Opvolger F-16 veel duurder dan verwacht

De ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF), een van de mogelijke opvolgers van de F-16, wordt veel duurder dan verwacht.

Om deel te mogen nemen aan de ontwikkeling van het nog te bouwen Amerikaanse jachtvliegtuig moet de Nederlandse regering 1,15 miljard dollar (2,8 miljard gulden) op tafel leggen, zo schrijft staatssecretaris Van Hoof (Defensie) in antwoord op Kamervragen.

Aanvankelijk ging het ministerie er nog vanuit dat met de Nederlandse deelname aan de ontwikkelingsfase van het vliegtuig een bedrag van rond de 900 miljoen gulden gemoeid zou zijn.

De vervanging van de F-16, waarvan Nederland er nog 108 operationeel heeft, is een megaproject waarvoor het ministerie van Defensie ongeveer 10 miljard gulden heeft gereserveerd. Behalve de JSF, de favoriet van de Koninklijke Luchtmacht, zijn nog vijf typen toestellen kandidaat als opvolger van de F-16.

Alleen voor de JSF geldt dat deze niet alleen `van de plank' kan worden gekocht, maar dat Nederland ook kan besluiten mee te betalen aan de ontwikkelingskosten van het nog te bouwen toestel. Daardoor valt de stuksprijs lager uit en zouden Nederlandse bedrijven kunnen `delen' in de technologie van het hypermoderne toestel.

Onduidelijk is echter nog wie de kosten voor deelname in deze fase voor zijn rekening moet nemen, zeker nu deze waarschijnlijk meer dan drie keer zo hoog uitvallen als verwacht.

Het ministerie van Economische Zaken heeft een subsidie van 200 miljoen gulden uitgetrokken om Nederlandse bedrijven bij het project te betrekken. Defensie heeft echter al eerder laten weten het resterende bedrag niet op tafel te willen leggen.

Overigens zijn de onderhandelingen met de Amerikaanse regering over de hoogte van een eventuele Nederlandse bijdrage nog niet afgerond, zo schrijft Van Hoof.

Aanvankelijk zou de beslissing over een eventuele deelname aan de ontwikkelingsfase nog voor het einde van het jaar moeten worden genomen. Door de Amerikaanse presidentsverkiezingen kan Nederland de beslissing uitstellen tot medio 2001, zo schrijft de staatssecretaris. Dit geeft Nederland de gelegenheid eerst de evaluatie van de andere kandidaten af te ronden.

In theorie is het mogelijk om deel te nemen in de ontwikkelingsfase zonder tot de aanschaf van de JSF over te gaan. Van Hoof geeft echter toe dat het ,,in de rede ligt'' de JSF als opvolger van de F-16 te kiezen, als eenmaal is besloten ,,voor een zo groot bedrag'' deel te nemen in de ontwikkeling ervan.