Poetin en de Koersk

DE KOERSK HEEFT na tien dagen zijn geheim op de bodem van de Barentsz Zee prijsgegeven. Noorse duikers hebben gisteren de ontsnappingsluiken opengekregen, het schip vol water aangetroffen en geconcludeerd dat de meer dan honderdkoppige bemanning dood is. Vermoedelijk zijn de manschappen door verdrinking kort na de explosie aan boord van de Koersk om het leven gekomen. Rusland treurt. Een tragische gebeurtenis, zoals alle ongelukken met dodelijke afloop? Zeker. Maar het drama met de gezonken nucleaire onderzeeboot staat ook symbool voor Rusland zelf.

Ten eerste illustreert het de stand van zaken van de krijgsmacht in Rusland. De onderzeeër was pas sinds 1995 in de vaart en werd daarom gezien als een paradepaardje van de Russische vloot. De voormalige maritieme Sovjet-trots heeft de afgelopen tien jaar lijdzaam ervaren wat het betekent als tachtig procent van het materieel wegens geldgebrek noodgedwongen naar de schroothoop wordt verwezen. Hoewel Moskou niet meer de pretentie heeft dat Rusland een van de twee militaire supermachten is, gaat de nieuwe `veiligheidsconceptie' die vorige maand is gepubliceerd nog altijd uit van een dwingende rol op de achterhand in een `multipolaire' wereld. De ondergang van de Koersk laat zien dat zelfs die positie niet vanzelfsprekend is. De militaire rol van Rusland is nog kleiner dan zelfs de realisten in Moskou hadden vermoed.

TEN TWEEDE HEEFT de afwikkeling van het ongeluk met de onderzeeboot het gezicht van de nieuwe autoriteiten in en rond het Kremlin getoond. Laksheid en geheimzinnigheid waren troef. Wat er precies is gebeurd en gedaan, is mistig gebleven. Op zichzelf is dat een traditie in Russische militaire kringen. Soldaten en matrozen waren in de Sovjet-Unie niet veel meer dan kanonnenvoer en zijn dat nog steeds. Dat blijkt nu al een jaar in Tsjetsjenië, waar dagelijks gemiddeld tien militairen sneuvelen zonder dat de legerleiding de familie en de maatschappij daarover fatsoenlijk informeert. In de Kaukasus wordt deze houding vooralsnog geaccepteerd, omdat de oorlog tegen de Tsjetsjeense rebellen door brede lagen van de bevolking als rechtvaardig wordt beschouwd en dus offers mag kosten, zij het liever niet onder de eigen zonen.

De ondergang van de Koersk raakt menig Rus daarentegen persoonlijker. De berichten van de marine over klopsignalen, waarmee de hoop op overlevenden in stand werd gehouden, waren verzonnen. De Noorse duikers bereikten in een dag wat Russische reddingswerkers in een week niet was gelukt. Ook in vredestijd zorgt de `macht', zoals de autoriteiten in Rusland nog steeds worden genoemd, kennelijk slecht voor zijn militaire manschappen.

TEN DERDE HEEFT de reddingsoperatie in de Barentsz Zee onthuld dat president Poetin doet alsof hij greep heeft op alle sectoren van de macht, maar daarvoor in de praktijk een hard gevecht moet leveren. De tegenstrijdige signalen die vrijwel permanent werden afgegeven, waren schokkend. Terwijl Poetin vanuit zijn vakantiehuisje aan de Zwarte Zee vorige week buitenlandse hulp bij de redding van de Koersk categorisch afwees omdat de Russen het wel alleen afkonden, vroeg een admiraal juist expliciet om internationale bijstand. De president kwam pas dagen later naar het Kremlin en liet zich in Moermansk niet zien. Dat zal hem in Rusland worden verweten, omdat de `baas' conform de politieke cultuur niet alleen verantwoordelijk is voor de grote lijnen maar ook voor het kleine wel en wee van zijn onderdanen.

Vladimir Poetin is in maart tot president gekozen op de golven van een brede maatschappelijke emotie. Het Russische volk wilde een jonge energieke en niet gepolitiseerde leider in het Kremlin om op welhaast technocratische manier orde op zaken te stellen. Sinds Poetin daar resideert vechten drie groepen om de dominante invloed: een club liberale economen uit zijn geboortestad St. Petersburg, de resterende procuratiehouders van de oude familie Jeltsin en Poetins voormalige KGB-collega's eveneens uit St. Petersburg.

DE LAATSTE GROEP leek afgelopen maanden een voorsprong te hebben genomen. In zes van de zeven nieuwe bestuurlijke regio's, waarin Poetin het land inmiddels heeft opgedeeld, zijn `tsjekisten' (de informele naam voor geheim agenten) benoemd tot `gevolmachtigd vertegenwoordiger' van de president. Hun opmars spoorde bovendien met het toenemende prestige van het militaire apparaat, dat zich dankzij de oorlog in Tsjetsjenië weer aan het volk durfde te tonen. Voor deze coalitie van de gewapende `machtsstructuren' is het roemloze einde van de Koersk een tegenslag van jewelste, die terugslaat op Poetin zelf.

Poetin zal de ondergang van de Koersk en de politieke gevolgen daarvan waarschijnlijk wel het hoofd kunnen bieden. Al is het maar omdat er geen serieuze oppositie meer is en dus ook geen alternatief. Maar met het kil-trotse patriottische imago, dat de Russische president het afgelopen jaar zo zorgvuldig had opgebouwd, is het gedaan. Het ligt begraven op de bodem van de Barentsz Zee. Louter professionalisme is in de politiek onvoldoende – zeker in Rusland.