Verkiezing VS beslissend voor een hele generatie

Vice-president Al Gore is na de speech waarmee hij zijn nominatie aanvaardde weer volop in de strijd voor de Amerikaanse verkiezingen. Democraat Gore heeft in ieder geval duidelijk aangegeven waarvoor – en waartegen – hij stelling zal nemen, stelt E.J. Dionne jr.

Het kan nu niemand meer ontgaan: bij de krachtmeting dit jaar tussen vice-president Gore en gouverneur George W. Bush draait het om fundamenteel verschillende opvattingen over sociale gerechtigheid, belastingen en de rol van de overheid in het leven van de burgers. Al worden de verschillen nog zo verdoezeld, al legt men nog zozeer de nadruk op het politieke midden, het belang van de keuze zal – en mag – daardoor beslist niet uit het zicht verdwijnen.

In de speech waarmee hij zijn nominatie aanvaardde heeft Gore drie dingen gedaan die nodig waren om hem weer volop in de strijd te brengen. Hij heeft kordaat stelling genomen ten aanzien van president Clinton, hij heeft de `karakterkwestie' een draai gegeven, en hij heeft aangegeven waarvoor – en waartegen – hij stelling zal nemen.

In deze toespraak was geen plaats meer ingeruimd voor de steeds krampachtig herhaalde verzekering dat Gore het persoonlijke gedrag van de president uiteraard betreurde, maar dat hij zijn vriend niet in de steek zou laten en dat de president hoe dan ook veel goeds tot stand had gebracht.

In plaats daarvan loofde Gore Clinton als ,,een leider die ons uit het dal van de recessie heeft gevoerd'', en verklaarde hij dat dankzij Clinton ,,miljoenen Amerikanen het nog heel lang beter zullen hebben''. Daarna presenteerde hij zijn eigen tekortkomingen als goede kwaliteiten, die hem tot een tegenpool van Clinton maken. ,,Ik weet dat ik niet altijd een erg meeslepende politicus zal zijn'', zei Gore, ,,maar ik beloof u vanavond: ik zal iedere dag voor u werken, en ik zal u nooit in de steek laten.''

Illustratief voor de problemen die Gore te wachten staan, is dat een van de teksten in zijn speech die het meest applaus trokken, eveneens over een karakterkwestie ging: ,,Het presidentschap is niet alleen maar een kwestie van populariteit.'' Door hun rumoerige reactie hierop gaven de afgevaardigden toe dat wat populariteit betreft Bush vanaf vandaag de vloer zal aanvegen met Gore.

Daarom daagde Gore Bush uit voor een andere karaktertest, namelijk om uit te maken welke kandidaat het zal ,,opnemen voor de mensen''. Het is geen toeval dat Gore op dit punt zijn lot verbond met de staat van dienst van zijn vader. Albert Gore senior was een vooruitstrevende Democraat, die vond dat de overheid de onrechtvaardigheid van de vrije markt kan verzachten en eenlingen kan beschermen tegen particulieren die hun macht misbruiken.

Gore junior heeft zich voorgenomen om dat oude engagement van de Democraten nieuw leven in te blazen. Zijn herhaalde beroep op traditionele waarden in verband met het gezinsleven en populair amusement was duidelijk bedoeld voor de kiezers uit arbeiderskringen en de lagere middenklasse die vroeger bekendstonden als Reagan-Democraten. Hun cultureel conservatisme wordt gekoppeld aan een visie op de overheid als potentiële bondgenoot in de strijd voor economische zekerheid.

Het was veelzeggend dat de vice-president niet afgaf op de rijken. Hij sprak er zijn voldoening over uit dat ,,de beurs een hausse heeft doorgemaakt en dat zoveel ondernemingen en nieuwe bedrijven het goed doen''. Hij brak de staf niet over de rijken, maar over `de machtigen'. De machtige belangengroepen waartegen hij stelling nam werden zorgvuldig omschreven: ,,De grote tabaksfirma's, de grote oliemaatschappijen, de grote vervuilers, de farmaceutische bedrijven en de health maintenance organizations [die ziektekostenverzekering en gezondheidszorg combineren]''.

Met geen van de items op dit lijstje valt een populariteitswedstrijd te winnen. Het bakent gebieden af waar overheidsoptreden helemaal niet omstreden is, maar juist brede steun geniet. De kiezers zijn in overgrote meerderheid vóór wettelijk vastgelegde patiëntenrechten, vergoeding van receptgeneesmiddelen door het Medicare ziekenfonds voor ouderen, krachtige milieubescherming en actie tegen het roken onder jongeren. (Wegens de vroegere werkkring van beide Republikeinse kandidaten mochten de grote oliemaatschappijen gewoonweg niet ontbreken.)

Dit worden belangrijke verkiezingen, omdat Gore en Bush de Amerikanen zullen dwingen te beslissen over wie van de `groten' zij zich het meest zorgen maken: de grote overheid of de grote particuliere belangen. Het is een klassieke tweestrijd in de Amerikaanse geschiedenis, waar iedere generatie opnieuw mee geconfronteerd wordt. Het is een strijd over de vraag of de overheid in de eerste plaats wordt ervaren als een belemmering voor een efficiënt functioneren van de markt, dan wel als een nuttige hoeder van belangen en waarden die de markt niet kan vertegenwoordigen.

Achter deze strijdvraag schuilt het tweede grote thema van deze verkiezingen: wat te doen met het begrotingsoverschot? Hier hamerde Gore onbeschroomd op het klassenthema. Hij maakte onderscheid tussen zijn eigen `doelgerichte belastingverlagingen' voor de middenklasse, en Bush' `gigantische belastingverlaging voor de rijken'. Als het Gore lukt om de verkiezingen boven het persoonlijke uit te tillen, zal waarschijnlijk beslissend zijn of de kiezers uiteindelijk zijn mening delen dat de belastingverlaging van Bush werkelijk voor de rijken is, en dat deze ,,ten koste zou gaan van alle anderen, en tegelijkertijd onze gezonde economie zou vernielen''.

Gore gokt erop dat de belastingbetalers misschien soms overheidsdiensten zullen prefereren boven belastingverlaging, vooral diensten voor ouderen (zoals niet-geprivatiseerde sociale voorzieningen, en receptgeneesmiddelen) en kinderen (gezondsheidszorg, en kleuteronderwijs voor iedereen). Dit is precies het soort geschilpunten dat democratische verkiezingen behoren op te lossen. Deze verkiezingen zijn van belang omdat ze op dit punt beslissend kunnen zijn voor een hele generatie.

E.J. Dionne jr. is columnist.

©Washington Post Writers Group