan.''

Dat er dit jaar tot dusver nauwelijks nieuwe bootvluchtelingen zijn onderschept aan de Noord-Amerikaanse westkust houdt volgens DeVoretz verband met het feit dat ,,de snakeheads zich realiseren dat het moeilijker is om hier te komen''. Europa, dat over land te bereiken is en waar binnengrenzen zijn vervaagd, heeft nu veruit de voorkeur, zegt hij.

Wong heeft de gevangenen, die behalve in Burnaby zijn verspreid over drie andere gevangenissen aan de Canadese westkust, onlangs bezocht. ,,Na een jaar in de cel hebben ze spijt gekregen dat ze de reis gemaakt hebben'', verklaart hij. ,,Ze beseffen dat ze waarschijnlijk worden teruggestuurd, en dat ze aan de andere kant gestraft zullen worden voor het verlaten van China. Ze hopen nog steeds op compassie van de Canadese regering.''