Rodtsjenko in de Achterhoek

Ger Fiolet en Ria Draaijer waren in Amsterdam ooit pioniers met hun fotogalerie. Ze verhuisden naar Winterswijk en daar hangen nu na een `winterslaap', foto's en collages van Alexandr Rodtsjenko. ,,We hebben liever tien geïnteresseerden dan honderd voorbijgangers''

Verhuizen van de Amsterdamse grachtengordel naar de Achterhoek, dat is geen voor de hand liggende carrièrestap voor een galeriehouder. Toch is dat precies wat Ger Fiolet en zijn vrouw Ria Draaijer, eigenaren van de fotogalerie Fiolet, hebben gedaan. Na tien jaar `winterslaap' beleefde hun expositieruimte begin dit jaar een `herstart' in Miste, een buurtschap tussen Winterswijk en Aalten. Na een openingstentoonstelling van Neil Folberg, die in zijn geheel werd verkocht aan een Israelische koper, worden er nu foto's en collages geëxposeerd van Alexandr Rodtsjenko, de avant-gardistische Sovjet-kunstenaar die zijn belangrijkste werk maakte in de jaren twintig en dertig. Ger Fiolet: ,,Zolang hetgeen we bieden maar exclusief genoeg is, zoeken ook mensen uit Amsterdam ons hier op.''

Fiolet behoorde in de jaren zeventig, samen met Lorenzo Merlo van Canon Photogallery en Ton Peek tot de eerste fotogaleriehouders van Nederland. Maar al snel na de opening van het pand aan de Herengracht in 1974 realiseerde de pionier zich dat het fotopubliek beperkt was. ,,Er was wel een markt om foto's te vertonen, maar niet om te verkopen'', zegt Fiolet. ,,Nederland kende, anders dan bijvoorbeeld de VS en Japan, weinig kopers van fotografie en nauwelijks collectioneurs. Op een gegeven moment hebben we bijvoorbeeld een tentoonstelling van Vincent Mentzel georganiseerd met foto's van Joop den Uyl. Het publiek stond tot op de brug om ze te zien. Den Uyl en zijn vrouw Liesbeth waren zelf aanwezig bij de opening. Uiteindelijk heb ik welgeteld één plaat verkocht. Zelfs Den Uyls eigen aanhang kon het blijkbaar niet opbrengen er geld voor neer te leggen.''

De geringe waardering voor fotografie kwam niet alleen van het publiek. De fotografen zelf leden aan een minderwaardigheidscomplex en wilden liever bij schilders en beeldhouwers horen. Fiolet: ,,Sommige, vooral Amerikaanse fotografen, associeerden zich liever met een algemene kunstgalerie dan met een specifieke fotogalerie. Ralph Gibson zou in 1977 voor het eerst bij ons in Amsterdam exposeren maar toen hij erachter kwam dat het ging om een galerie met alleen fotografie, schrok hij terug. Maar we hebben volgehouden en uiteindelijk hebben we nog veel werk van hem tentoongesteld.''

Fiolet bleef werk van grote namen als Brassaï, Henri Cartier-Bresson en Ansel Adams presenteren. Maar Nederlandse musea kochten geen foto's en de meeste conservators keken neer op het genre. Van een gestructureerde collectievorming was, met uitzondering van het Leidse Prentenkabinet, geen sprake. Fiolet omzeilde het eeuwige gebrek aan museumbudget door vanaf begin jaren tachtig rondreizende tentoonstellingen te organiseren. In een oude Ford Transit doorkruisten Fiolet en Draaijer Europa. Na de sluiting van de Amsterdamse galerie in 1990 werd dit zelfs de hoofdactiviteit van Fiolet en Draaijer, toen veelal opererend onder de naam van sponsor Olympus.

,,Vaak was het een Europees lijstje afwerken: Praag, Bratislava, Valencia, Hamburg en ga zo maar door'', herinnert Ria Draaijer zich. ,,Omdat wij alles kant en klaar ingelijst hadden staan, werden we ook gevraagd om gaten in museumagenda's te vullen. Wij konden last minute een tentoonstelling verzorgen. Dat werd dan simpelweg een kwestie van foto's inladen, rijden, uitladen en ophangen. En omdat we van veel werk in eigen bezit twee prints bezaten, konden we op twee plaatsen tegelijk exposeren.''

Maar ook in de Europese tentoonstellingen kwam de klad. Stijgende verzekeringspremies en de dreiging van claims wegens beschadigd werk deden het echtpaar besluiten voortaan alleen nog werk uit eigen bezit te tonen. Het tweetal was ondertussen zo optimistisch over groei van de Nederlandse fotomarkt dat ze een herstart van de galerie aandurfden. Ze kozen er evenwel heel bewust voor niet terug te keren naar Amsterdam. ,,Als je je richt op Europa – en dat is met fotografie noodzakelijk – is Amsterdam de periferie'', vindt Fiolet, die de Achterhoek graag bestempelt als Amsterdam-Oost. ,,En we hebben liever tien echt geïnteresseerden dan honderd voorbijgangers die even naar binnen schieten en na vijf minuten weer weg zijn.''

,,Voor de gemeente Winterswijk was een galerie wel iets heel nieuws'', vertelt Draaijer. ,,In eerste instantie wilden ze ons op het industrieterrein neerzetten tussen de autoshowrooms en de lampenfabriek van Philips. En leg maar eens uit aan een bank van Winterswijk dat je veel geld moet lenen om foto's te kopen. Dat valt niet mee.''

De nieuwe Galerie Fiolet is gehuisvest in een tussen het maïs gelegen hoeve uit 1855. De verbouwde voorkamer en de deel doen dienst als expositieruimte. De tentoonstellingfrequentie ligt met vier per jaar een stuk lager dan op de oude locatie toen er iedere zes weken iets anders aan de muur hing. Maar Fiolet zegt over genoeg materiaal en contacten te beschikken om ongelimiteerd tentoonstellingen te blijven maken. Na Rodtsjenko is het de beurt aan een retrospectief van Duane Michels. Voor een tentoonstelling van Nederlandse fotografen wordt teruggegrepen naar vroegere, Amsterdamse contacten. En ook een collectie weinig bekende afbeeldingen van Jozef Stalin wacht op vertoning. Fiolet: ,,Als het eenmaal dertig jaar hebt gedaan gaat de liefde voor het tentoonstelling maken niet meer weg.''

De tentoonstelling `Alexandr Rodchenko' loopt tot 21/10 in Galerie Fiolet, Brinkeweg 27, Miste. Open: vrij-zon 12-17u.

    • Edo Dijksterhuis