Paniek

Of ik voldoende paniekbestendig was, had ik me nooit ernstig afgevraagd. Ik had er wel vertrouwen in, eerlijk gezegd. Een kalm, koel, gedecideerd baken in een woelige zee, zo zie je jezelf toch het liefst? Er is een vervelend rampje gebeurd, en jij stapt bedaard in de chaos rond, hier een nuttige aanwijzing gevend, daar een troostende schouderklop uitdelend, terwijl de te coördineren hulpactie al vaste contouren in je brein aanneemt.

Het heeft wel wat.

Daarom viel het me achteraf nogal van me tegen dat ik 's nachts om kwart over een in mijn hotelkamer in Oslo rustig op bed bleef liggen toen we wakker werden van een doordringend geratel. ,,Neem die telefoon toch op'', mompelde ik tegen mijn vrouw. Zij dwaalde inmiddels gedesoriënteerd door het duister. ,,Het is de telefoon niet'', zei ze.

Het klonk inderdaad veel doordringender, het had nog het meest weg van zo'n ratelende scheepsbel, zoals ik die wel eens in speelfilms over schepen-in-nood had gehoord. We hoorden angstige stemmen op de gang. Toen pas begon het me te dagen: ik hoorde voor het eerst van mijn leven een brandalarm in een hotel. Interessant.

,,Onmiddellijk naar beneden'', riep mijn vrouw en ze liep de gang in. Zij heeft makkelijk praten, dacht ik traag, want ze draagt een pyjama. Ik kon me toch moeilijk in mijn blote kont in de hal van het hotel vervoegen? Ik ging eens op zoek naar wat kleren. Nu hadden ze in deze klerenkast een type zeer moeilijk afneembaar knaapje waaraan je pas na veel gewurm je kleren kon ontworstelen. Minuten verstreken, maar ik leek alle tijd te hebben. Het mocht misschien wel ergens in dat hotel branden, maar first things first.

,,Schiet in godsnaam op'', hoorde ik mijn vrouw roepen. Ik had inmiddels mijn schaamte bedekt dat had duidelijk de grootste urgentie en liep de gang op. Daar merkte ik dat ik nog blootsvoets was. Dat kon toch niet? Midden in de nacht ongeschoeid op die kille Oslose keien? Terug dus. Schoenen aan. Jammer dat de sokken onvindbaar waren.

Dat ik nog beneden ben aangekomen, heb ik aan God, of misschien wel Jomanda, te danken. Aan mijzelf lag het in ieder geval niet. Ik zou mijn gedrag graag toeschrijven aan een natuurlijke kalmte, diep verankerd in een harmonieus karakter, stevig als een rots. Helaas, het was bij nader inzien gewoon mijn versie van paniek. Gelukkig was ik de enige niet. Tien minuten nadat het alarm had geklonken, kwamen er nog mensen naar beneden. Ze hadden eerst nog even hun koffers gepakt. De meesten waren Nederlanders, misschien verklaart dat wat. Je kunt toch niet zomaar je dure spullen aan de vlammen prijsgeven?

De brandweer doorzocht het hotel, vond niets en stuurde ons weer naar bed. ,,Hoe kan ik hier nog slapen?'' snikte een Amerikaanse vrouw. Algemene bijval, ook van mij. We gingen toch maar weer naar boven en ik viel na vijf minuten in een onverantwoordelijk diepe slaap. Als de wereld in brand vliegt, reken dan niet te veel op mij.

    • Frits Abrahams