Nieuwe start rechtszaak hasjhandel

Door een cruciale fout van de Amsterdamse rechtbank moet de strafzaak tegen de van grootschalige hasjhandel verdachte Anthony H. opnieuw beginnen.

De president van de strafkamer M. Gonggrijp-van Mourik blijkt zich schuldig te hebben gemaakt aan een voor rechters uitzonderlijk verzuim. Twee dagen nadat ze de meervoudige kamer voorzat van de rechtbank die vorige week woensdag oordeelde over de hechtenis van hasjverdachte H. herinnerde ze zich dat ze eerder ook al als rechter-commissaris in die zaak had opgetreden. Van augustus 1997 tot november 1998 had ze als waarnemend rechter-commissaris beschikkingen in het gerechtelijk vooronderzoek tegen H. ondertekend. De wet staat niet toe dat een onderzoeksrechter ook later de strafzaak inhoudelijk behandelt.

De rechtbank heeft Anthony H. en zijn raadslieden C. Korvinus en G.J. Knoops en het openbaar ministerie gisteren laten weten dat de zogeheten pro forma-zaak – waar vorige week over de hechtenis en nog te verrichten onderzoekshandelingen werd besloten – aanstaande vrijdag opnieuw moet worden behandeld. Er zijn drie verse rechters aangezocht om de klus te klaren.

De advocaten van de verdachte – die volgens justitie in 1996 40.000 kilo hasj bezat dat voor een deel naar de VS werd gesmokkeld – krijgen nu een nieuwe kans rechters ervan te overtuigen dat hun cliënt uit voorlopige hechtenis moet worden ontslagen omdat justitie ongeoorloofd te werk zou zijn gegaan. Justitie heeft in het onderzoek naar H., die sinds 1993 voortvluchtig was en in mei werd opgepakt, twee keer een criminele burgerinfiltrant ingezet. Een dergelijk middel is sinds de IRT-affaire strikt verboden.

Justitie kreeg vorige week steun van de rechtbank door te verklaren dat de infiltratie een keer gebeurde op verzoek van Amerikaanse collega's en het Amsterdamse OM dus niet kon worden aangerekend. De tweede keer fungeerde de criminele infiltrant als lokvogel en was er dus ook geen sprake van criminele infiltratie, aldus het OM.

Advocaten Knoops en Korvinus putten hoop uit uitlatingen van de voorzitter en vice-voorzitter van de parlementaire commissie die het justitiewerk in 1998 onderzochten, de Tweede-Kamerleden Kalsbeek en Rouvoet. Zij hebben naar aanleiding van de behandeling van de strafzaak vorige week gezegd minister Korthals vragen te willen stellen. Rouvoet zegt dat justitie zich verstopt achter woordspelletjes.

De persrechter van de Amsterdamse rechtbank, J. Moors, zegt alle begrip te hebben voor het verzuim van zijn collega. ,,Je neemt in een jaar tijd als rechter-commissaris zoveel beslissingen dat je je niet alle zaken herinnert''. Hij wil geen antwoord geven op de vraag of de beslissingen die rechter Gonggrijp eerder nam in de zaak tegen H. ook betrekking hadden op de infiltratie-methode.